tussen twee slapende gevels treffen ze elkaar
aan het neon raam van de nachtwinkel
waar een knipperende pijl het gamma in de kijker zet
een fles rode wijn van een verdacht jaar, wasverzachter
een maxi pak condooms met frambozensmaak
hij begroet haar zuinig, met een halve knik
een glimlach die moeizaam doorbreekt
na een gesprek over de laatste tram, noemt ze haar adres
het klinkt als een uitnodiging tot een duel
binnenkort belooft hij en bladert in de lege agenda
naar een snipperdag in de verre toekomst
de kans koelt af als geblust smeedijzer
eer hij de afspraak vastlegt in een vak
haalt ze de schouders op met een zucht
stapt kordaat van zijn twijfel weg
en verdwijnt heupwiegend om de hoek