Vignet

LeenB
3 mrt 2026 · 2 keer gelezen · 1 keer geliket

De avond was koud genoeg om een dikke mantel en handschoenen aan te trekken voor ik nog maar zou overwegen om naar buiten te gaan.

Met een stevige tred liep ik door de straten van Leuven, de februariwind bijtend in mijn gezicht. Morgen zou het gaan sneeuwen.

Onder de toren van de Sint-Geertruikerk zag ik haar, huppelend de Mechelsestraat af dartelen. Ze had een koptelefoon over haar wilde bos kastanjebruine haren en ze leek volledig op te gaan in de muziek die enkel zij kon horen.

We zouden elkaar weldra kruisen en ik bedacht me of ik niet beter de straat zou oversteken, uit voorzorg. Voorzorg waarvoor? Ik was niet zeker, maar had geen zin in gedoe, in dronken mensen die je lallend aanspreken op straat. Terwijl ik me dit aan het bedenken was, was het al te laat. We waren elkaar al te dicht genaderd om nu nog de oversteek te maken. Nu zou het gewoon onbeleefd zijn.

Haar blik kruiste die van mij en een glimlach doorbrak haar gezicht.

Terwijl we elkaar passeerden stak ze resoluut haar hand naar me uit, kauwend op een kauwgom. Haar dieprode, bijna bordeaux of paarse lippenstift zag eruit alsof het al lang geleden was aangebracht, waarschijnlijk aan het begin van de avond.

“Mag ik uw hand?”

Gedurende een enkele tel aarzelde ik, maar dan legde ik mijn hand in die van haar, mijn hand omhuld door een zwarte handschoen, haar hand bloot.

Ze bewoog haar lichaam heen en weer op de muziek die uit haar koptelefoon kwam, hief haar arm op en wilde me laten ronddraaien. Ik voelde me ongemakkelijk en onwennig, begon te zeggen dat ik helaas door moest. Zonder hier acht op te slaan, draaide ze dan maar zelf rond en zei lachend “Nu jij.”

Hier kon ik niks tegenin brengen, werd geïnfecteerd door haar vrolijke zelf. Nog steeds een beetje ongemakkelijk draaide ik rond, haar hand nog steeds vasthoudend.

Halverwege de omwenteling sloeg mijn hart een slag over, ik voelde haar goed gemoed oversijpelen naar mezelf en beantwoordde haar glimlach. Hierna maakte ze een diepe buiging en danste verder de nacht in.

Ik bedacht me dat ik dit moment moest bijhouden, neerschrijven, niet vergeten. Terwijl ik mijn nachtelijke wandeling verderzette, werd ik overvallen door een gevoel van rouw voor de mensen die we ontmoeten en daarna nooit meer zullen terugzien. De rouw werd opgevolgd door de berusting in dat dat ook niet erg is, dat de schoonheid ervan net in die vluchtigheid zit.

Toen ik achterom keek, was ze verdwenen, dat onbekende meisje dat samen wilde dansen deze nacht.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

LeenB
3 mrt 2026 · 2 keer gelezen · 1 keer geliket