Mijn tenen staan op treden,
op treden van een trap.
Leiden treden naar beneden,
dan gaat het tempo rap.
Leiden ze naar boven,
dan lijdt mijn tred erg hard.
Mijn vuur zal toch niet doven,
ook al wordt mijn voet getart.
Op of neer is nooit heel zeker.
Het noorden is voor tenen zoek.
Wie een tree betreedt wordt weker.
Zijn afloop vormt een open boek.