De hele huiskamer hing vol met kleurrijke slingers en ballonnen. Sam was vandaag jarig en hij droeg een glanzende, gouden feesthoed. Beer had speciaal voor de gelegenheid zijn netste rode strikje omgeknoopt. Alles was perfect, op één heel belangrijk ding na.
"De slingers hangen en de liedjes zijn gezongen," zei Sam, terwijl hij op de klok keek. "Maar waar blijft de verjaardagstaart?"
Beer zuchtte en schudde zijn hoofd. "Karel had beloofd om de taart uit de keuken te halen. Dat is al twintig minuten geleden. Als assistent is hij soms een beetje... traag."
Plotseling hoorden ze een vreemd, schurend geluid in de gang. Schuif... bonk... piep...
De keukendeur vloog open en er rolde een enorme, vierkante kartonnen doos de kamer in. De doos was ingepakt in glanzend cadeaupapier, maar hij gedroeg zich helemaal niet als een normaal cadeau. De doos begon te trillen, maakte een sprongetje in de lucht en stuiterde toen wild in de rondte.
"Zou de bakker de taart in een springende doos hebben gestopt?" vroeg Beer verbaasd, terwijl hij snel achter de bank sprong om dekking te zoeken.
BOEM! De zijkanten van de doos klapten met een luide knal uit elkaar. Een enorme wolk van roze en witte slagroom vloog door de kamer. Midden in de ravage zat Karel de Kikker. Hij zat werkelijk van top tot teen onder de slagroom. Er plakte zelfs een grote, rode marasquin-kers precies tussen zijn twee grote kikkerogen.
In zijn poot hield hij een leeg taartplateau vast. Er lag alleen nog één klein kruimeltje chocolade op.
"Gefeliciteerd met je verjaardag, Sam!" riep Karel met een overvolle mond. Hij slikte moeizaam en nam een diepe teug lucht. "De taart was écht heel erg lekker. Ik moest hem onderweg testen om te kijken of de bakker wel genoeg suiker had gebruikt. Pure plicht als assistent!"
Sam en Beer keken naar Karel, toen naar de muren vol roze slagroom spatten, en barstten toen in lachen uit. Gelukkig was Beer een slimme knuffel: hij had in de keuken nog een enorme stapel pannenkoeken verstopt. Zo werd het alsnog een heerlijk feestje.