Zorgen

23 jan 2026 · 23 keer gelezen · 2 keer geliket

Wat is dat eigenlijk: zorgen?

Zorgen begint klein. Met pampers en sussen. Met lange nachten en roze wolken. Met wiegen en fluisteren en doen alsof ge het allemaal onder controle hebt, terwijl ge eigenlijk gewoon moe zijt. Daarna worden het koekjes in de brooddoos, boterhammen met een hoek af, plakkende briefjes en sokken die altijd verdwijnen.

Zorgen groeit mee. Het wordt huiswerk en oudercontact, turnpantoffels die ineens vandaag nodig zijn, onderhandelen over hoe laat ze thuis moeten zijn van een fuif. Het wordt hobby’s en engagement, leren hoe ge met mensen omgaat, hoe ge ruzie maakt zonder te breken, hoe ge vriendschappen onderhoudt zonder uzelf te verliezen. Dat is zorgen in zijn eerste, pure vorm: nabij zijn, voordoen, vasthouden.

En dan, onvermijdelijk en ook gelukkign wordt zorgen loslaten.

Vogels laten vliegen. Stilletjes bidden dat ze hun vleugels niet bezeren. Doen alsof ge niet wakker ligt. Zorgen door ruimte te maken. Door niet te bellen. Door wel te luisteren. Door te vertrouwen, zelfs als dat voelt als springen zonder vangnet.

Ge denkt: nu ben ik uitgezorgd! Maar dat is niet waar.

Nog voor er een eerste kleinkind wordt aangekondigd—nee, wees gerust, ik heb geen nieuws te melden—komt die andere zorg. De zorg voor zij die voor u gezorgd hebben. En dat is een zorg waar ge geen rekening mee hield. Die stond niet in de handleiding.

Vroeg of laat is er die ouder die niet meer kan. En dan wordt ge een zorgende dochter voor een moeder. Dat is zorgen met weerhaken. Met goede bedoelingen die botsen op weerstand. Met echt wel willen, maar op één of andere manier niet kunnen. Met liefde die niet altijd dankbaar wordt ontvangen. Zorgen wordt dan iets ingewikkelds. Ge schuift papieren. Ge herhaalt. Ge onderhandelt. Ge zwijgt. Ge zet door. Ge gaat naar huis met vragen die geen antwoord willen.

Ik denk vaak terug aan die korte tijd dat ik in ‘de zorg’ werkte. Animatie in een rusthuis. Een vreemd woord eigenlijk, animatie, alsof ge leven kunt opwekken met een sjoelbak en een cd-speler.

Dat rusthuis was een wereld op zich. Mensen die hun dagen kleiner zagen worden tot ze pasten in één kamer. Een kamer die meer weg had van een ziekenhuis dan van een thuis. Een bed, een nachtkastje, een stoel die te recht stond om comfortabel te zijn. Foto’s aan de muur die fluisterden dat er ooit iets anders was geweest: een trouwdag, een zee, kinderen in korte broek.

Het rook er altijd hetzelfde. Een mengeling van te lang gekookte spruiten, amoniak en mottebollen. Een geur die zich vastzet in uw kleren, in uw haar, in uw hoofd. Alsof ouderdom zelf een geur heeft. Tijd die te lang heeft staan pruttelen.

Ik zag handen die niet meer wisten wat ze moesten vasthouden. Mensen die boos werden om niks en verdrietig om alles. Vragen die telkens opnieuw gesteld werden, niet omdat ze het antwoord wilden, maar omdat ze bang waren voor de stilte die daarna kwam. Sommigen wilden naar huis, terwijl ze al thuis waren. Anderen wachtten op mensen die al jaren dood waren.

En toch: tussen dat alles door zat leven. Een lach bij een vals gezongen lied. Een hand die even de uwe zoekt. Ogen die oplichten bij een stukje cake op zondag. Zorgen in zijn meest rauwe vorm: traag, onhandig, confronterend.

Na de legerplicht pleit ik trouwens voor een 'zorgplicht'. We zouden allemaal een half jaar verplicht in de zorg moeten werken. Om te relativeren. Om dankbaar te leren zijn. Om te begrijpen hoe fragiel gezondheid is en hoe relatief tijd wordt als ge oud zijt.

En ook om te zien hoe we het anders kunnen doen. Hoe we toch allemaal verlangen naar meer dan platgekookte broccoli.

En ondertussen zorgen we verder. Voor geliefden, natuurlijk. In ziekte en in gezondheid — dat zeggen we zo vlot, alsof het een belofte is die zichzelf wel zal uitleggen.

Maar wat als ziek zijn écht ziek zijn wordt. Niet grieperig. Niet een paar dagen onder een deken. Maar ziek als in: het lichaam dat zijn eigen plannen begint te maken. Als in: afspraken die verdwijnen, woorden die halverwege blijven steken, vermoeidheid die niet meer slaapt.

Zorg is thee zetten die koud wordt omdat ge eerst nog iets anders moet doen. Het is fluisteren: ‘het is niet erg’ terwijl ge niet weet of dat waar is. Het is lachen om dingen die eigenlijk niet grappig zijn, omdat lachen soms het enige is dat nog werkt.

Zorg is ook ontzorgen. Liefdevol kunnen zeggen: ik zal dat wel doen. Blijf maar zitten. Drink uw kopje koffie.

Er zit iets absurds in zorg. In het onderhandelen met het leven. In het prijzen vergelijken van incontinentiemateriaal alsof het over wijn gaat. In trots zijn op een goede dag alsof ge samen een marathon hebt gelopen. Zorg maakt klein en groot tegelijk. Ze schuurt uw grenzen af en rekt ze uit. Ze leert u dat liefde niet altijd mooi is, maar wel volhardend.

En soms, heel soms, is zorg gewoon samen zwijgen. Omdat er niets meer uit te leggen valt.

Maar laat mij eerlijk zijn: zorg schuurt ook. Het zit in kleine dingen. In vragen die ge al beantwoord hebt. In verhalen die telkens opnieuw beginnen. In het zuchten dat ge inslikt omdat het anders te luid klinkt. In denken: alsjeblieft, niet nu — en u daar meteen schuldig over voelen.

Zorg is tanden op elkaar en toch zacht blijven. Elkaar wassen zonder erotiek, maar met vertrouwen. Sokjes aantrekken. Een jas dichtdoen. De hand vasthouden terwijl ge eigenlijk nog duizend andere dingen moet doen.

Uiteindelijk is zorg pure liefde. Het is naast iemand gaan zitten, niets oplossen, een kopje koffie inschenken, en blijven. Ook als die koffie koud wordt.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

23 jan 2026 · 23 keer gelezen · 2 keer geliket