Vannacht
Het meer wacht zwart en rimpelloos.
De oever ademt kil.
Diep en donker is de lucht,
zo tijdloos en zo stil.
Een waas van riet omgeeft het water.
Maan en zon ruilden hun kleed.
Vannacht is alles oud geworden
maar nog niemand die het weet.
Uit de verte rollen kleuren
tussen grijze wolken aan.
De ochtend spreidt een mistig laken
waar de waterwilgen staan.
Vannacht is alles oud geworden
maar nog niemand die het ziet.
Aan de oever van het water
ligt een mens tussen het riet.
Mia De keersmaecker