Ik ben de poetser van haar tanden
Ik ben de slaper van haar bed
Wat zij krijgt, ligt in mijn handen
Tijd dat ik het op zijn plaats zet
Ik ben de eter van haar voedsel
En de wasser van haar haar
Ik ben de denker van haar spinsels
Wat is eerlijk? Wat is waar?
Ik ben de lezer van haar boeken
De opgever van haar kracht
Ik ben de drager van haar broeken
Ik ben de spiegel die haar uitlacht
Ik ben de losser van haar waardes
En de slager van haar huid
Ik ben de leger die haar maag
Als het kan, keert in en uit
Ik ben de zorger van dit wezen
Maar waar ga ik in haar naartoe?
Ik ben de drager van haar leven
Maar van zorgen word ik moe