er komt een bui aan, de weervoorspellers
voorvoelen nattigheid, je wordt er regenachtig
van, de bui gaat je bol in, je komt in de stemming,
het begint te druipen langs je ondergrondse
grotwanden, wat stenen laten los, je zwemt in je
eigen smeltwater, ze zeggen dat er vruchtwater
op komst is, misschien door je perzikhuidje of je
appelwangetjes.
het voelt als een warm bad, een welkom thuis,
een geboortekaartje met je naam en een lief
woord, je drijft over en zoekt vaste grond
onder je voeten, daar ben je, eindelijk, het
was dus niet de ooievaar, je groeide niet uit kool,
de moedervloed bracht je hier.
je bent een meermin, je bent een zalige ramp,
volledig geboren uit vuurwater, een huurkoop van
twee mensen, die een kruispunt overstaken en
niet wisten dat je alleen voor korte duur te leen
was, je wilt niet leven in oudheden, je bent een
glibberig waterijsje, je draagt je smeltpunt met je
mee, je bent graag de laatste druppel,
van stilstaand water drink je beter niet,
je stroomt liever over.
