Terwijl verwelkte gerbera's in vazen wachten,
stof parket en kasten trots bezet,
de vaat nog niet in sop verdwijnt
en grondverf neerkijkt van plafonds,
schrijf ik ongeschoren.
Fotonen hebben mijn lichaam opgezocht.
De tijd heeft stilgestaan.
Ik stop met schrijven. Het moment breekt aan
bloemen weg te gooien, vazen om te spoelen,
te stofzuigen, borden in het schuim te doen verdwijnen,
me te scheren. Als het even kan, breng ik op plafonds
een laatste laag aan.
Van fotonen krijg ik vast opnieuw bezoek.
Ik neem daarvoor de tijd.