Supernova in opleiding

8 mei 2026 · 36 keer gelezen · 0 keer geliket

Ik wandel de nacht in, de afnemende maan in mijn kielzog. In de lucht hangt een zoete vochtigheid. Ik zuig mijn longen vol en proef. Het is de stroperige geur van minnaars die elkaar na lange tijd opnieuw aanraken. De aarde is beregend, en wordt eindelijk opnieuw begeerd. Ze keert terug naar een vloeibare staat waar scheppingsdrang kan gedijen. In het dampende hemelwater dat over de straten hangt ben ik de Venus van Botticelli die onwennig uit haar schelp stapt. Ik word één met Aphros. Ik ben het ongeboren schuim dat op de golven rust. Uitgeput laat ik me dragen tot ik ergens aanspoel. Bij mij zullen er geen Horen zijn die me ontvangen, een mantel om mijn schouders draperen. Ik ben geen godin, slechts een mens. Slechts een vrouw. 


De wolken drijven uit elkaar en aan de hemel verdringen sterren elkaar om gezien te worden. Ik staar naar de ongegeneerde zelfonthulling. Ik probeer mijn eigen hemellichaam te voelen maar mijn glans is weg. Ik ben een Rode Reus, mijn kern is op en ik duw het hele leven verder van me af. In mij zwelt onrust, ik ben een stervende ster. Ik zoek Venus aan de hemel, en zie haar schitterend aan het firmament liggen. Zij bezoekt me met haar beminnelijke glimlach, ze zwelgt in haar oneindigheid. Zou ze weten dat ze binnen enkele miljoenen (of miljarden) jaren ook zal eindigen zoals alles hier op aarde? Zou ze weten dat ze gulzig opgeslokt zal worden door de zon? Ik stap door, er trekt een lichte trilling door mijn lichaam. Ik weet al wat ik zal worden. In mij begint een kettingreactie die niet te stuiten is. Elke cel van mijn zijn siddert. De supernova trekt zich op gang, mijn brandstof is op. Ik zal instorten op mijn eigen kern en ontvlammen in de helderste explosie die niemand ooit zal zien. 


In het natte gras blijf ik stilstaan, ik voel hoe de nacht mijn lichaam streelt. Blijf nog even, fluister hij in mijn oor. Nee, fluister ik terug. Ik mag niet ondergaan in jou. Ik weet het, ik ben geen godin, ik ben slechts een mens, slechts een vrouw. Ik moet voeden, vrijen, weten, denken, begrenzen, koken, begrijpen, fluisteren, doorgaan, doorgaan, altijd maar doorgaan. Ik wervel rond mijn eigen as en wacht tot wanneer ik instort. Ik maak me los uit zijn greep, en vertrek naar het huis dat op me wacht. Zoon en dochter. Man. Ik vervolledig het sterrenteken dat gemaakt lijkt voor de eeuwigheid. De nacht wordt even te donker en ik verdwijn in de contouren van mijn silhouet. Wat nog overblijft van angst, ebt weg. De sleutel gaat in het slot. De supernova-explosie is nog heel even afgewend. 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

8 mei 2026 · 36 keer gelezen · 0 keer geliket