Vandaag geen horizon, nee
een witte dons omhult mijn zienswijzen
en houdt de monsters buiten
met een isolerende zachtheid
in staat om de scherpste pijnen
van brandwonden die mijn huid
zou penetreren met de woestheid
van het stoten van een driftige stier
en de precisie van een bidsprinkhaan
in het operatiekwartier
Haar scheurende klanken laten een spoor na
een tinnitus die na afschuw en irritatie, de gewenning
en de rust brengt
als ik mezelf een armlengte zicht schenk
onder het donker van het deken
dat mij borgt
en ik draai me nog eens om
met een zucht.