Lezen

Wat is de realiteit?

Het is een uitdaging om concepten te definiëren die als vanzelfsprekend worden beschouwd. Want eenmaal je een sluitende definitie probeert te vormen, merk je al snel dat de dingen vaak niet zijn wat ze lijken. Wat verstaan we bijvoorbeeld onder het begrip ‘realiteit’? Wat bedoelen we precies als we zeggen dat we ‘realistisch’ moeten zijn? Stilzwijgend en quasi unaniem nemen we aan dat de realiteit een vaststaand gegeven is. Iets waar we niet omheen kunnen. Vanuit die veronderstelling voelen we ons vaak geworpen in de realiteit, als een toevalligheid dat onderhevig is aan externe wetten. De realiteit wordt dan als positief of negatief geïnterpreteerd. Gunstig of ongunstig. Als iets waar we dienen mee rekening te houden. We beperken onszelf ook door te stellen dat het ‘onrealistisch’ is om bepaalde dingen te denken of verwachten. Want we gaan ervan uit dat we ons moeten aanpassen aan de realiteit rondom ons. Maar wat als de realiteit geen op zichzelf staand fenomeen is? Wat als de realiteit een product is van onze gedachten en interne leefwereld? Het interessante aan deze stelling is dat ze wetenschappelijk onderbouwd kan worden, gestaafd op zogenaamde harde feiten. Het is namelijk een feit dat de manier waarop wij onze realiteit ervaren afhankelijk is van ons perceptievermogen. En dat perceptievermogen bestaat uit onze hersenen die externe prikkels omzetten naar een verstaanbaar en gemakkelijk hanteerbaar geheel. Verstoorde hersenfuncties of psychische aandoeningen tonen aan dat de realiteit veranderlijk is. Kortom: wat je ervaart, is wat je zelf maakt. De hersenen creëren een logica die gericht is op zelfbehoud en overleving. Het is niet te bewijzen, maar we gaan ervan uit dat iedereen met ‘normaal’ functionerende hersenen min of meer hetzelfde ervaart. Als er iemand iets beweert dat niet strookt met het algemeen aanvaarde idee over wat de realiteit is of niet is, dan twijfelen we aan de functies van het perceptievermogen van die persoon. Stel dat de realiteit inderdaad iets is dat buiten onszelf bestaat, iets dat zonder bewustzijn of perceptie voort blijft bestaan. Wat als de realiteit geen levend wezen nodig heeft om te kunnen zijn? Wat voor iets is de realiteit dan? Hoe zou je dit omschrijven? Dit is een vraag die zich zeer moeilijk laat beantwoorden omdat het onmogelijk is om ons voor te stellen wat de realiteit is zonder ons bewustzijn. We zitten als het ware gevangen in ons perceptievermogen en kunnen daarom de realiteit niet interpreteren of omschrijven als iets dat los van onszelf bestaat. Het concept realiteit is eveneens iets dat we zelf bedacht hebben, zonder menselijke interactie is er niets dat als dusdanig wordt aangeduid of gecategoriseerd. Wanneer de realiteit als een fenomeen wordt afgebakend, dan impliceert dit dat het tegengestelde van de realiteit ook moet bestaan. We denken te weten wat de realiteit is en wat ze niet is. Maar we kunnen dit slechts beoordelen binnen de beperkte grenzen van ons perceptievermogen. Dus eigenlijk kunnen we onszelf alleen maar iets wijsmaken en binnen het kader van die illusie afspraken maken. Dat de realiteit veranderlijk is en onderhevig aan het perceptievermogen is een feit. Want elk levend wezen op aarde ervaart de realiteit op een andere manier. Zo zal de realiteit van een bacterie er anders uitzien dan de realiteit van een dolfijn. Er zullen ongetwijfeld wel mensen zijn die ervan overtuigd zijn dat het perceptievermogen van de mens superieur is ten opzichte van dat van andere wezens. En dat daarom de realiteit die een mens ervaart de ‘juiste’ perceptie is. Zulke denkwijze functioneert zeer nauw binnen de beperking van de eigen vermogens. Een denkwijze die mij interessanter lijkt, gaat ervan uit dat de perceptie van elk levend wezen een bijdrage levert aan het concept realiteit. Dat elke visie, elke bewustzijnsvorm, een elementair en evenwaardig deeltje vormt van de algemene ervaring van het leven. En we kunnen het denkveld zelfs nog breder open trekken door niet alleen levende wezens capabel te achten om een realiteit te ervaren. Want wie zegt dat planten geen realiteit ervaren? Of rotsen? Of de tafel waarop ik nu aan het schrijven ben? Misschien ben ik ondertussen de aandacht van een deel van mijn lezers verloren. Het stellen dat een tafel een vorm van bewustzijn heeft, is voor veel mensen dan ook een brug te ver. En ik kan dat begrijpen. Maar anderzijds vraag ik me ook af waar de grens dan precies getrokken wordt? Moeten we het concept realiteit linken aan het hebben van een zenuwstelsel en hersenen? Of nemen we de percepties van de plantenwereld er ook nog bij als willen weten waar het ervaren van de realiteit precies eindigt en begint? Het lijkt me alleszins wel duidelijk dat de realiteit zich minder gemakkelijk en afgelijnd laat definiëren dan dat veel mensen denken. Als men mij dan ook het advies geeft om ‘realistisch’ te zijn, dan kan ik daar weinig betekenis aan geven. Of toch niet de betekenis die het gros van de mensen voor ogen heeft bij het horen van die woorden. Ik leef volgens de wetenschap die zegt dat ikzelf verantwoordelijk ben voor mijn realiteit. Alles wat ik als realistisch beschouw, kan zich manifesteren in mijn realiteit. Ik wacht niet op gunstige omstandigheden, maar ik creëer zelf mijn omstandigheden. En daarmee bedoel ik dat de keuze om op een bepaalde manier ergens op te reageren geheel bij mezelf ligt. Wat ik denk, ervaar en voel is het product van mijn perceptievermogen. Het is aan mij om dat perceptievermogen zodanig af te stellen dat ik er baat bij heb. Ik ben ook kritisch als het gaat over de percepties waarmee mijn hersenen komen aandraven. Want ik weet dat ze vaak veiligheidshalve vanuit gewoonte ontstaan. Mijn ingebakken, aangeleerde responsen en interpretaties zijn niet altijd de meest gunstige of slimste. Mijn tekst genaamd ‘Het brein en ik’ sluit naadloos aan bij deze slotwoorden.

KarolienDeman
5 0

Inspiratie is een diva

Inspiratie beschouw ik als iets extern, als iets dat buiten mezelf bestaat in een efemere toestand, zoekend naar een drager of ontvanger. Zoekend is misschien niet het juiste woord, inspiratie wordt eerder aangetrokken door de meest geschikte voedingsbodem vanwaar ze kan uitgroeien tot een vaste vorm. Als een dwarrelend zaadje in de wind dat uiteindelijk een plekje in de grond opeist. De voedingsbodem waartoe inspiratie zich aangetrokken voelt, moet een zekere rijkdom bevatten. Dat wil zeggen dat inspiratie enkel een toevoeging kan zijn aan iets dat reeds van waarde is. Ze kan zich niet manifesteren in een vacuüm. Om zich te materialiseren is inspiratie afhankelijk van een welwillende ontvanger. Er zijn gelukkig meerdere potentiële ontvangers waar inspiratie zich bij kan aandienen. Inspiratie is ontembaar, niet te dwingen of te regelen. Ze wil het liefst spontaan in een open geest ontvangen worden. Er zijn wel enkele dingen die je kunt doen om jezelf aantrekkelijk te maken voor inspiratie. Bijvoorbeeld door simpelweg luidop of in gedachten te spreken tot inspiratie en te zeggen dat je jezelf openstelt voor haar. Rust is ook een vereiste, al is het alleen intern. Een hoofd vol gedachten blokkeert inspiratie. Je kunt een band opbouwen met inspiratie en haar een vaste plaats in je leven geven. Een meesterlijke creator voorziet steeds voldoende tijd en ruimte waarin ze kan floreren. En heeft er vertrouwen in dat ze er zal zijn. De uitwisseling gebeurt gevoelsmatig en moeiteloos. Inspiratie kan je overvallen en je treffen op een moment dat je even de middelen niet hebt om haar te ontvangen. Maar wie inspiratie echt naar waarde schat, geeft haar met plezier en vanuit dankbaarheid voorrang. Inspiratie is als een diva die erop staat om op haar wenken bediend te worden. Maar ze kan ook geduldig zijn. Ze heeft begrip voor de drukke dagdagelijksheid van haar ontvangers en voor onverwachte omstandigheden. Als het moet, dan blijft ze wel even in de buurt wachten tot de omstandigheden gunstig zijn. Maar als de respons uitblijft, dan zal ze zich tot andere ontvangers wenden. Inspiratie is dus niet persoonsgebonden, noch kan ze iemand toegeëigend worden. We kunnen onszelf wel wijsmaken dat bepaalde lumineuze ideeën zomaar vanuit onszelf zijn opgeborreld, maar in wezen zijn ze ons binnengevallen. Inspiratie hoeft geen erkenning, haar ontvangers mogen gerust in de waan verkeren dat ze alles zelf bedenken, zolang zij maar tot uiting komt. Ze heeft geen ego, ze is enkel een potentieel, een energie die een vorm wil zijn. Als haar aanwezigheid het halsstarrig laat afweten, dan moet je de reden bij jezelf zoeken. Want elk ontvankelijk open kanaal zuigt inspiratie aan. Indien dit niet het geval is, dan is er iets dat de ontvangst blokkeert. Dat kunnen gedachten en overtuigingen zijn. Onrust. Een gebrek aan zelfvertrouwen. Of iets anders. Te hard willen werkt ook niet, op geen enkel vlak trouwens. Het is beter om iets hartstochtelijk te willen, ernaar te handelen en het dan in volle vertrouwen weer los te laten. Zit niet te wachten op inspiratie, maar vertrouw erop dat ze wel zal komen. Speel, leer en experimenteer ondertussen gewoon verder. Onverwacht zal zij plots opduiken en jou doen glimlachen. Mijn relatie met inspiratie is redelijk hecht. Ik maak bewust tijd voor rustige momenten op mezelf, wat ruimte schept voor spontane creativiteit. En in zulke omstandigheden bezoekt inspiratie mij graag. Ze fluistert mij een idee of een paar sterke zinnen toe. Ik neem vervolgens een notitieboekje of klap mijn laptop open. En dan laat haar stromen, via mijn vingers het leven in.

