mijn dagindeling begint in een tendere eetcel
op de afdeling waarin ik nu
verblijf
waar ik me angstvallig achter haar lagen
grijze rokken kan verschuilen, ik de kunst van
het schuimbekken heb leren beheersen
mijn lippendienst voor mezelf heb bewaard
terwijl zij met haar haveloze glimlach
achterwaarts de vingers heeft
gekraakt
om krakkemikkig de aanslag te verijdelen
die ik na mijn doordeweekse wildendans
nog had willen plegen
