Vallen in wittige overdaad aan luid schuim,
zacht en donzig en toch snijdend en snibbig
zonder even overweldigende weerga.
Stilstaan in die fijnscherpe configuratie
van stalagtieterige onmacht
waar alchemisten een puntje aan zuigen.
Trippel, trippel, trippel…
ik muis me er liever vanonder.