Voorbij de nachtelijke horizon
dansen ze met een lach
gonzend van verlangen
wachtend op die ene dag
geen oog voor enig ander
gevangen in hun lust
zwevend door de schaduw
tot men zoetig kust
twee lichamen wiegend
op de muziek van de nacht
de maan die hen verzilverd
de rauwe werkelijkheid verzacht
want is dat niet wat we streven
in de schaduw van het licht
een omhelzing in het duister
de nabijheid van een gezicht