Je liet me geloven
dat je een magisch kruid
onder je hoofdkussen miste
of over vreugdevuren
had willen springen.
Het onweerde,
toen we je optilden
en tussen ons in legden,
een ritueel
zo oud als het licht,
waarna je luier
en lichaam werd.
Ik luisterde
hoe merel
na merel
gisteren
fluitend
uitwiste.