KarolienDeman
7 0

Na corona

Na Corona   Na deze zware tijd, deze crisis, zullen we veel geleerd hebben. Dat gebeurt na elke crisis. De echte vraag is echter of alles wat we ervaren in deze crisis zullen omzetten in positieve en constructieve veranderingen. En dat is nou wat er meestal niet gebeurd ! Na een crisis komt er terug een tijd van stabilisatie, een tijd van terug gaan naar de tijd van voor de crisis, de tijd waarin de mens terugvalt op oude ingesleten patronen. En daar ligt nu juist het dilemma ! De mens is een gewoontedier, een dier met een kort geheugen, een dier op zoek naar pret en amusement…   Wat zou ik echt graag overhouden uit die crisis ?   Deze crisis brengt het goede en het slechte boven uit de mens. Dit verschilt eigenlijk niet zoveel als tijden zonder crisis. Ook dan zien we het goede en het slechte in de mens. Ook dan zijn er fantastisch positieve initiatieven, ook dan zijn er frauduleuze bedrijfjes op het internet die u van alles willen aansmeren of via valse facturen geld willen aftroggelen. Als positief ingestelde mens wil ik toch hopen dat er meer goed dan slecht overblijft.   Wat heeft deze crisis ons wel geleerd ?   Hoofdstuk 1 : Armoede Een heleboel modale gezinnetjes hebben nog nooit in hun leven meegemaakt wat talloze mensen die leven in armoede elke dag meemaken. Op zich is dat nu eens een mooi gegeven. Goede tweeverdieners die nu plots niet weten hoe ze alle rekeningen zullen betalen. Goede tweeverdieners die nu plots niet op reis kunnen. Goede tweeverdieners die hun sport en etentjes moeten missen. Goede tweeverdieners die nu elke dag met hun koters opgescheept zitten. En zo kan ik nog uren doorgaan… Hoe hebben zij hun leven ingericht ? Zijn ze terug gevallen op hun creatieve ik ? Hebben ze allerlei scenario’s uitgedacht om zich aangenaam bezig te houden ? Hebben ze een nieuwe structuur gevonden om te kunnen multitasken ? Hebben ze de kok of de doe-het-zelver in zichzelf ontdekt ? Er is 50 % kans dat een heleboel mensen zichzelf hebben ontdekt, nieuwe eigenschappen waarvan ze niet eens wisten dat ze die in huis hadden. Wat deze crisis naar boven brengt, zijn een aantal life skills die je ook zouden kunnen laten overleven in de jungle. Skills die mensen, na de crisis, misschien zullen aanzetten om een nieuw pad te begaan, een nieuwe job, een rustiger leven, een socialer leven, een empathischer leven…. Het zal in ieder geval meer begrip doen ontstaan voor die mensen die het zo moeilijk hebben in ons maatschappij. Want nu keek ook jij naar de goedkopere producten in de supermarkt ! Want nu at jij ook wat minder vlees in de week ! Want nu kon je het geld en de tijd van het restaurantbezoek eens gebruiken om eens meer met je kinderen aan de slag te gaan hetzij met lego, gezelschapspelletjes, voorlezen of helpen bij de lessen ! Of zag je de andere kant van de medaille ? Zag je nu plots duidelijk wat een saai beroep jij had ? Zag je nu plots duidelijk hoe ongelukkig je eigenlijk in die relatie was ? Zag je nu plots duidelijk  hoeveel vrienden je werkelijk had ? Zag je nu plots duidelijk hoe snel je kwaad of agressief wordt ? Zag je nu plots duidelijk wat een oppervlakkig mens je was ? Er is 50 % kans dat een heleboel mensen hun leven, na de crisis,volledig zullen omgooien. Advocaten, gespecialiseerd in echtscheidingen, zullen een pak werk meer hebben na de crisis. Werkgevers zullen een pak meer ontslagbrieven in de brievenbus vinden. Therapeuten zullen nog nooit zoveel werk hebben gehad. Kranten zullen herrijzen als een feniks. Mobieltjes zullen aan de kant geschoven worden. En vrienden zullen niet zomaar weer de draad opnemen alsof er niks gebeurd is.   Hoofdstuk 2 : de zorg Een andere impact van de crisis is het gestegen respect voor de zorgverstrekkers. Plots van de ene dag op de andere waren zij de grote helden waarvoor elke dag opnieuw minutenlang werd geapplaudisseerd. Terwijl ze vroeger amper werden opgemerkt tenzij ze door de straten van de hoofdstad trokken als een lange witte slinger. Terwijl men vroeger nooit reageerde als er weer eens een grote besparingsronde door de ziekenhuisgangen trok. Terwijl men vroeger veel kritiek had op die witte schorten. Terwijl men vroeger neerkeek op degenen die je opa of oma in het rusthuis verzorgden. Er is 50 % kans dat deze mensen nu meer respect vanuit de samenleving zullen krijgen. Dat de politici hun grote fout uit het verleden zullen rechtzetten en meer geld in ons zorgstelsel zullen pompen, meer personeel zullen aanvaarden, meer bedden op intensive care zullen hebben, geen mondmaskervoorraden zullen laten vernietigen… Er is  50% kans dat een aantal zorgverstrekkers, na deze crisis, een ander pad kiezen. Misschien hebben ze even genoeg van al dat leed en sterven. Misschien merken ze dat ze daar toch niet voor weggelegd zijn. Misschien hadden ze last van te veel stress. Misschien liepen ze elke avond al huilend naar huis.   Hoofdstuk 3 : eenzaamheid Eenzaamheid was een ander effect van deze crisis. Terwijl we vroeger elkaar voorbij liepen op straat, in de lift, in de hal van het flatgebouw, had je nu meer dan ooit elkaar nodig ! Leerde je nu je buren pas kennen ? Die oudjes van nummer 110 ? Leerde je nu op wie je wel en niet kon rekenen ? Leerde je nu wat je samen kon bewerkstelligen ? Er is 50 % kans dat je nu wat meer tegen je buren zal praten, dat je elkaar wat meer zal helpen. Nu pas was solidariteit echte solidariteit. Solidariteit om voor de ouderen uit je buurt boodschappen te doen, solidariteit om je als vrijwilliger op te geven om mee voedselpakketten te maken of de gaarkeukens voor daklozen te gaan ondersteunen. Solidariteit om eens naar een eenzame ziel te bellen. Solidariteit om elkaar te helpen je aan de regels te houden. Solidariteit om elkaars kinderen op te passen of bij te scholen. Solidariteit om eindelijk eens het geweld van je buurman tegen zijn vrouw en kinderen te stoppen.   Hoofdstuk 4 : de omgeving Het was rustig op de baan, geen files ! Het was stil in de tuin, alleen de vogels hoorde ik fluiten Het was stil in huis, de telefoon van de zaak rinkelde niet ! Terwijl we vroeger naar het werk en de school rushten en urenlang in de files stonden, kon je nu op je dode gemak opstaan, ontbijten, van de krant genieten vooraleer aan de slag te gaan. Er is 50% kans dat je nu geleerd hebt om wat te onthaasten, om wat relaxter door het leven te gaan, om van elke bagatel geen olifant te maken, om eens te laat te komen op een vergadering en te durven zeggen dat je eerst je kind naar school wou doen. Misschien wil je nu wel eens zelf groenten kweken in je tuin, misschien denk je eraan halftime te gaan werken, misschien wil je nu meer quality time met de familie, misschien ga je je kinderen nu zelf onderwijzen...       Hoofdstuk 5 : relaties Hoe heb je deze crisis overleefd ? Hoe bracht je het er vanaf als koppel ? Hoe bracht je het er vanaf als alleenstaande ? Hoe was je relatie tot de kinderen ? Lukte het een beetje ? Of had je voortdurend ruzie ? Leerde je nu wat praten betekent ? Leerde je nu luisteren naar anderen ? Leerde je nu dat kinderen ook een stem hebben ? Leerde je nu je huisvrouw meer waarderen ? Er is 50% kans dat koppels leuke herinneringen aan vroeger ophaalden wat zorgde voor meer warmte ten opzichte van hun relatie en meer positieve gevoelens. Dat ze elkaars ruimte leerden respecteren of alleen een wandeling gingen maken of op zoek  naar eigen projecten gingen en hun partner aanmoedigden om hetzelfde te doen. Dat ze voor de eerste keer leerden onderhandelen over de opvoeding van de kinderen of naar de stem van de kinderen in het geheel luisterden. Misschien zagen ze nu pas de stress waaronder ze leefden. Of zag je als alleenstaande dat je toch maar alleen was en toch graag iemand in je leven zou willen om het te delen. Zag je nu dat vrienden alleen niet genoeg was. Of misschien vond je nu je ultieme droom, de hobby waar je al jaren van droomde maar waar je zogezegd nooit tijd voor had. Of die al jaren uitgestelde taak. Of merkte je nu die ene vriend op, die je vergeten was, maar die nu aan je dacht en je regelmatig mailde of telefoneerde, die je oppepte als je hoorde dat sociaal contact wel het langst op zich zou laten wachten, nog veel later dan de winkels open gingen.   Hoofdstuk 6 : de media Hoe bleef je op de hoogte van de crisis ? Hoe wist je welke maatregelen op te volgen ? Hoe bleef je in contact met opa en oma ? Hoe betaalde je in de supermarkt ? Leerde je nu hoe handig die smartphone is, die je ooit cadeau kreeg van je kinderen maar ergens ver weg achteraan in de kast had weggeborgen ? Leerde je nu eindelijk eens die startknop van je pc indrukken ? Er is 50 % kans dat je in 2 maanden tijd zoveel digitale tips en trucs hebt geleerd dat je zo in een hightech job zou kunnen starten. Dat je als jongere je pa, ma, opa, oma iets kon leren dan altijd naar hun weetjes te moeten luisteren. Dat je nu eindelijk eens dat plastic kaartje van de bank of de pcbanking zou gebruiken omdat je wel moest. Dat de rol van de generaties plotseling een draai van 360 graden maakte. Dat je je lang opgepotte geld eindelijk eens nuttig kon besteden toen je zoon, dochter plotseling technisch werkloos werd en niet wist van welk garen wol te spinnen.       OF   Hebben we helemaal niets geleerd ? En snellen we terug naar het “normale doen” om alles weer snel te vergeten TOT een volgend virus aan onze deur komt kloppen. En ...staan we weer allemaal netjes in de file... En ...kijken we weer neer op de witte schorten…. En....lopen we weer ons benen van onder ons lijf voor onze baas…. En….vergeten we weer wat een goede huisvrouw ze is en welke lieve kinderen en werken we onze stress weer op hen af…. En...laten we de eenzamen maar weer eenzaam zijn…. En….is armoede weer hun eigen schuld…. En… zitten we weer liever op ons geld dan het uit te delen…. En….staan die oudjes van nummer 110 weer in de kou …   EN EN  EN EN EN EN EN  EN EN EN EN EN DAAR IS COVID -20 !           