een terrasmeisje zet
een glas water neer
voor de bezorger.
hij knikt, zij lacht,
een dorst die wordt gelest
zonder rekening
een kantoormedewerker opent
alle ramen
voor de schoonmaakster.
een tocht trekt door de gangen
zoals begrip
door stilte.
een buschauffeur wacht
extra lang
bij de schaduwrijke halte.
passagiers klagen niet
over de vertraging
van de hitte.
twee buren zitten buiten
geen feest, geen muziek
alleen het geknetter
van een ventilator
en een stilte
die niet ongemakkelijk is
de zomer in de stad
is geen vakantieplaatje,
geen terrasromantiek,
geen zorgeloze vrijheid.
het is een raam dat openstaat
in een slaapkamer
op de bovenverdieping,
omdat iemand
nog wat lucht zoekt
voor de nacht.

