ik schrijf toegankelijke poëzie,
de dubbele bodems liggen in dwarsverband
bovenop platgelopen zebrapaden,
slijmlagen, kassakoopjes.
mijn woorden zijn tweezijdig te dragen,
ademen gebruikssporen, ik puil uit.
de afgezaagde takken vliegen om mijn oren
maar ik neem geen blad voor de mond,
er is niets nieuws onder de zon.
ik zou wel ontoegankelijk willen schrijven
in raadsels en tussenpozen,
schatten blootleggen
door ze toe te dekken met geheimtaal
en aanwijzingen voor het verkeerde been.
schijnbewegingen maken,
de lezers op het juiste spoor brengen
door ze vals voor te lichten
in strengelwoorden, in dubbele tongen,
zonder dronken te zijn
maar wel te drinken.
ik zou me wel eens in mysterie willen hullen,
een escaperoom verkennen, in het duister tasten
maar ik ben te doorzichtig, te uitgeslapen,
te lichtgewichtig, ik mag er niet in.
ik schrijf toegankelijke poëzie,
ik knoop mijn woorden luchtig aan elkaar,
wikkel ze in zinsverband tot kant en klare taal,
onbevoegden zijn welkom,
de toegang is gratis.
