Ons weerzien is de beloning van het verlangen. Dat verlangen is onze belofte van een blijde reünie.
Ik mis je.
Mijn verlangen volstaat niet meer. Dat lang gekoesterde getintel in mijn bloed werd ergens tussendoor gemis.
Van kriebels is er geen sprake meer, het knaagt.
Ik mis je.
En niet alleen meer op zomeravonden.
De gedachten aan jou zijn niet langer uitsluitend prikkelend.
Heimwee komt het dichts in de buurt.
Heimwee naar jou.
Wanneer dat verlangen een druk op mijn borst wordt, zo intens dat ik nauwelijks kan ademen, dan moeten we praten, toch?
Jij en ik, over ons.
Ik mis je.
Ik wil niet langer naar je verlangen.
Ik wil je niet langer alleen in de vakantie voor twee zwoele weken kennen.
Ik wil je in mijn leven.
En jij?

