ik sta op het balkon om de zon te begroeten,
mijn ogen moeten wennen aan het knipperlichten,
het donker is soms beter te verdragen
als je droomslaapt door je leven.
mijn ogen stellen zich op scherp,
een groepje bomen komt dichterbij,
een straatnaam, kentekens op steenworp,
een rijtje huisnummers aan de overkant.
mijn ogen staan op steeltjes,
geen wonder dat ze prikken, ze zien teveel.
het informatiebord is vol, maar in de hooiberg
is geen speld te bekennen, waar is Wally?
ik oefen mijn oogspieren,
trek een lijn van mijn duim naar de horizon.
ik zie een kat in mijn ooghoek,
een duif vliegt over,
er is een man met een vuilniszak,
milieupas in zijn andere hand,
het leven speelt zich af in de periferie.
mijn blik glijdt over een busje,
AIRCOTECHNIEK.NL staat op het voorportier.
waarom zie ik dan opeens in het zijruit
een vraag verschijnen, levensgroot,
niet te missen door mijn linkeroog?
LEG VANDAAG NOG EEN VERKLARING AF:
kun je aanvaarden dat je leven nooit volmaakt,
dat de schade aan balken niet volledig hersteld,
hooguit gestut,
dat er altijd tranen zullen zijn
als je voor meer dan 70% uit water bestaat,
dat er geen verlichting bereikt wordt,
dat je dood heel gewoon zal zijn, voor jou 10 anderen,
dat je sterft zonder handreiking, of heldendichten?
kun je de dood dan maar beschouwen
als iets dat verder reikt dan het oog,
als ultieme liefdesverklaring aan jezelf,
‘de crematie vond plaats in gesloten kring’,
de cirkel was altijd al rond.
kun je nu al zeggen: ik lijd mijn leven in vrijheid,
omdat de leidinggevende is opgestapt,
en zit de opluchting misschien juist daarin,
zodat er geen koeling nodig is
en je rustig kunt blijven ademen
zolang de windrichting het toelaat?
afbeelding: Pixabay DanielHannah Eye

