bij een slecht gedicht zeggen ze al snel: je bakt er
niks van, gebakken lucht klinkt nog erger want
je wilt niet als opgeklopt overkomen of dat
je baksel als smakeloos wordt afgedaan, je
probeert daarom een proeverij te organiseren
met voor ieder wat wils.
je hoopt natuurlijk dat je schrijfsel niet te
zoetsappig is, een onsje minder maakt de tongen
vaak al wat losser, maatschepjes brengen cadans
in je woordenbrei.
kijk wel uit voor ongezouten zinspelingen,
een puntje Sel de Marin op het scherp van de
snede is een aanrader om flauwvallen te
voorkomen, men houdt doorgaans niet
van zouteloze grappen.
de zuurgraad kun je ook maar beter in de gaten
houden, anders krijg je pruilmondjes en zuinige
blikken naar je toe geworpen waar je
schrijnplekken van krijgt, bovendien heb je kans
dat je baksel al bij de eerste hap als niet te
pruimen van tafel wordt geschoven en je voor
azijnpisser wordt uitgemaakt.
vergeet in ieder geval het bitter van de
spijtoptant, de misantroop, de tekort gedane
Sammy die weigert het loden hoofd op te tillen
en omhoog te kijken, bitterzoete pillen
zijn moeilijk door te slikken, je wilt
braakneigingen vermijden en dat je woorden
ruimte laten voor een glimp blauwe lucht.
je huivert even als je denkt aan zoetgevooisde
declameerstemmen die straks misschien je
woorden als zoete broodjes over de toonbank
laten rollen, je wilt niet dat ze klinken als holle
gomballen die aan je gehemelte blijven
plakken als je ze probeert door te slikken, beter
draag je voor uit eigen werk, smaakversterkers
roepen soms allergische reacties op.
als schrijver is het handig je te verdiepen in de
vijfde smaak, je ziet umami vaak over het hoofd,
alleen al vanwege de naam, terwijl dit juist het
geheime ingrediënt is dat van eten een beleven
maakt.
in tegenstelling tot het poesiepoesiealbum, dat in
flesvorm minstens 20 suikerklontjes per liter
bevat, gaat het bij umami om volle en aardse
smaken, denk aan dieprode tomaten, zeewier,
paddenstoelen, als het ontbreekt voel je het
gemis op je tong, je eet je bordje leeg maar
de tevreden zucht na afloop blijft uit, het
nagerecht lonkt.
woorden kunnen wel degelijk smaakmakend zijn,
als je de juiste verhoudingen weet te vinden,
vroeger werd je al verteld dat je niet van suiker
was, dat geldt ook voor gedichten, je leest nu
eenmaal niet voor de kick of om je acute honger
te stillen, maar voor een prettige nasmaak die je
je lachrimpels zichtbaar maakt, een gedicht moet
de juiste bite hebben, zoals een muzikant de
juiste toon treft, zodat je kunt zeggen:
hier ben ik vol van.
