Ik breek me vruchteloos het hoofd
over la vie en rose, dat van de ene
op de andere blik verdwijnt, terwijl jij
de gensters die net nog op het venster
rijmden als rijpe appels uitstalt, toont
hoe ik zo vol kon zijn van de ochtend
dat de dag me niet om de tuin leidde.
Ooit paste alleen de zon in mijn kraam.
