Vlaamse heersers

2 nov 2026 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Hier spreken wij met lage kaak.

Hier spreek ik met gesperde mond.

De Franse r beluister ik erg graag.

Bij spreken kijk ik naar de grond.

 

Onze straat beklimt een heuvel.

Uit monden hoor je meestal Leuvens.

Enkel Brabants klinkt vertrouwd.

 

Mijn huizenrij beklimt de heuvel.

Ik haat het vlakke en het steile land:

het vlakke land daar bij de kust,

waar klanken worden ingeslikt;

het vlakke land daar in het oosten,

waar mijn taal heel lieflijk klinkt;

de steile hellingen in het zuiden,

waar mijn r gebrouwd wordt.

 

Ik zie het maaiveld op het platte land.

Aren en granen kan ik binnenhalen.

Ik snel de koppen die erboven uitsteken.

Op steiler hellingen vrees ik voor mijn hoofd.

Die anderstaligen kijken op ons neer.

 

Ik haat het allervlakste land het meest,

het leeggepompte land daar over de grens,

dat eeuwig tegen de zeespiegel strijdt.

 

Onze clichés killen en kennen middeleeuws succes.

De lijven die ik met mijn woorden slacht,

sleep ik als trofeeën naar mijn huizen op de heuvelrug.

Ik zaag ze in mijn dorp aan stukken,

pekel ze zorgvuldig met de hulp van buren

en metsel ze onze muren en onze fundamenten in.

 

Zo houden wij verfijnd cultuur in stand.

Zo bouwen wij barokke steden.

Zo heersen wij met ingehouden praal van zangerig groen

tot kleine kust, van vulgaire platte grens tot steile helling.

Wij heersen over zoutdoordrongen streken in het Vlaamse land.

 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

2 nov 2026 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket