Achter de plataan tussen de struiken zullen ze me niet snel vinden. Roerloos blijf ik gehurkt zitten. Ik durf nauwelijks te ademen.
Spannend!
De bromvlieg op mijn knie wordt nog mijn grootste uitdaging. Een hijgende hond nadert! Als hij maar niet de aandacht op mij trekt! Ik onderdruk een niesbui.
Mijn maag knort en een kramp gaat door mijn kuit! Ik krijg het koud.
Hoe lang zit ik hier al?
Een zwerm spreeuwen trekt murmelend over het park. Ik hoor geen spelende kinderen meer. Waar zijn mijn vriendjes?
Er heerst een teleurstellende stilte in het park
Ze zijn me vergeten!