ik draag een armbandje van groene bolletjes
en een analoog polshorloge met leren bandje
die ik allebei van haar gekregen heb
zij koopt mijn broeken en t-shirts, sokken, truien
enkel voor mijn schoenen moet ik mee
(dik tegen mijn zin)
zo draag ik haar braafjes uit, bevindt zij zich
voortdurend op mijn huid
(gedraag ik me misschien te mascolien)