Tussen naderen en samenvallen

22 okt 2026 · 41 keer gelezen · 0 keer geliket

Twee lijnen. Meer zijn we niet in dit leven. Twee lijnen die elkaar eindeloos naderen, terwijl de ruimte ertussen voortdurend dreigt te bezwijken. Ik ben de curve die zich eindeloos naar jou toe buigt, terwijl jij mijn onwrikbare asymptoot blijft. En toch voel ik de wetmatigheid van de onbereikbaarheid kraken in een blik die net iets te lang blijft hangen, een stilte die zich niet meteen laat invullen, een glimlach waarin ik iets meen te herkennen.

Ik reken. Ik weeg woorden en vergelijk blikken. In mijn bewijsvoering zoek ik naar een patroon dat aantoont dat de afstand niet toevallig kleiner wordt. Ik schrijf alles uit, opnieuw en opnieuw, tot ik denk de oplossing eindelijk te doorzien. En dan verschuift er iets. Een woord. Een gebaar. Genoeg om de afstand weer op te rekken en mijn berekeningen aan het wankelen te brengen. Misschien zit er een onbekende verscholen die ik nog moet ontsluiten: een teken dat ik verkeerd lees, een variabele die ik over het hoofd zie, een voorwaarde die ik niet ken en die de hele berekening op losse schroeven zet. Dan begin ik opnieuw, alsof ik met een tabula rasa dichter bij de oplossing kan komen. Maar kent verlangen een sluitende bewijsvoering?

Ik blijf de grafiek hertekenen. Ik trek onze lijnen door, ver voorbij de grenzen van het papier waarop we gevangen zitten. We zitten zo dicht op elkaars huid dat ik je adem kan voelen. Je lippen op een zucht van de mijne. Toch blijven we balanceren op die flinterdunne grens van het niet-raken. Er broeit iets tussen ons, zonder sluitend bewijs. We blijven een sensuele paradox. Zelfs in de afstand zit je zo dicht op mijn huid dat je me soms dieper raakt dan je met een eenvoudige aanraking ooit zou kunnen. Zoek ik eigenlijk wel een antwoord? Misschien verlies ik mezelf te graag in de berekening, in het eindeloze naderen, in de duizelingwekkende gedachte dat het volgende punt op mijn curve precies die kromming zal inzetten waardoor ik uiteindelijk met jou samenval.

Buig ik me onder jouw wetmatigheid? Of ben ik het die het assenstelsel kies, de schaalverdeling bepaalt en de punten uitzet waarin ik zelf wil geloven? Ik probeer het verlangen te integreren, de afzonderlijke momenten samen te brengen tot één vloeiende beweging. De begroeting, de lach, het moment waarop jouw hand de mijne net iets langer leek vast te houden: alles zet ik uit in de ruimte van onze grafiek. Maar hoe langer ik reken, hoe minder ik weet welke waarden van jou zijn en welke ik zelf heb ingevuld. Wat als ik zoek naar reële getallen, terwijl er alleen een imaginaire mogelijkheid is? Ik weet niet hoe ik moet ophouden met zoeken naar een antwoord dat misschien niet bestaat. 

Wat als we het tegendeel bewijzen en ons van alle wetmatigheden ontdoen? Wat als de curve en de asymptoot ooit zouden samenvallen? Stel dat het op een dag werkelijk gebeurt. Dat de afstand verdwijnt. Dat jij niet langer de lijn bent waarnaar ik me krom, maar de plek waar mijn curve opnieuw begint. Wat als de afstand die ons zo lang gevangen hield, plaats maakt voor een exponentieel verlangen? 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

22 okt 2026 · 41 keer gelezen · 0 keer geliket