een witte vlinder
kwam aangefladderd
toen ik de was
aan het ophangen was
eerst hing ik
de lakens op
lakens met vlekken
die er nooit keer uitgaan
mijn wasmachine
kent alleen koud water
de vlinder
was oogverblindend wit
zonder wasje
nooit een bloedvlek
moddervlek of wijnvlek
geboren om te stralen
als sneeuw
na de lakens
hing ik de sokken op
aan klips, per twee
ze horen bij elkaar
en mijn wasmolen
is niet groot genoeg
de onderbroeken
hang ik wel alleen
dat hoort zo
terwijl ik zo bezig was
kwam de witte vlinder
steeds terugfladderen
langs de lakens
langs de onderbroeken
langs de sokken
ononderbroken
geen vlekje
geen streepje
in plaats van irritatie
kroop een gevoel van geluk
in mijn lege hoofd
dat heb ik altijd
als ik de was ophang
hoe leger de mand raakt,
hoe leger mijn hoofd wordt
de was wappert
in de zon
en de vlinder
die ging verder
met wit zijn,
witter dan elke was
toen ik naar binnen
stapte voelde
ik me vederlicht