Na Corona   Na deze zware tijd, deze crisis, zullen we veel geleerd hebben. Dat gebeurt na elke crisis. De echte vraag is echter of alles wat we ervaren in deze crisis zullen omzetten in positieve en constructieve veranderingen. En dat is nou wat er meestal niet gebeurd ! Na een crisis komt er terug een tijd van stabilisatie, een tijd van terug gaan naar de tijd van voor de crisis, de tijd waarin de mens terugvalt op oude ingesleten patronen. En daar ligt nu juist het dilemma ! De mens is een gewoontedier, een dier met een kort geheugen, een dier op zoek naar pret en amusement…   Wat zou ik echt graag overhouden uit die crisis ?   Deze crisis brengt het goede en het slechte boven uit de mens. Dit verschilt eigenlijk niet zoveel als tijden zonder crisis. Ook dan zien we het goede en het slechte in de mens. Ook dan zijn er fantastisch positieve initiatieven, ook dan zijn er frauduleuze bedrijfjes op het internet die u van alles willen aansmeren of via valse facturen geld willen aftroggelen. Als positief ingestelde mens wil ik toch hopen dat er meer goed dan slecht overblijft.   Wat heeft deze crisis ons wel geleerd ?   Hoofdstuk 1 : Armoede Een heleboel modale gezinnetjes hebben nog nooit in hun leven meegemaakt wat talloze mensen die leven in armoede elke dag meemaken. Op zich is dat nu eens een mooi gegeven. Goede tweeverdieners die nu plots niet weten hoe ze alle rekeningen zullen betalen. Goede tweeverdieners die nu plots niet op reis kunnen. Goede tweeverdieners die hun sport en etentjes moeten missen. Goede tweeverdieners die nu elke dag met hun koters opgescheept zitten. En zo kan ik nog uren doorgaan… Hoe hebben zij hun leven ingericht ? Zijn ze terug gevallen op hun creatieve ik ? Hebben ze allerlei scenario’s uitgedacht om zich aangenaam bezig te houden ? Hebben ze een nieuwe structuur gevonden om te kunnen multitasken ? Hebben ze de kok of de doe-het-zelver in zichzelf ontdekt ? Er is 50 % kans dat een heleboel mensen zichzelf hebben ontdekt, nieuwe eigenschappen waarvan ze niet eens wisten dat ze die in huis hadden. Wat deze crisis naar boven brengt, zijn een aantal life skills die je ook zouden kunnen laten overleven in de jungle. Skills die mensen, na de crisis, misschien zullen aanzetten om een nieuw pad te begaan, een nieuwe job, een rustiger leven, een socialer leven, een empathischer leven…. Het zal in ieder geval meer begrip doen ontstaan voor die mensen die het zo moeilijk hebben in ons maatschappij. Want nu keek ook jij naar de goedkopere producten in de supermarkt ! Want nu at jij ook wat minder vlees in de week ! Want nu kon je het geld en de tijd van het restaurantbezoek eens gebruiken om eens meer met je kinderen aan de slag te gaan hetzij met lego, gezelschapspelletjes, voorlezen of helpen bij de lessen ! Of zag je de andere kant van de medaille ? Zag je nu plots duidelijk wat een saai beroep jij had ? Zag je nu plots duidelijk hoe ongelukkig je eigenlijk in die relatie was ? Zag je nu plots duidelijk  hoeveel vrienden je werkelijk had ? Zag je nu plots duidelijk hoe snel je kwaad of agressief wordt ? Zag je nu plots duidelijk wat een oppervlakkig mens je was ? Er is 50 % kans dat een heleboel mensen hun leven, na de crisis,volledig zullen omgooien. Advocaten, gespecialiseerd in echtscheidingen, zullen een pak werk meer hebben na de crisis. Werkgevers zullen een pak meer ontslagbrieven in de brievenbus vinden. Therapeuten zullen nog nooit zoveel werk hebben gehad. Kranten zullen herrijzen als een feniks. Mobieltjes zullen aan de kant geschoven worden. En vrienden zullen niet zomaar weer de draad opnemen alsof er niks gebeurd is.   Hoofdstuk 2 : de zorg Een andere impact van de crisis is het gestegen respect voor de zorgverstrekkers. Plots van de ene dag op de andere waren zij de grote helden waarvoor elke dag opnieuw minutenlang werd geapplaudisseerd. Terwijl ze vroeger amper werden opgemerkt tenzij ze door de straten van de hoofdstad trokken als een lange witte slinger. Terwijl men vroeger nooit reageerde als er weer eens een grote besparingsronde door de ziekenhuisgangen trok. Terwijl men vroeger veel kritiek had op die witte schorten. Terwijl men vroeger neerkeek op degenen die je opa of oma in het rusthuis verzorgden. Er is 50 % kans dat deze mensen nu meer respect vanuit de samenleving zullen krijgen. Dat de politici hun grote fout uit het verleden zullen rechtzetten en meer geld in ons zorgstelsel zullen pompen, meer personeel zullen aanvaarden, meer bedden op intensive care zullen hebben, geen mondmaskervoorraden zullen laten vernietigen… Er is  50% kans dat een aantal zorgverstrekkers, na deze crisis, een ander pad kiezen. Misschien hebben ze even genoeg van al dat leed en sterven. Misschien merken ze dat ze daar toch niet voor weggelegd zijn. Misschien hadden ze last van te veel stress. Misschien liepen ze elke avond al huilend naar huis.   Hoofdstuk 3 : eenzaamheid Eenzaamheid was een ander effect van deze crisis. Terwijl we vroeger elkaar voorbij liepen op straat, in de lift, in de hal van het flatgebouw, had je nu meer dan ooit elkaar nodig ! Leerde je nu je buren pas kennen ? Die oudjes van nummer 110 ? Leerde je nu op wie je wel en niet kon rekenen ? Leerde je nu wat je samen kon bewerkstelligen ? Er is 50 % kans dat je nu wat meer tegen je buren zal praten, dat je elkaar wat meer zal helpen. Nu pas was solidariteit echte solidariteit. Solidariteit om voor de ouderen uit je buurt boodschappen te doen, solidariteit om je als vrijwilliger op te geven om mee voedselpakketten te maken of de gaarkeukens voor daklozen te gaan ondersteunen. Solidariteit om eens naar een eenzame ziel te bellen. Solidariteit om elkaar te helpen je aan de regels te houden. Solidariteit om elkaars kinderen op te passen of bij te scholen. Solidariteit om eindelijk eens het geweld van je buurman tegen zijn vrouw en kinderen te stoppen.   Hoofdstuk 4 : de omgeving Het was rustig op de baan, geen files ! Het was stil in de tuin, alleen de vogels hoorde ik fluiten Het was stil in huis, de telefoon van de zaak rinkelde niet ! Terwijl we vroeger naar het werk en de school rushten en urenlang in de files stonden, kon je nu op je dode gemak opstaan, ontbijten, van de krant genieten vooraleer aan de slag te gaan. Er is 50% kans dat je nu geleerd hebt om wat te onthaasten, om wat relaxter door het leven te gaan, om van elke bagatel geen olifant te maken, om eens te laat te komen op een vergadering en te durven zeggen dat je eerst je kind naar school wou doen. Misschien wil je nu wel eens zelf groenten kweken in je tuin, misschien denk je eraan halftime te gaan werken, misschien wil je nu meer quality time met de familie, misschien ga je je kinderen nu zelf onderwijzen...       Hoofdstuk 5 : relaties Hoe heb je deze crisis overleefd ? Hoe bracht je het er vanaf als koppel ? Hoe bracht je het er vanaf als alleenstaande ? Hoe was je relatie tot de kinderen ? Lukte het een beetje ? Of had je voortdurend ruzie ? Leerde je nu wat praten betekent ? Leerde je nu luisteren naar anderen ? Leerde je nu dat kinderen ook een stem hebben ? Leerde je nu je huisvrouw meer waarderen ? Er is 50% kans dat koppels leuke herinneringen aan vroeger ophaalden wat zorgde voor meer warmte ten opzichte van hun relatie en meer positieve gevoelens. Dat ze elkaars ruimte leerden respecteren of alleen een wandeling gingen maken of op zoek  naar eigen projecten gingen en hun partner aanmoedigden om hetzelfde te doen. Dat ze voor de eerste keer leerden onderhandelen over de opvoeding van de kinderen of naar de stem van de kinderen in het geheel luisterden. Misschien zagen ze nu pas de stress waaronder ze leefden. Of zag je als alleenstaande dat je toch maar alleen was en toch graag iemand in je leven zou willen om het te delen. Zag je nu dat vrienden alleen niet genoeg was. Of misschien vond je nu je ultieme droom, de hobby waar je al jaren van droomde maar waar je zogezegd nooit tijd voor had. Of die al jaren uitgestelde taak. Of merkte je nu die ene vriend op, die je vergeten was, maar die nu aan je dacht en je regelmatig mailde of telefoneerde, die je oppepte als je hoorde dat sociaal contact wel het langst op zich zou laten wachten, nog veel later dan de winkels open gingen.   Hoofdstuk 6 : de media Hoe bleef je op de hoogte van de crisis ? Hoe wist je welke maatregelen op te volgen ? Hoe bleef je in contact met opa en oma ? Hoe betaalde je in de supermarkt ? Leerde je nu hoe handig die smartphone is, die je ooit cadeau kreeg van je kinderen maar ergens ver weg achteraan in de kast had weggeborgen ? Leerde je nu eindelijk eens die startknop van je pc indrukken ? Er is 50 % kans dat je in 2 maanden tijd zoveel digitale tips en trucs hebt geleerd dat je zo in een hightech job zou kunnen starten. Dat je als jongere je pa, ma, opa, oma iets kon leren dan altijd naar hun weetjes te moeten luisteren. Dat je nu eindelijk eens dat plastic kaartje van de bank of de pcbanking zou gebruiken omdat je wel moest. Dat de rol van de generaties plotseling een draai van 360 graden maakte. Dat je je lang opgepotte geld eindelijk eens nuttig kon besteden toen je zoon, dochter plotseling technisch werkloos werd en niet wist van welk garen wol te spinnen.       OF   Hebben we helemaal niets geleerd ? En snellen we terug naar het “normale doen” om alles weer snel te vergeten TOT een volgend virus aan onze deur komt kloppen. En ...staan we weer allemaal netjes in de file... En ...kijken we weer neer op de witte schorten…. En....lopen we weer ons benen van onder ons lijf voor onze baas…. En….vergeten we weer wat een goede huisvrouw ze is en welke lieve kinderen en werken we onze stress weer op hen af…. En...laten we de eenzamen maar weer eenzaam zijn…. En….is armoede weer hun eigen schuld…. En… zitten we weer liever op ons geld dan het uit te delen…. En….staan die oudjes van nummer 110 weer in de kou …   EN EN  EN EN EN EN EN  EN EN EN EN EN DAAR IS COVID -20 !                           l                                      

