Waarheid in meervoud

30 dec 2025 · 36 keer gelezen · 0 keer geliket


Van cultuurland tot woonzorgcentrum en terug

Ik heb lang gedacht dat waarheid iets is wat je kan afspreken.
Dat je rond een tafel gaat zitten, met contracten, clausules, handtekeningen en goede bedoelingen, en zegt: dit is waar, en hier werken we mee.
Misschien is dat een beroepsmisvorming. Jaren in de cultuursector doen dat met een mens.

Ik begon als programmator. Voorstellingen kiezen, lijnen uitzetten, stemmen samenbrengen. Later runde ik tien jaar lang een eigen boekingskantoor. Ik leerde onderhandelen, afwegen, vooruitdenken. Ik leerde vooral dat waarheid zelden alleen inhoud is — ze is ook positie. Waar je staat, bepaalt wat je ziet en wat je luidop mag zeggen.

De cultuursector is bij uitstek een plek waar veel waarheden naast elkaar mogen bestaan. Artistieke waarheid. Publiekswaarheid. Politieke waarheid. Financiële waarheid. De waarheid van het moment en die van de affiche.
Tenminste, dat is het verhaal dat we graag vertellen.

In de praktijk botsen die waarheden vaak op iets hardnekkigers: ego.
De waarheid van wie het luidst spreekt.
De waarheid van wie zichtbaar is.
De waarheid van wie zich al jaren een statuut heeft kunnen permitteren.

Tijdens de coronajaren, 2020 en 2021, kwam dat allemaal samen in mijn inbox. Als boeker werd ik een scharnierpunt tussen botsende werkelijkheden.

Programmatoren en gemeentebesturen wilden plots eigen clausules in artiestencontracten. Begrijpelijk. Wetgeving veranderde voortdurend, verantwoordelijkheden wogen zwaar. Hun waarheid was er een van voorzichtigheid en controle.

Artiesten schreeuwden moord en brand. Ook begrijpelijk. Optredens verdwenen, inkomens droogden op, erkenning bleek broos. Maar soms, en dat voelde ik toen al, zat er onder die woede een andere waarheid:
dat verantwoordelijkheid jarenlang was uitgesteld.
Dat een statuut iets was wat je ooit nog wel eens zou regelen.
En dat er nu weinig was om op terug te vallen.

En daar zat ik.
Tussen al die waarheden in.

Huis Alma.
Alma mater.
De zorgende moeder die luistert, sust, vertaalt.
Die voor iedereen probeert te zorgen — behalve voor zichzelf.

Ik hield al die waarheden recht. Ik probeerde ze naast elkaar te laten bestaan, ze met elkaar te verzoenen, ze te verzachten. Maar waarheid blijkt zwaar wanneer je ze te lang draagt voor anderen.

Na corona kon bijna iedereen weer aan de slag.
Behalve ik.

Mijn waarheid vroeg om stilte. Om afstand. Om herstel.
Ik crashte. Mentaal.
En ik liet de sector achter me, samen met haar luidruchtige zekerheden.

Ik ging andere waarheden zoeken.

Ik kwam terecht in een woonzorgcentrum. Als animator — een woord dat al schuurt, alsof een leven nog aangezet moet worden wanneer het al zo vol is geweest. Hier was waarheid minder luid. Ze hing niet aan affiches, ze stond niet in contracten. Ze zat in lichamen.

Ik sprak met vrouwen over liefdes die nooit helemaal waren uitgepraat. Met mannen over werk dat hun handen had gevormd en hun rug had gekost. Over oorlog, over kinderen die weinig langskwamen, over verlangens die zich hadden verstopt achter praktische levens.

Feiten liepen soms door elkaar.
Jaren verwisselden van plaats.
Namen verdwenen.
Maar emoties deden dat niet.

Verdriet herkende zichzelf feilloos.
Verlangen ook.
En angst. Altijd angst.

