na het avondeten rol ik mijn dagresten op
ik stop ze schielijk onder mijn hoofdkussen
waar niemand kijkt, ook ik niet
soms moet ik nog wel even wat ontsnapte
herhaalgedachten vangen die in kringetjes
ronddraaien in mijn dagmoeie hoofd
zij laten zich niet graag beetnemen
maar blazen de aftocht zodra zij er lucht
van krijgen dat ik mijn adem erbij ga halen
ik leg mijn wollebolletjes neer als zachtvoer
voor de reclyclingfabriek waar ik weet dat in
nachturen droomwerkers en rembestuurders
op volle toeren mijn 24-uurs biologie
aan de praat houden, hartzeer repareren en
zelflerende breingewassen onderhouden
te elfder ure of nog later leg ik mij welaan
te rusten, ik schommeldommel weg terwijl de
slaaptrein mij langs nachtlandschappen voert
en gepasseerde stations spoorloos achterlaat
om de volgende ochtend met frisse moed
aan te komen in een nieuwe dag

