Brussel uitrijden. De lelijke stad blind kunnen verlaten en toch kijken.

Het is in deze blik dat een stad zich schuilhoudt en aardt naar inruilbare normen.

Ook dit is een vorm van vergeten. Dit is de passe partout van het gaan en

het uitsnijden van een bekrompen versie paradijs uit het kleine vlekje realiteit:

het stationszicht: ijzeren omhulsels als vormgeving van het ballingschap

en het daaruit leren bevrijden door angst, die we graag ingeboezemd krijgen.

 

Het is een blik die we werpen op het relaas van verloren tijd en hoe we die

leren benijden. Nooit bevrijden! We leven ernaar. Tijd en altijd komt dan de spijt.

 

Het is dus een komen en gaan van de kitsch, de silo van het kijken, want ook daarin

oogsten we tonnen ervaring en ambivalentie in doorzettingsvermogen.

We willen maar zouden we niet anders en zo en zo en niet hoooo maar!

 

Ik ben de dupe. Ik ben de dupe. Ik ben de dupe die dan duwt in de richting van een ring

waar we wachten en talmen en veiligheid is een veilig begrip, wat is taal toch

een kluwen van houvast.

Als je krampachtig schudt, zoals een laatste stuiptrekking genaamd Brussel,

ben je net de stedelijke evolutie die etaleert met zijn vermogen tot het uitsteken

jonge oogjes zonder al te veel angst.

 

Hier hebben we op gewacht. De ondergang, en we lopen mank tot we ophouden

mank te zijn. Gent huilt en Mechelen wacht.
Wij, wij zoeken, en worden onderdanig aan zij die opgehemelt worden,

het mekka van het roepen, de allegorie, de essentie.
Op je knieën schrijven, want op je knieën kan je niet schrijven, laat staan herbeginnen.

Een opgave in de stenen maar automatisch dus niet tot onmogelijkheid gedoemd

en permanent aanwezig. Reizen moet je meenemen als taal

en niet omgekeerd! Het treinstel dient dan als handvat voor de verdubbeling

van woorden in zinnen en referenties. Het materiaal dat je onderweg ziet en voelt,

zal de nieuwe drijfveer zijn inzake het vermogen van je hoofd.

Koppie erbij houden hè!

Kortom, nergens meer dan onderweg, nergens meer dan nergens dus.

Brussel is de ontmaagding van een reuzin en bevindt zich misschien wel in dit onderweg.

 

Ik zwaai naar die overkant. Ze laten je expres wat langer wachten tot de theorie over

jezelf zichzelf niet meer is. Alsof we de wereld wat nog wat langer over het hoofd zouden

willen zien en vergeten dat we bang zijn. Leven in deze illusie dan het doel op zich.

Hier zijn om onderweg te blijven!

De optelsom maken, teleurgesteld het doek neerhalen en lachen:

There will be nothing you will not be be looking for in this world. Except in for your god. This is all a dream. A dream in death.

 

Achterhoofden kneden tot wat we zijn: tot je legioen marsvrouwen.
Want dit is wat je wil. Je persoonlijke tijdsperk.
Je wordt wakker. Dan pas ontwaken en de bijhorende ingebedde rituelen

die een netwerk vormen aan vangnet, je plan B.

Hallo zeggen en weten wat goed voor je is.
Dat ontkennen en herbeginnen.

 

Geschreven door Dries Verhaegen op 18/07/2019 - laatst aangepast op 18/07/2019

  • poëzie
  • autobiografisch schrijven

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home