Als ik wil gaan varen, moet de zee eerst bedaren.
Als ik wil vliegen, mogen wolken de zon niet langer bedriegen.
Als ik wil lopen, mag de inspanning mijn adem niet langer kopen.
Als ik wil rijden, moet alle verkeer eerst wijken.
Als ik wil dromen en moeilijk doen, dan ben ik wel goed bezig.