in het holst van een late zomerdag
- fel zonlicht doet
het algengroene vijvertje glinsteren en zoemen
onder schrijvertjes en langpootmuggen
je had naar de wolken kunnen liggen kijken
languit op je rug in het gras
al had dat je niet gered -
slaat de middagklok twaalf slagen lang
opnieuw het spookuur en een totale eclips
dompelt het poeltje in duisternis
ze herinnert zich de klappen niet alleen
het doffe geluid dat ze maakten haarscherp
de bloedmooie stenen Madonna, die
ondanks de smeekbedes van haar vrome gelovigen
roerloos toekeek met gekruiste armen
en oorverdovend stil
was het dit heilige zwijgen vannacht
dat mij de hoop op gras en pollen deed vergaan
dat wat in mijn armen ligt
aan mij onttrekt in volle aanwezigheid
en de poorten tot samen en wij
vergrendelt met een donker alleen
