De maan meent helder te schijnen, helderder dan de zon.
De maan meent mondhoeken te moeten sperren,
vaak accenten te moeten leggen, op elk woord, als het even kan.
Hij spreekt zo duidelijker, denkt hij, duidelijker dan de zon.
Zinsaccenten vervliegen zoals vlokken voor de zon.
Zijn vuurwerkmitrailleur ratelt maar door.
Hij knettert maanwoorden, -voorzetsels en -zinnen,
met de zon in zijn vizier.