ik schrijf gedichten alsof ze niet bestonden
ik leg ze in de stilte
ik zeg ze luidop in de leegte
ik los ze op als waren ze sudoku's
ik leg ze neer als ware puzzels
in de tussentijd vervliegen mijn seconden
lettergrepen in kolommen rijen
waar te heffen waar te dalen
voeten trappelen schuifelen
stoten marcheren en sluipen
woorden in rijen in kolommen
tegenwoorden parallel in zinnen
klanken aan de randen
klinken in de bossen
blokken in hun vorm
stukjes in dezelfde kleuren
wat haakt in wat ontvangt
wat staat los wat verbindt
woorden leggen niemand zeggen
kheb de hele nacht gewerkt
twee paar verzen heb ik afgewerkt
een heel zoet en een van teer
hier leg ik mijn woorden neer
loop door mijn tijd tikt voort