Multa
10 0

Thuiswerken, efficiëntere gezondheidsorganisatie, en een eerlijker belastingsysteem

De voorbije weken hebben ons, soms pijnlijk, soms zeer aangenaam, geconfronteerd met de tekortkomingen van ons samenlevingsmodel. Een andere maatschappij creëren van de ene op de andere dag is onmogelijk, maar enkele maatregelen kunnen ons al een heel eind verder helpen.   Veralgemeend thuiswerken: Plots zijn we met zijn allen beginnen thuiswerken. Voor de mensen die in de stad leven werd het verplaatsen binnen de stad plotseling weer mogelijk. In de eerste plaats te voet of per fiets, dankzij verbeterde veiligheid en luchtkwaliteit. Ook het openbaar vervoer werd plotseling heel aantrekkelijk want niet overvol meer. En tenslotte het sporadische gebruik van de auto, bv voor het ophalen van zwaardere of meer volumineuze zaken, was plotseling geen frustrerende en zenuwslopende activiteit meer. Tegelijkertijd merkten vele werkgevers dat de productiviteit van hun werknemers niet daalde, in tegendeel. Eén van de redenen is dat iedereen zijn werkuren kan organiseren zoals het hem best uitkomt, en niet aanwezig moet zijn op kantoor op het moment dat hij of zij bv. liever met de kinderen zou bezig zijn. Een studie gepubliceerd in The Economist geeft aan dat in Londen het aantal werkmails is afgenomen tussen 10 en 17 uur maar sterk is toegenomen tussen 7 en 10 en tussen 17 en 21 uur. De cijfers voor Parijs zijn gelijkaardig.  Ook heeft iedereen enorm veel tijd gewonnen door niet meer naar en van het werk te moeten reizen. Een veralgemeend thuiswerken betekent niet dat iedereen heel de tijd van thuis uit zou werken. Dat is niet haalbaar, en niet wenselijk. Maar in vele functies kan men zich nu voorstellen dat men 3/5 of 4/5 thuis werkt. Dit zou ook de “footprint” van de bedrijven sterk verlagen en dus bijdragen om de CO2 normen te halen. Wij pleiten voor een wettelijke verplichting van thuiswerken. Reorganisatie van de gezondheidszorg De Covid19 crisis heeft ons met de neus op de feiten gedrukt: Er zijn in ons land 6 ministers bevoegd voor de zorg. Men heeft gelukkig snel gemerkt dat dat niet werkt, en het beleid tijdelijk terug gecentraliseerd. De huidige crisis kan een breekijzer zijn om de zorg efficiënter te organiseren.  Centrale aansturing borgt gelijkmatige kwaliteitscontrole, solidariteit en forse besparing.  Hierbij moet gestreefd worden naar het herstructureren van de ziekenhuissector, naar netwerken (staan al 4 jaar in de steigers), met als doel het optimaal gebruik van de middelen en kennis. Landelijke centrale aankopen van medicatie of apparatuur kan kostenbesparend zijn.   Dit moet gepaard gaan met een betere financiële appreciatie van verpleegkundigen (o.a. ten koste van inkomens van artsen), en betere financiering van ziekenhuizen, woon en zorgcentra, psychiatrie en gehandicaptenzorg De financiering kan, naast de hierboven aangegeven besparingen door verhoogde efficiëntie, gebeuren door de tweede opinies niet terug te betalen en door de afschaffing van de mutualiteiten.   Een andere fiscaliteit: De lage olieprijs is een opportuniteit. Door de prijzen aan de pomp niet te laten zakken, en de winsten die hierdoor ontstaan te innen voor de staatskas. In de praktijk betekent dat het verhogen van de accijnzen op brandstof. Maar dat ligt heel gevoelig want dat was de basis van de gele hesjes beweging. Dus het moet onderdeel zijn van een globale aanpassing van de fiscaliteit. Principes: -       Minder belasting op arbeid en andere vormen van welvaartscreatie -       Hogere belasting op alle vormen van (niet essentiële) consumptie, gecompenseerd door hulp aan de personen met minder middelen. -       Hogere belasting op schenkingen en erfenissen om terug te komen tot een maatschappij met gelijkere kansen aan de start. -       Hogere transparantie van het systeem, zodanig dat belastingontduiking door het inhuren van fiscalisten niet meer rendabel is. Concreet: -       Belasting op inkomsten uit arbeid en sociale zekerheidsbijdragen sterk afbouwen, zeker de lagere schijven. -       Vennootschapsbelasting sterk afbouwen. De belastingen op de bedrijfswinst worden sowieso doorgerekend in de prijs van de producten, dus het is de consument die de vennootschapsbelasting betaalt. De winsten die geherinvesteerd worden zorgen daarenboven voor welvaartscreatie (o.m. via nieuwe jobs). Enkel de winsten die uit de onderneming gehaald worden (bv. in de vorm van dividenden) moeten getaxeerd worden. -       Het opnieuw invoeren van een effectieve successiebelasting (voor de hogere vermogens) -       Algemeen basisinkomen voor elke burger (marginaal belast in de inkomstenbelasting) mits afschaffing van leefloon en werkloosheidsuitkeringen. -       Hogere belasting op de (luxe) consumptie (bv belasten van de kerosine van de vliegtuigen en zware stookolie van de cruiseschepen) -       Afschaffen van alle subsidies aan bedrijven -       Afschaffen van allerlei “belastingvoordelen” (voor de hypotheekrente van een eerste huis, voor zonnepanelen, voor een “vriendenlening”, ...) en subsidies voor particulieren    

benhoudmont
5 0

dierbare vijand.

