Omdat het leven me overkwam, zo moest ook jij me overkomen. Cristina Branco zingt het met haar breekbare stem. Ik beluisterde het nummer al enkele keren in de afgelopen dagen. Het doet me denken aan jou. Hoe ontmoeten mensen elkaar? Welke toevalligheden, welke ‘wat als’-vragen moeten er eerst ingelost worden? Waarom verliet ik mijn geboortestreek om hier te komen wonen? In een stad die ik niet ken, die ik langzaam probeer te schetsen, me eigen probeer te maken? Ik teken mijn nieuwe wegen, op zoek naar het deel van mezelf dat hier verscholen moet zitten. Want jij, jij die me overkwam, maakt de stilte in mij opnieuw onrustig.
Zijn we niet steeds onderweg naar ontmoetingen waarvoor we de woorden nog niet hebben, en misschien nooit zullen vinden? We gebruiken onhandig het woord toeval als net die ene stem blijft hangen, die ene blik zich in het geheugen nestelt, of wanneer een onbekende stad plots aanvoelt alsof ze altijd al op ons heeft gewacht. Jij bestond al lang voor ik je een gezicht kon geven. Misschien woonde je al in de kamers van mijn verbeelding, geborgen in de zinnen die ik nog niet durfde te schrijven, in het verlangen waarvoor ik nog geen plaats had gevonden. Ik denk aan de stad die ik achterliet en aan de stad waar ik nu mijn weg zoek. Geen van beide heeft me gevraagd om te komen en toch ben ik hier, tussen de gevels en in de straten die ik langzaam leer kennen. Net zoals ik je nooit vroeg om er te zijn, toch ben je daar.
Tussen ons ontstond langzaam maar zeker een ruimte die geen van beiden alleen had kunnen scheppen, een plek waar de werkelijkheid grenzeloos werd en de verbeelding langzaam ontwaakte. Misschien is het dat wat het betekent dat iemand je overkomt: dat je, eenmaal geraakt, niet meer dezelfde kunt blijven. Er verschuift iets. In jouw ongrijpbaarheid ontwar ik de contouren van mijn eigen vrijheid.
Ik dwaal door de straten die nog geen herinneringen aan mij dragen. Achter de hoge ramen voltrekken levens zich, valt het licht anders, vinden lichamen elkaar om zichzelf te verliezen. Soms denk ik dat ik je niet gewoon zomaar ontmoette. Met jouw komst begin ik te begrijpen dat mijn onvoltooide plekken geen herstel vragen, maar aandacht. Woorden die jij met je aanraking voorzichtig blootlegt. Jij laat me zo diep onder mijn eigen huid duiken dat ik wel moest beginnen schrijven. Je leerde me verlangen naar alles wat nog benoemd moet worden.
Je was geen storm die plots losbarstte. Je kwam als de belofte ervan. Je toonde je in de donkere lucht die zich boven mijn nieuwe stad samenpakte. In jouw wolken kregen mijn eerste druppels vorm. Ik liet je mijn naakte huid zien, ik was klaar om je te ontvangen. Vanaf dat moment vergezelde je me overal waar ik probeer te schrijven.
Je bent me overkomen, en sindsdien probeer ik te begrijpen wat het betekent dat juist jij mijn pad kruiste. Maar misschien hoef ik het niet te begrijpen, en volstaat het gewoon dat jij er bent.