Herinneringen houden mij vast, verstrengelde
Utopische lianen, oase van een schijnbaar
Moeiteloos gevecht, heeft net mijn hart
Verslaan.
Ik bewandel het pad van
Vergankelijkheid, samen sterk zijn
Duel dat voor mijn ogen
Ontplofte, aan te tonen scherven van
Flakkerende liefde, er rest mij
Rookwolk,
Ik loop weg,
Kom niet terug.
