Je staat alleen nog
In pennenstreken op papier
In dat statige en hanige onleesbare handschrift
Met mijn ogen probeer ik
Door te dringen
Tot de kern van je zwart
Ik wil je naam opheffen
En je wezen eronder zien
Maar het lukt niet
Dood is dood van achter naar voor
Het is enkel mijn binnenste
dat naar buiten komt
Tranen die zich snijdend
Door borst en keel
Een weg banen
Waar ze neerkomen
Op die letters van jou
En we een vlek worden
Zo sta jij toch nog
te vaderen
met mij
vloeibaar
in het midden