Ge spreekt af. Na jaren. In hetzelfde café, steeds hetzelfde café. Niemand die weet hoe de avond zal verlopen. Ik niet en jij niet mijn vriend. Mijn maatje, mijn partner in crime in gedachten. Ik drink wat, want drinken verzacht de pijn van het zijn. Door beslagen ramen tuur ik over de rivier die vlak voor het café gesmeten ligt. Nergens ben je te zien. Je had niet hoeven afspreken. Ik snap het wel: tien jaar laat ik niets van mij horen en plots wil ik persé die zaterdagavond afspreken. Dan, vanuit de mist verrijs je. Nog steeds dezelfde kleren lijkt het wel. Nog steeds dezelfde snit. We veranderen continu en eigenlijk blijven we gelijk. Dat is onze bottomline. Hulde! Je schrijdt het café binnen, zelfzeker kijk je me aan. We zijn evenwaardig, ooit waren we beste vrienden. Het kan niet anders, fuck, dan dat we evenwaardig zijn. Je bestelt bier. Ik ook. Veel bier. We gaan buiten roken. Ik doe dat eigenlijk al twee jaar niet meer. Maar ik ga ervoor. Ik inhaleer zachte trekjes van een te zware sigaret. We praten maar komen amper uit onze woorden. De jaren bier worden ons daar en dan bijna fataal. Dat ik op je trouw was wist je niet meer. Maar ik wel. Jouw scheiding heb ik niet meegemaakt. Dat je op de dag dat mijn eerste kind geboren werd er was wist je niet meer, ik wel. Uw fucking oor hing er bijna af en je moest dringend naar de spoed. Dat trof, mijn vriendin moest kopen. Dat ik nog alles weet is jouw conclusie. Ik vergeet niets. We zijn eilanden, drijvend op zoek naar herinneringen en geschiedenis. Dat vind ik. Ik weet nu al dat ik nooit meer zal drinken. Niets meer, maar vandaag is de avond nog jong. Of ik nog drugs doe? Gelegenheid maakt de dief. Niet? Dus blowen we. Ik neurie iets dat lijkt op grunge. Je lacht. We drinken. Dus snuiven we. Vanavond gaan we kapot. Onze knieën zwengelen mee met god weet welke kutband. Het is een plaat dus het maakt niet uit. Het is verdomme koud en het waait. Dat we na vandaag toch nog moeten afspreken. Zouden we niet toch nog afspreken? Morgen als het kan. Maar het kan niet. Ik kan niet en jij ook niet. We struikelen waggelend naar de bar en smiespelen de barvrouw toe dat we drank willen: shotjes. Het is altijd maar kapotgaan. Ik vraag of je die nog kent? Wie? Die zelfmoord pleegde in ons klas door van een hotel te springen, vlak voor de examens. Dat ik daardoor mijn ouders kon wijsmaken dat ik er niet door was. Maar je weet het niet meer, ik wel, want ik weet nog alles, weet je dat nog? Eerder op de avond al gezegd. Het gaat van kwaad naar afgezaagd. Naar spaghetti aan het veer. Puisten op de kermis. Tegenwind naar Terneuzen. Boeken die er toe toe toe doen. Jij en ik. Ooit, altijd samen. Lachen gieren en brullen. Ik probeer, jij probeert. Maar er is iets fundamenteels verandert. Het leven heeft ons ingehaald. Het leven heeft ons pootje lap gedaan, jou iets meer, toegegeven. Ik draai en hang wat rond een barkruk die zo nu en dan net goed lijkt te staan om op te gaan zitten. Om dan toch finaal op de grond te eindigen. We moesten maar eens gaan of niet, nog eentje. Fuck, alle vrouwen zijn zot. Dat ze het niet zien. Ja, ze zien het niet. Hier niet, nergens niet, nooit niet. Er zijn nooit maskers geweest beseffen we nu. We zijn wie we zijn. De maskers zijn voor de anderen, de goegemeente met hun goede bedoelingen en hun verwachtingspatroon. We passen er niet in, weten we nu. Nooit niet, nooit gedaan. Pootje lap verdomme. Maar we rechten vanavond onze rug. We zijn een soort eeneiige tweeling. Dat gedoe, dat brother from another mother, wij hadden dat al eeuwen geleden. Eeuwen zeg ik u. Maar dan nog, wat maakt het uit. Barbecue en daarna boterhammen met salamie. Pukkelpop en uw tent kwijt zijn. Ik kan wel janken. Ik jank! Jij niet, je weet niet wat te doen. Je probeert een schouderklopje. Dan ga je pissen. Ik niet. Ik kijk je na. Drink onze twee shotjes en pinten in een ijltempo op, zoek mijn jas, geef de barvrouw vijftig euro en zeg haar dat de man met wie ik vanavond was de rest van de nacht mag drinken op mijn kosten. Ik sukkel op mijn fiets, kijk om in de bedampte ramen. Je komt uit het toilet en zoekt me. Ik geef plankgas, niet moeilijk. Rechtdoor altijd rechtdoor. Ik val en breek mijn beide knieën, het wordt wachten op een ambulance. Net voor ik het niet meer houd van de pijn en in zwijm val glimlach ik en denk: ik wist alles nog.

Gabriel Rooms
14 1

Leve de democratie ! Aan de slag: verplichte regeringsvorming.

