Tafel

27 okt 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Ik dien niet. Nergens toe, niemand niet,
ik dien niet: ik draag en weet me geschraagd
door poten, ja poten dus, van die dingen
die om het lijf niets hebben.

 

Ik heb vanalles naar mijn hoofd gekregen:
bureauaccesoires, snijgerief, hakblokken,
ben tot onderzetter gebombardeerd,
koffiepotvlekkenreservoir,
heb weet van wijnvlekken, de allerergste,
bierspetters, zwijnerijen, dijengeklets.

 

Ik ben tot designmeubel verheven,
computerunit, part of the family, (I. uit Zweden)
u kent dat wel.
Maar ik dien geen vaderland.

 

Ik spreek tot disgenoten als vreemden
onder elkaar. Geen woorden, geen mening,
stom gefluister. Een plank op poten ben ik,
bijna metershoge poten,
en hard als ijs voor wie mij breken wil.

 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

27 okt 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket