Het is de molen die ons aantrekt, niet deze vrouw met ronde heupen. We lezen dat dit monument voor de bevrijding van Leiden doorgaat. Tweede WO. Hoe komt het dat mensen oorlogen vreselijk vinden, dat ook mensen ons blijven herinneren aan die oorlogen. Nee, het gaat over de bevrijding, dus de kant van de slachtoffers. Dat zijn toch ook daders, onrechtstreeks? Hoe? Slachtoffers hebben toch ooit de keuze gemaakt te vechten!? Hadden ze een keuze? Ja, dat vind ik wel, maar die zou gevolgen hebben. Hoe dan ook, vind ik het vreemd dat beelden in brons ons helpen terug te denken aan een oorlog. We willen dat de oorlogen stoppen!
Zeg het me, hoe komt het dat de bevrijding gestalte krijgt in het lichaam van een vrouw? Kan ik de kunstenaar spreken?
Het is de molen die ons aantrok, en nu staan we hier. We draaien ons om, zien het groenste gras ooit rondom de molen, gaan liggen om de ogen te sluiten. We zeilen weg op onbestaand water, dromen over duizenden mensen die het leven lieten in een nachtmerrie, er zullen mensen bevrijd worden, er worden altijd mensen gered. Om opnieuw te gaan leven! In het leven worden ze geketend aan regels. Maar dat doet amper pijn, vergeleken met de dreiging van gedropte bommen.
Zeg het me, hoe komt het dat de kunstenaar koos voor een vrouw, zijn het niet de mannen die oorlog voerden? Welke invloed heeft gender op oorlogsvoering? Dat is een overbodige vraag. En toch, wat denken de mannen? Dat wij vrouwen, geen wapens kunnen dragen? Ze niet durven te gebruiken?
Het is het gras dat ons aantrok. Het groen, de wind die zijn (of haar) debuut maakte in onze dromen. Alle beelden omverwierp. Oude overtuigingen waar we niets aan hadden. Mannen die opgaan in een vrouw, er een cel bevruchten, een zoon voor later.

