23/09: ‘op schrijversvoeten’ van Hedianne Bosch
Vera Steenput gaf als leerkracht NT2 liefde voor de Nederlandse taal door aan ontelbare
nieuwkomers in Vlaanderen. Als dichter publiceerde zij onder meer in Meander, Het Gezeefde Gedicht, Deus ex Machina en Poëziekrant. Ze staat regelmatig op allerlei podia en brengt ter afwisseling vaak één of meerdere van haar draaiorgels mee. Van haar verschenen drie dichtbundels: 'Orgelpunt' (2017), 'Mondjesmaat' (2020) en 'Sterke Schoenen' (2023). In oktober 2026 verschijnt haar eerste prozawerk met als titel 'Woorden op het spoor' – gedroomde treinreizen.
Vera Steenput tipt deze week 'op schrijversvoeten’ van Hedianne Bosch
"Waarom blijf ik hangen bij dit stukje? Is het de titel? De vorm? De inhoud? Het taalgebruik? Of valt het op door originaliteit?
Deze tekst dwingt mij op verschillende vlakken tot reflectie. Het gaat over het schrijven van poëzie maar is het ook een gedicht? De eerste strofe telt twee regels en wordt gevolgd door vier drieregelige strofes. Er worden geen hoofdletters gebruikt en ik tel slechts vier punten. Toch neigt het inhoudelijk eerder naar proza met een poëtische inslag. Gezien de vele instructies zou je het een handleiding voor het schrijven van gedichten kunnen noemen. Ook lijkt het op een mentorschapsbrief of een wijsheidsdocument.
Hoewel er geen ‘ik’ vernoemd wordt, verschijnt tussen de regels door langzaam een beeld van de ik-figuur : een ouder iemand die kennis en ervaring overdraagt. Door de herkenning voel ik affiniteit opdoemen en ik raak meer en meer benieuwd naar de mens achter deze tekst. Deze veertien gebalde regels gaan niet enkel over het schrijven van gedichten. Het gaat tevens over afwijzing (wat een raak neologisme is ‘smaalgrijnzen’), over een verleden dat niet altijd soepel verliep (‘onvrede over geleden tijd’), over het gevecht met jezelf om een goede tekst te schrijven (‘woordvindproblemen’).
Sterke dubbele lagen zijn te vinden in formuleringen als ‘voorspellend aanwezig zijn’, iets over potjes en op de volgende regel ‘de rest mocht je zelf invullen’, ‘leg je vinger ook niet te zeer op jeugdplekken’ en ‘overstijgt zonder zweefvliegerig te worden’.
Hedianne heeft eveneens voor een fijn laagje humor gezorgd. ‘Te zwanger zijn van hoe het afloopt met je stroomlijnen’, je wilt tenslotte niet voor kleindichterlijke prutser uitgemaakt worden’ en ‘je wilt toch zeker geen eendagsdichter zijn: doodsoorzaak onbekend’ zijn formuleringen die mij doen monkelen.
Tenslotte mag de aspirant-dichter hoopvol eindigen: struikelen is geen probleem, het kan het begin zijn van een goed gedicht. Daardoor blijft ook de lezer achter met een positieve gedachte."

