Er zijn geen zwarte meloenen. Enkel de pitten van dit bestaan dragen vaak die kleur.
Dit was de mededeling die ik kreeg aan de kassa als antwoord op de vraag die ik niet hoef te vermelden.
Daar zat ik dan tussen mijn honden. Hun kleurenblinde blik oordeelt nooit.
Ik kocht rood en geel. Spaanse brokken op een bord terwijl de wieken van een ventilator as en motor niet verlaten zullen.
Wij zijn gebonden. Dit is een geruststellende roedel terwijl de mensheid betoverd is.
Elf mannen met één bal. Hollen zonder echt te treffen. Lopen zonder te vluchten uit het groene vak met witte lijnen.
Totale teleurstelling slaat toe terwijl wij zelfs die pitten eten.
Zonder enige kommernis. Terwijl het groen van de komkommer onberoerd blijft. Terwijl de koelkast vasthoudt aan frisse illusies.
Zelfs de kelder weet het. Hoogtepunten blijven van de bergketens en als iets spannend wil zijn. Dan moet het echt gevaarlijk zijn. Dan moet een dodelijke uitkomst op het scorebord verschijnen durven.
Voorlopig blaast de ventilator nog. Alsnog is er die lucht. De mensenklucht verliest wat stoom. Maar niet voor lang.
uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'