Het is winter:
“Waar zijn de vogels, moe?”
‘Ze waaien zich holtes over’
“Staan wij dat zomaar toe?”
‘Nee: wij zijn holte rovers’
Uitgekerfde holtes
Waarvoor wij vogels villen
Met jaloerse trekken dwepen
Om zij die zich zuidwaarts tillen
Er zijn holtes na de film – dus worden lichten uitgelaten
Er zijn holtes in vroeg waken – die dagen langer maken
Er zijn holtes tussen horen-luisteren, kijken-zien, smaken-proeven
Er zijn holtes als je liefde lezen kan,
waarom liefde voelen?
Maar een kerver die wil meer
De noord zilt zal honger niet stillen
En de vogel blijft analfabeet
Dus vluchten de vogels het zuiden toe
“Ooit zullen we hun holtes villen?”
‘De vraag blijft enkel hoe.’