De dag laat haar niet los.

Een hoofd dat maar blijft gaan.

Gedachtes, angsten, wensen struikelen over elkaar.

Overvraagd tikt de nacht door haar vermoeide lichaam.

 

Mag het licht uit alsjebliefd.

 

De maan is vol, naar het schijnt huilen de wolven dan.

Ze jankt en kijkt naar de maan.

Zinloze toertjes over betreden paden, steeds weer dezelfde vragen.

Niet wetende dat er geen antwoord volgen zal.

 

Laat het gaan zucht haar hart.

 

Woelend tussen lakens van stroop.

Haar bed, een burcht dat de adem beneemt.

Telkens als ze ontsnappen wil, tast ze met vingers langs de muren.

 

Wachten op stilte.

 

Alle vragen zijn buiten.

Ze voelt hoe ze langzaam uit elkaar valt.

 

(C) hanneke van de kerkhof

 

 

 

Geschreven door Hanneke op 25/10/2018 - laatst aangepast op 25/10/2018

  • poëzie
  • autobiografisch schrijven
  • column
  • flitsverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home