Aan Zijne Koninklijke Hoogheid Monseigneur Prins Laurent van België Monseigneur Daar U als broer van Zijne Majesteit de Koning zich voorzeker de durf en moed aan de dag wil leggen om hem mijn advies te overhandigen in zijn moeilijke taak als organisator van de regeringsvorming. In het verleden heeft U, Monseigneur, reeds getoond dat U het lef heeft om de platgetreden koninklijke paden te verlaten. Misschien moet U in deze monarchale crisis Uw grote broer toch maar terzijde staan; steunen en stutten. Op hoop van zegen; de wanhoop voorbij met dit, mijn, ons mooie landje. Hop met de monarchie ! Hup, hup met de democratie ! Mijn plan is klaar en eenvoudig uit te voeren. Het is een preventief plan om na de volgende verkiezingen gelijkaardige werkonwilligheid te voorkomen. . Monseigneur, hopelijk kan u Zijn Majesteit de Koning, uw grote broer, er toe aanzetten om mijn voorstel ter harte te nemen. Ik wens hem hierbij goede moed om zijn / onze politici hiermee écht aan het werk te krijgen. Voorzeker kan humor hierbij behulpzaam zijn om uw broer te overtuigen :) . ( ZAZA-cartoon dd 16.01.2020 ) Van harte, uw onderdaan Theo Loog De Stille TheoLoog.DeStille@gmail.com Bijlagen: Essay – Probeersel – Advies tot Verplichte Regeringsvorming. In conclaaf ! NU ! AANVULLING – OVERZICHT procedure Bijlage: 1.       Essay – Probeersel – Advies tot Verplichte Regeringsvorming Essay – Probeersel – Advies tot Verplichte Regeringsvorming van door ons verplicht - democratisch verkozen – parlementariërs; die zich al (bijna) negen maand lang werkonwillig opstellen. Laat ons het effenaf een werkstaking of lock-out van de democratische werking van ons land noemen. Deze moedwillige werkweigering, dit bewust ontlopen van hun verantwoordelijkheid, die ze zelf wensten op te nemen door zich verkiesbaar te stellen, moet dringend gestopt worden. De verkozenen zetelend in het parlement dienen verplicht te worden om onmiddellijk hun werk te hervatten. Deze zelfde politici of hun partijgenoten voorgangers hebben nog niet zo lang geleden een wet gestemd om een staking van werknemers te kunnen breken door een minimum dienstverlening te voorzien. Zo dwingen ze de werknemers om vooraf een verplichte keuze te maken: staken of werken? Voor het breken van andere stakingen hebben ze de werkgevers de mogelijkheid geboden om werknemers op te eisen, om stakingspiketten gerechtelijk te laten verwijderen, om werknemers te verplichten, ongeacht de omstandigheden, hoe moeilijk, hoe onmogelijk, hoe stressvol ook toch hun werk op te nemen en uit te voeren. En zo nodig moeten ze berecht worden en met fikse bedragen beboet worden. Maar zoals zo vaak zorgen ze er voor dat deze werkwetten niet gelden voor hénzelf. Zij mogen alle onzinnige excuses blijven herhalen en rond echoën: “Het water is te diep. Er moet nog verder gepraat worden. We willen eerst nog rond de tafel gaan zitten.” Welke ondernemer zal ooit dit geduld opbrengen om zijn werknemers volle pot te betalen – (bijna) negen maanden lang om zonder resultaat te blijven bazelen met elkaar, zonder ook maar één meter te vorderen, terwijl het werk zich blijft opstapelen, de problemen blijven aangroeien. Voor parlementsleden kan dit wel, kan dit steeds weer. Herinner u ook de pensioenhervorming van de vorige pas geïnstalleerde Vlaamse regering. Het stond in geen enkel regeerprogramma tijdens de verkiezingsrush. Maar zodra de regering gevormd was werd er onmiddellijk ‘werk’ van gemaakt: alle werknemers – zonder onderscheid van leeftijd of werktijd - zouden langer moeten blijven werken, minder pensioen gaan ontvangen – maar niet zo voor de reeds aan de macht zijnde meute politici. Zij zouden hun pensioengeld, hun jonge pensioengerechtigde leeftijd wél behouden. Rechtgeaarde politici moeten het voorbeeld geven, nu, altijd ! Dus heren, dames, niet-werkende maar toch zeer goed betaalde politici, ga NU aan de slag: vorm een regering – welke ook, hoe dan ook.   Zo niet zal ik u via de rechtbank hiertoe moeten opeisen, alle 150 ! Majesteit, sta mij toe u te smeken de verkozenen des volks, politici, te verzoeken mijn advies ten zeerste ter harte te nemen. Mocht u er niet in slagen de politici tot rede te brengen, dan zie ik me genoodzaakt mijn advies aan alle burgers van dit land en aan het gehele middenveld over te maken. Hopelijk moet de bevolking van dit land niet overgaan tot een gedwongen werkopvordering van zijn verkozenen om tot regeerwerk over te gaan. Want dan moeten we hen misschien wel als kardinalen in conclaaf samenroepen en opsluiten in volledige afzondering. Dit betekent: zonder gsm of enig ander communicatiemiddel. Zonder mogelijkheid te overleggen met wie ook, tenzij onderling met de 150 verkozenen. Zonder contact met familie, kennissen, vrienden, partner(s) of sexgenoot(e) hoe ook – tot dat de witte rook opstijgt en u onder elkaar een regering gevormd heeft; een regering mét een plan, een regeerakkoord (akkoord of niet) wel te verstaan. Om een snelle regeringsvorming na verkiezingen in de toekomst afdwingbaar te maken wil ik volgende preventieve maatregel voorstellen ter voorkoming van werkwegering door politici.  Best wordt deze maatregel zelfs in de grondwet opgenomen. Deze maatregel zou door gewone meerderheid misschien al in de Senaat geagendeerd en in bespreking kunnen genomen worden en ingediend als gewoon wetsvoorstel in het parlement. Financiële maatregel werkonwillige parlementariërs – niet aanstelling van een ministerraad die de gestemde wetten ook uitvoert. Wat is de zin van een parlement als de gestemde wetten niet kunnen (willen) uitgevoerd worden door de onwil van deze parlementairen om onderling ministers aan te stellen? Zolang er na een verkiezing door de verkozenen géén regering is gevormd zal het loon van de parlementariërs elke maand met 10% verminderd worden, zodat na 10 maand de teller op nul euro loon staat. En vanaf de tweede maand kan er geen enkele onkostenvergoeding (waarvoor zou men onkosten gemaakt hebben als men niet wenst te werken?) ingediend worden. Ook nadien niet met terugwerkende kracht ! Alle poorten dicht a.u.b. . “Teken samen met ons de TWEEDE burgerwet: politici: aan het werk NU: Regeer !” Ondertussen onderneem ik de nodige stappen om Zijne Majesteit de Koning bij te staan door mijn oproep ook kenbaar te maken aan alle Belgen met alle mogelijke middelen. En bovendien lanceer ik een oproep aan alle Belgen om de politici met een burgerwet te dwingen om een regering te vormen; net zoals zij werkgevers de macht gaven via wetten om werknemers te kunnen dwingen tot werken bij staking van werk. Net zo zullen wij, de ‘werkgevers’ van de politici, onze werknemers in politiek, dwingen tot werken. Een oproep naar het voorbeeld van PvdA : “ TEKEN SAMEN MET ONS DE EERSTE BURGERWET 1.500 euro minimum-pensioen”, aan alle burgers om onze politici te dwingen om voor alle burgers een degelijk pensioen te voorzien en niet alleen voor zichzelf; inspireert mij om ook 150.00 handtekeningen te verzamelen: Van harte, uw onderdaan Theo Loog De Stille TheoLoog.DeStille@gmail.com   Bijlage: 2.                                                                      In conclaaf ! NU ! Setting. De verkozenen des volks, politici, worden als kardinalen in conclaaf samengeroepen en opgesloten in volledige afzondering. Dit betekent: zonder gsm of enig ander communicatiemiddel. Zonder mogelijkheid te overleggen met wie ook, tenzij onderling met de 150 verkozenen. Zonder contact met familie, kennissen, vrienden, partner(s) of sexgenoot(e) hoe ook – tot dat de witte rook opstijgt en u onder elkaar een regering gevormd heeft; een regering mét een plan, een regeerakkoord (akkoord of niet) wel te verstaan. Doel. Rechtstreekse gedwongen verkiezing door het parlement van 150 van: ten hoogste 15 ministers. De eerste minister eventueel uitgezonderd, is de federale regering samengesteld uit evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen. Daar kunnen ook nog staatssecretarissen aan toegevoegd worden. Elk van de HUIDIG verkozen parlementsleden kan zijn/haar kandidatuur indienen tot minister mét één ,twee, max drie voorkeuren van ministerposten (zie huidige verdeling posten). Na de stemming kan er onderling nog met unanimiteit van de hele regering en na bevestiging van het parlement met eenvoudige meerderheid nog van bevoegdheden geheel of gedeeltelijk geruild worden. De stemming kan in één of twee ronden georganiseerd worden. Indien alle 15 ministers elk 10 stemmen hebben in er maar één stemming nodig. Maar waarschijnlijk is een tweede (of mogelijk derde of … ) ronde nodig om tot een volledige regeringsaanduiding van ministers te kunnen komen. Eerste ronde. In de eerste ronde worden alle kandidaten die zich aandienden verkiesbaar opgenomen in alfabetische volgorde. Bij de eerste ronde worden de kandidaten reeds uitgeselecteerd die over minimaal 10 stemmen beschikken. De overige kandidaten worden overgeheveld naar de volgende ronde. Tweede ronde (en volgende) In elke volgende kiesronde worden slechts een beperkt aantal kandidaten opgenomen ten belope van het nog resterende aantal benodigde ministers. Zo bv indien in de eerste ronde reeds 5 ministers werden verkozen (min. 10 stemmen) dan kunnen in de tweede ronde slechts de eerste 7 kandidaten met de meeste stemmen toegelaten worden. In geval van exequos op de 7de plaats worden deze samen toegelaten. Zo worden er eventueel extra rondes georganiseerd totdat alle 15 ministers zijn geselecteerd. Eerste minister. Deze pas verkozen ministerraad zal voltallig met eenvoudige meerderheid een eerste minister uitkiezen als ook maximaal 3 vice-eerste-ministers. Deze eerste minister zal de eerste ministerraad voorzitten, nog tijdens het conclaaf achter gesloten deuren. Tijdens deze ministerraad worden de bevoegdheden onderling definitief toegewezen. Hierna zal deze eerste minister de pers te woord staan en de ministers en ministerbevoegdheden bekend maken. Dan pas wordt het conclaaf beëindigd en mogen de ministers en de 135 andere parlementsleden de afgeslotenheid van het conclaaf doorbreken. Veel succes ! En een spoedig herstel van de democratie gewenst ! Van harte, uw onderdaan Theo Loog De Stille TheoLoog.DeStille@gmail.com P.S. Elke partij met minder dan 10 zetels zal zich benadeeld voelen. Maar ook zij kunnen hun stem in het conclaaf laten gelden. Men spele het slim? 9 sp.as    8 GROEN   5 CDH   2 DéFI- samen met de reststemmen boven 10 of boven 20 (NVA) om ook deze stemmen te gelde te kunnen maken. AANVULLING – OVERZICHT PROCEDURE stap 1 Door interne selectie verkiezing van 15 ministers (inclusief éérste minister) stap 2 Na de interne selectie door verkiezing van 15 ministers is de volgende stap om de bevoegdheden vast te leggen voor elk van de 15 ministerdepartementen. stap 3 Definitieve toewijzing van de 15 geselecteerde ministers aan één van de 15 departementen. stap 4 Bekendmaking aan de koning van de resultaten. Eedaflegging bij de koning + voorstelling aan de pers.   Leve de democratie !  

