Zeus nanaxcionis liep door de straen van Chania, nog half slapend na weer de zoveelste feestnacht. Op het terras van een kafenio merkte hij haar op:gitzwarte haren, groene ogen als smaragd. Op slag zijn hart geroofd, en toen hij eindelijk de moed had gevonden om haar te benaderen, was ze weg. snel liep hij de eerste zijstraat in, maar vond haar nergens meer. Elyn keek door de spijlen van de deur en haalde opgelucht adem: hij had haar niet herkend!
Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.
Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.
