Als een razende reus
op tocht naar mammoetbakens.
Klimmen over witte daken.
Zijn lange laarspunt blijft haken.
Hij tast mis naar onzichtbare
balustrades. Zijn hand zwelt.
Nodules groeien op zijn pezen
en zijn haar dunt onder zijn muts.
Naast zijn neus cameliabotten
en bloeiende maagdenpalm.
Hij ademt uit en zoekt
het laagste punt.
Hij zinkt naast kleine
sporen in de sneeuw.