Theo De Haes
1 1

Seksuele gezondheid LGBTQ anno 2019

Volgens onderzoek van Sciensano (https://www.sciensano.be/nl/pershoek/minder-hiv-diagnoses-maar-hiv-treft-diverser-publiek), daalde in 2018 het aantal hiv-diagnoses met 2% in vergelijking met 2017. PrEP lijkt daarbij positief bij te dragen aan de preventie van hiv en de daling van het aantal gevallen. (PrEP is een preventieve behandeling van mensen die geen hiv hebben maar wel een groot risico lopen op besmetting). Bij mannen die seks hebben met andere mannen zien we dezelfde neerwaartse trend, hoewel deze daling vandaag nog te miniem is om al te spreken van een serieuze ommekeer. Hoe kunnen we nu als gemeenschap verder nadenken en concreet pistes uitwerken om die daling van het aantal nieuw geïnfecteerde mannen die seks hebben met andere mannen (msm) verder te zetten, de juiste uitdagingen aan te gaan in een lange termijnvisie en onze gezondheid niet louter te minimaliseren tot hoe veilig of minder veilig we seks hebben. Homomannen hebben in het verleden zwaar met hun levens betaald in de strijd tegen aids. Niet alleen door het aidsvirus zelf; ook discriminatie en stigma hebben veel negativiteit in handen gewerkt en doen dat vandaag nog verder. Nog steeds blijven mensen bezorgd om over hun positieve status te communiceren. En nog steeds worden mensen op een negatieve manier op hun homoseksualiteit en homoaffiniteit gewezen. Wanneer we kijken naar de geschiedenis van aidspreventie in België en in het buitenland, stel ik vast dat we vandaag in een post aidstijdperk leven waarbij combinatiepreventie werkt (https://www.sensoa.be/hiv-belgie-feiten-en-cijfers). We komen van ver. Van heel ver, ook al lijken we meer en meer grip te hebben op hiv en aids, achter de term post aidstijdperk schuilt helaas ook weinig investering in de strijd tegen aids door de huidige jongere generaties. Wat heeft de strijd tegen aids ons voor, tijdens en na het ‘aidstijdperk’ bijgebracht? Wat deden we toen en wat doen we vandaag? Voor welke uitdagingen staan jonge holebi’s vandaag? Seksboeken van Goedele Liekens of Belle Barbé gaan dat niet veranderen, zij zetten meer in op seks als glamoureus modeverschijnsel dat je in alle kleuren en geuren overkomt. Ook al bulken deze boeken van geluk en genot en is hun positieve benadering een verademing in het landschap van boeken over seks, in se brengt hun literatuur niets nieuw bij aan het debat van iedere homoman en zijn (seksuele) gezondheid. De bibliotheek van heteroseks is meer dan compleet en is altijd al toegankelijk geweest in de leeshoek van iedere supermarkt. Ook hun schrijfsels over het lichaam vinden we terug in iedere medische encyclopedie. Elke heteroseksueel vindt wel zijn of haar antwoorden. Voor een jonge seropositieve homo is het vandaag nog steeds zoeken naar antwoorden die niet in de heterobibliotheek staan. Waarom is seksuele gezondheid voor homomannen vandaag nog zo belangrijk in de strijd tegen aids? Seksuele gezondheid specifiek voor mannen die seks hebben met andere mannen rust op het principe dat wanneer je aan aidspreventie doet, de aanpak en de visie ervan op een holistische manier benaderd wordt en dat gezondheid voor deze populatie niet enkel en alleen berust op hiv of aids. In dit post aidstijdperk waarvan ik in mijn denkpistes in het verleden al gewag over heb gemaakt, zijn we als groep, als gemeenschap uit een crisis geraakt die ons vandaag toelaat op lange termijn na te denken over die toekomst. Deze aanpak heeft gewerkt. Aan die dynamiek die de homogemeenschap toen aan de dag heeft weten te brengen moet vandaag een nieuw elan gegeven worden. Een nieuwe benadering in een holistische benadering van seksuele – en bij uitstek ook fysieke, psychologische, sociale en emotionele gezondheid, kan niet meer enkel en alleen gefocaliseerd zijn op negatieve benadering die msm zouden hebben in hun gedrag of hun psychologie (zoals : homo’s zijn niet in staat om…, homo’s kunnen niet…); we moeten veeleer verder bouwen op de positieve successen en de expertise die een hele gemeenschap doorheen maatschappelijke en ook politieke stormen heeft weten op te bouwen. Het collectieve binnenin de holebigemeenschap en de sociale verbintenis vindt zijn oorsprong niet bij ouders of familie. Het deel van iemands identiteit dat homo is, komt van de sterkste, meest pure menselijke drift : verlangen. De holebigemeenschap is geen gesloten of op zichzelf geplooide gemeenschap. Het is een gemeenschap die haar gelijke vindt in seksuele, amoureuze, sociale en recreatieve praktijken en die een eigen positieve identiteit opbouwt. Fierheid is in onze gemeenschap van groot belang. En ook al is onze gemeenschap doorheen de jaren veranderd en geëvolueerd (homo’s uit de jaren 70 zijn niet dezelfde homo’s als homo’s uit de volgende decennia), je kan geen publiek gezondheidsbeleid voeren dat stigmatiserend werkt, waarbij je bepaalde (seksuele) praktijken en (seksuele) contexten of specifieke identiteiten gaat veroordelen en moreel gaat verwerpen. Ook de huidige normalisatie tot stand gekomen door het homohuwelijk en adoptie staat een eigen identiteit niet in de weg. Integendeel. De holebi-gemeenschap is vandaag een erg diverse gemeenschap met specifieke noden, eigen belevenissen en benaderingen, ten spijt van gevaarlijke politiek waarbij nog steeds het oubollige traditionele man-vrouw schema als hoeksteen van de maatschappij geldt. Ook al roepen deze vaandeldragers van de moraal heel luid niet tegen holebi’s te zijn, het blijft negatieve politiek die de meest kwetsbare binnenin de maatschappij en de gemeenschap grote schade berokkent. Onze gemeenschap kent ook individuen met migratieachtergrond, er zijn mannen die zonet naar België zijn gekomen, in trauma leven en voor wie hiv/aids nog steeds een groot taboe is. Ook deze groep verdient speciale aandacht binnen een seksueel gezondheidsprogramma. De homogemeenschap gaat doorheen alle culturen. Seksuele gezondheid voor LGBTQ+ behelst de veelvoud en de culturele diversiteit van de manier waarop gays hun seksualiteit beleven en het is ook in hun belang om binnenin een globale visie rekening te houden met verschillende vormen van sociabiliteit, van plezier, van kennis en van hun capaciteit voor zichzelf te zorgen. Seksuele gezondheid is er veelzijdig en kan niet gericht worden op een unitaire – meestal medische – aanpak of heteroseksueel georiënteerde benadering. Een denkpiste is hier niet op zichzelf terugvallen, als groep of als individu maar om de pijlen van de toekomst te richten op beleid en politiek die de mensen en de meest kwetsbare van ons in hokjes duwt en het welzijn van holebi’s ondermijnt. Het is ook denken aan een seksueel gezondheid centrum voor holebi’s, het versterken van het contact met de arts en onze gezondheid steeds in het licht van onze eigen belevenissen te houden. Het is aan onze gemeenschap om hier de dynamiek te brengen en het werk niet over te laten aan zogenaamde professionelen die het wel goed voor holebi’s hebben maar seksualiteit uniformiseren en reduceren tot een klassiek man-vrouw patroon. Het werk moet opnieuw van binnenuit komen, vanuit onze eigen gemeenschap. Seksualiteit bij msm is niet dezelfde seksualiteit als bij hetero’s. Punt aan de lijn. Tenslotte moeten we als homogemeenschap waakzaam blijven over onze eigen gezondheid en wanneer we spreken over seksualiteit bij homomannen, moeten we het niet altijd enkel en alleen hebben over het aantal infecties te vinden bij msm maar we moeten ook andere vragen die ons bezighouden durven stellen. We moeten blijven werken aan onze toekomst en de beste bewakers blijven van onze levenskwaliteit, met of zonder hiv. We moeten alert blijven dat een hele maatschappij, politiek en sociaal, onze praktijken niet veroordeelt en ons reduceert tot oneliners als “Ja maar, ze hebben het zelf gezocht”. Laat ons positief blijven, fier ook, op hoe we na bijna 40 jaar strijd tegen aids ons eigen leven verder zelf bepalen, in onze seksualiteit, in onze affiniteit, in onze homoseksualiteit. Seropositief of seronegatief. Ik schrijf voor Zizo Magazine, ik ben sexpert in lgbt issues en ik studeer seksuologie. Ik ben ruim 30 jaar werkervaren in (seksuele) gezondheid bij holebi’s en ik pleit voor positieve (seksuele) gezondheid bij holebi’s, voor en door holebi’s.