Er was ook een waarheid die niemand luidop hoefde te zeggen, omdat iedereen haar kende: dit is een plek die je niet meer levend verlaat. En vreemd genoeg maakte dat sommige dingen eenvoudiger. Er hoefde niets meer te worden. Geen carrière. Geen profiel. Geen gelijk. Alleen nog: vandaag.

Op een ochtend zat ik te ontbijten met een tiental hulpbehoevende bewoners. Boterhammen in stukjes gesneden, kopjes die je met twee handen vasthoudt. Stilte die nooit helemaal stil is.
Er speelde muziek. André Rieu. Waarom precies dat weet ik niet meer, maar het werkte. Er kwam beweging in de kamer.

Ik stond te dansen. Niet groot. Niet uitbundig. Gewoon wat wiegen. Armen die meededen.

Karl liep voorbij. Karl was luid, vrolijk, toegewijd. Zo iemand die zijn werk met heel zijn lijf doet.
Hij riep:
‘Hé Katrien, hoe oud zijt gij eigenlijk?’

Ik zei: ‘Zesenveertig.’
En meteen daarna:
‘Maar in mijn hoofd zesentwintig.’

Het klopte.
Of toch: het voelde waar.

Ik keek naar Jeanne. Ze kon niet meer praten, maar ze keek. En ze knikte. Heel voorzichtig.
In haar ogen zag ik haar. Niet zoals ze daar zat, maar als een meisje van acht. Met losse knieën. Met een lijf dat nog geen afscheid kende.
In mijn verbeelding danste ze met me door de kamer.

Niet omdat dat feitelijk waar was.
Maar omdat het waarachtig voelde.

Daar, aan die ontbijttafel, viel iets op zijn plaats. Waarheid bleek niet vast te zitten aan feiten, aan correcte antwoorden, aan wat hardop gezegd kon worden. Ze zat in herkenning. In een blik die zei: ja, ik weet wat je bedoelt.

Na het woonzorgcentrum kwam ik terecht bij Raak, een organisatie in het middenveld. Verankerd onder vele kerktorens, verspreid over heel Vlaanderen. Een nationaal verhaal schrijven voor een organisatie met zoveel lokale satellieten betekent: omgaan met waarheden die elkaar niet altijd herkennen.

Raak profileert zich als een luisterende organisatie. Na mijn jaren in cultuurland voelde dat nieuw. Onwennig zelfs.

Luisteren naar een ander.
Niet om te antwoorden.
Niet om te overtuigen.
Maar om ruimte te maken.

Hier werd de tegenstem niet gezien als lastig, maar als noodzakelijk. Niet elke waarheid moest winnen. Niet elke spanning moest opgelost worden. Soms mocht ze blijven bestaan.

Ik leerde dat je naast elkaar kan blijven staan en zeggen: we agree to disagree.
Niet als opgave.
Maar als volwassen vorm van samenleven.

Vandaag werk ik opnieuw in cultuurland.
Het is mijn thuis.
Mijn passie.
Mijn biotoop.

Ik geniet van mooie voorstellingen. Van gesprekken met artiesten die zoeken naar woorden voor wat nog geen vorm heeft. Van overleg met techniekers, waar precisie en vertrouwen samenkomen in het donker achter de scène. Ik omarm de plek waar ik graag ben.

Maar ik kijk anders.
Ik kijk anders naar wie roept.
Naar de waarheid die in drukletters staat.
Naar zekerheden die zich groot maken om niet te moeten luisteren.

Geef mij maar die waarheid van de ontbijttafel.
Van een verpleger die roept hoe oud je bent.
Van een vrouw die niet meer kan praten, maar wel kan knikken.
Van een meisje van acht dat even mag meedansen in een oud lichaam.

Daar, denk ik,
is waarheid niet universeel omdat iedereen haar deelt,
maar omdat iedereen haar herkent.

En dat is genoeg.

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

30 dec 2025 · 36 keer gelezen · 0 keer geliket