Broer en schoonzus komen over uit
Bordeaux en slapen in mijn witte bed.
Zij sluiten deur en laten rolluik neer.
Wit plafond, oranje behang, smaragdgroen
matras, magenta dekbedden en kussens.
Hun voeten vullen zuiderzomen.
In het midden van de nacht bespeurt
zijn klamme claustrofobe blik een ijkpunt:
de digitale wijzers van mijn klok.
Op míjn beurt heb ik licht in dochters
slaapkamer uitgesloten. Dichte bruine deur,
rolluik neer. Grenenhouten meubels,
oranje behang, één wijnrode wand.
Het duister en het dekbed dempen
het noordelijk kuchen uit mijn kriebelkeel.
Mijn warme borst en middenrif
verslikken zich in verspringend ritme.
Een foton straalt hiernaast, draait en wijst de weg.