Erwin Abbeloos
0 0

De ui

Als alles altijd leeg was zou er ook geen nood zijn aan een omhulsel. Zo efficiënt is de natuur wel. Omhulsels vervullen verschillende functies: ze beschermen iets essentieels (bv. onze ribben, een zaaddoosje van een klaproos of het omhulsel van een kokosnoot). Wie een ui pelt komt uiteindelijk uit op zijn groeipunt. Alle lagen er rond vormen reservevoedsel. Als je die lagen verwijdert, kan de ui echter niet meer uitgroeien tot een sterke plant. Als we onze eigen lagen afpellen komen we ook zoiets tegen. Moeten we wel iets proberen afpellen dat op zijn eigen tijd wel zal ontluiken?   Niet vanbuitenuit, maar van binnenuit komen groei-impulsen. Wie een rups ontleedt, zal daar geen vlinder vinden. De kern van alles is niet niets, maar is evenmin tastbaar. Toch kan leegte nuttig zijn - leegte voorkomt verstopping, en zorgt er voor dat iets kan stromen. In onze geest zorgt leegte er voor dat creativiteit kan stromen. In ons hart zorgt leegte er voor dat Liefde zich er kan nestelen.   Liefde heeft heel ons hart nodig en wil het zelf kunnen inrichten. Waar vooropgestelde voorwaarden zijn zal zij niet kunnen blijven. Liefde is volkomen vrij en gehoorzaamt geen enkele meester. Doch eenmaal zij zich in ons hart genesteld heeft zal zij nooit meer vertrekken. Van binnenuit kan zij ons leven en de wereld veranderen. Zij gebruikt hiervoor ons hele wezen - maar enkel als wij ons aan haar kunnen overgeven. Daar waar weerstand is, kan zij niet stromen. Leegte is dus heel belangrijk - en in de meeste gevallen de beste keuze. Maar niet alles is leegte.   Leegte is slechts een voorwaarde om het onvoorwaardelijke te kunnen ontvangen - en weer doorgeven.

Anupana
0 1

Nil Desperandum

Voor mijn vrienden, wier leven in gevaar is   Zij wonen op en in de bermen langsheen de N49, 1 van de laatste plekken waar zij nog kunnen overleven in een landschap dat voor hen als een woestijn geworden is. In de laatste 100 jaar zijn zij hun grootste vrienden en bondgenoten kwijtgeraakt – de laatsten onder de mensen die in onze streken nog in de natuur leefden. In hun velden, hooilanden, houtkanten, poelen, bosjes en akkers was het nog veilig en goed leven.   De komst van de agro-industriële landbouw heeft hun leven echter enorm veranderd. Velen redden het niet. Talloze boeren moesten met lede ogen toezien hoe hun levenswijze opeens onmogelijk geworden was. Met pijn in het hart verbraken zij de eeuwenoude overeenkomst met Gors, Leeuwerik, Putter, Hooibeestje en Bunzing. Korenbloem en Klaproos waren niet langer welkom in de graanakkers. Parelmoervlinders en Dambordjes verdwenen voorgoed uit de hooilanden. Het leven op het land werd vermoord, en de boeren waren in stille rouw. Zij waren gedoemd om voortaan door het leven te gaan als de beulen van de moderne tijd, die vele onschuldige levende wezens de dood injoegen, onder luid gejuich van de vooruitgangspredikers, die het in de coulissen op een akkoordje gegooid hadden met de grootindustrie.   Met dezelfde pijn zag ik de lievelingsboom van de Ijsvogel boven de Ede plaats maken voor steen en beton. Netjes opgeruimd en kil, zoals het hoort. Hoe de laatste leefgebiedjes van een vrolijk maar vergeten oranje vlindertje werden verkaveld. Nog steeds ga ik gebukt onder het schuldgevoel de enige vriend te zijn geweest die zij hadden, terwijl ik niets heb ondernomen om hun ondergang te voorkomen. Hopelijk vlieg je toch nog ergens rond in een vergeten bremstruweel, liefste Oranje bremspanner. Hoe 1 van de leefgebieden langs het Leopoldskanaal van enkele van mijn dierbare vrienden na jarenlang goed beheer aan zijn lot werd overgelaten, waardoor de braamstruwelen oprukten en zij er niet langer konden overleven, zonder dat er een andere plaats was voor hen om naartoe te gaan. Zij waren met vele duizenden: vuurvlinders, dagpauwogen, atalanta’s, sint-janskruidspanners, bruine blauwtjes, argusvlinders, zandoogjes en zoveel meer. Zij waren mijn beste vrienden in die tijd, en ook hen liet ik in de steek.   Deze vrienden zijn herinneringen aan de wortels van onze cultuur. Zij vertellen elk hun eigen verhaal – verhalen waar echter niet meer naar geluisterd wordt, door de enorme ruis die onze gejaagde samenleving voortbrengt. Nietsvermoedende automobilisten razen me verbaasd voorbij wanneer ik bij mijn vrienden langs de Expresweg op bezoek ben. Voor hen bestaan zij al niet meer – zij hebben geen plaats meer in hun leven, laat staan dat zij hen ‘vrienden’ zouden noemen. De berm is een plaats waar automobilisten niet willen terecht komen, het is hoogstens een plek waar zij hun afval denken kwijt te kunnen of snel even een plasje kunnen doen alvorens weer verder te reizen, als onrustige nomaden op zoek naar een oase van geluk, die echter keer op keer een luchtspiegeling blijkt te zijn.   Dit is een pleidooi voor mijn vrienden, die ook recht van leven hebben. De meest prominente onder hen is de Vijfvlek-sint-jansvlinder. Met vele honderden leven zij langs het korte stukje wegberm tussen de Expresweg en de Rapenbrugstraat Noord, samen met enkele tientallen vuurvlinders, bruine blauwtjes en icarusblauwtjes. Ook nu weer zijn zij in gevaar door de nakende uitbreiding van de nomadenroute. Hun overleving staat op het spel, en weer ben ik hun enige vriend. Dit hoeft echter niet zo te blijven. Misschien wil jij hen ook wel wat beter leren kennen, en klikt het wel als je hen ontmoet. Ze wonen misschien ook nog in jouw buurt. Ze kunnen in elk geval meer vrienden gebruiken – zij zitten immers niet op facebook.    

Anupana
0 0

Huiswerkopdracht: Bloemlezing

Boek ‘Bloemlezing uit de gedichten van Piet Hannes (1902-1969)’ door Lode Certonck (Brussel 1947)   Lode Certonck is met dit boek niet aan zijn proefstuk toe. Eerder schreef hij al een bloemlezing uit de gedichten van Cor C de Kloten (1890-1941) en becommentarieerde hij het werk van Paul Snoek (1933-1981). Deze bloemlezing, voorzien van een voorwoord, is het eerste belangrijk naslagwerk van de twintigste-eeuwse dichter Piet Hannes. Het is de derde herziene druk. Prof. Certonck doceert Duitse en Nederlandse filologie aan de universiteit van Nijmegen en is in zijn vrije tijd hobbykok.   Gedicht uit 1914   Pwook pwook Tok tok toaak Kukkelekuu uuh uuh Tok tok tok toaak Kukkelekuu Pwooak pwooak Tok tok tok tooak Kukkelekuu   Dit gedicht dat de heer Hannes op twaalfjarige leeftijd schreef, bewijst zijn genie. We kunnen Piet gerust een wonderkind noemen en we zijn blij dat men zijn eerste opstellen en gedichten bewaard heeft. Ze bevatten een schat aan informatie. Piet Hannes had als kind een zwakke gezondheid. Door het feit dat hij vaak ziek is, raakt hij verslingerd aan lezen. We kunnen bij dit gedicht analogieën zien met het fameuze ‘kikker-gedicht’ van zijn collega dichter Paul Snoek. Er is echter wel één groot verschil: Piet had een voorkeur voor kippen en ander pluimvee; Paul voor insecten en al wat in en rond water leeft. Op de boerderij bij opa Sooi liepen er genoeg kippen rond en dit moet op Piet grote indruk hebben gemaakt. De literaire analyse is eerder eenvoudig: het zijn kippengeluiden met drie maal de ‘kukkelekuu’ van een haan. Uit de dagboeken en memoires van oma ‘boerin Jeanine’, de vrouw van Sooi, weten we ook dat grootvader feilloos een Mechelse koekoek kon imiteren. Zo goed dat het moeilijk te onderscheiden was van het werkelijke dier. Ook dit moet grote indruk hebben gemaakt op de jonge dichter. Deze biografische gegevens leiden tot nog meer literaire inzichten. De keuze van de dichter voor kippen is hier o.a. mee verklaard. De dichter heeft ook dankzij dit mooie gedicht een trauma kunnen verwerken en het heeft hoogstwaarschijnlijk veel moed gevergd om het te schrijven. Op de leeftijd van vier heeft Piet namelijk gezien dat een kip een tijdje blijft rondlopen ook zonder kop. Boer Sooi slachtte nl. van tijd tot tijd een dier. Overbodig te melden dat ook deze schokkende gebeurtenis op Piet een zeer grote indruk moet hebben gemaakt. Aanvankelijk noemde Piet zijn gedicht: ‘Die de kleinste eieren leggen, kakelen het hardst.’, ondertussen, na grondig onderzoek, weten we dat deze titel is weggevallen. De verwijzing naar Pasen vond Piet iets té katholiek. Dit werd hem niet in dank afgenomen.   Het boek is uitgegeven door uitgeverij Zondag en verkrijgbaar in de betere boekhandel. 341 pagina’s, 17,50 euro genomineerd voor de Jules Deelder prijs voor beste bloemlezing in het Nederlandstalig gebied.    

Hubert Grimmelt
0 0