Elk jaar je kaart.
Met de hand schreef je mijn adres.
Je envelop verraadde wie me wensen stuurde.
Dit jaar kan je envelop zijn kleur niet kiezen:
donkergroen, marineblauw of grijs.
Op de voorkant prijkt een sticker.
De wenskaart zelf:
een groene lijst met zwarte sparren,
een wit pasraam om een foto,
het wit wenst: 'Fijne Kerst'.
Fotokleuren in de lijn van lijst:
veel groen en grijs en schaduw,
ook schaduw om de ogen.
Vouw ik open:
drie zwarte sparren op het wit,
groengedrukte letters, hoekige groeten.
Vouw ik dicht:
jij op foto ingezakt tussen zoon en dochter,
zij geflankeerd door partners op de leuning.
Vier mondhoeken lachen, hun ogen in het donker.
Je rechterhand in die van dochter, je linker- achter die van zoon.
Maar één kleur dringt zich op: de rode van je pantalon.
Eronder steekt een inkarnate sok uit.
Hij lijkt een zwachtel.
Je wensen zijn bandage.
Dit is een afscheidskaart.