‘Sorry van je slipje.’

Hij gaf het haar met een verlegen glimlach. Het was een niemendalletje, drie voor vijf euro,

van de markt, maar juist daarom heel effectief. Eén lus had hij kapotgetrokken. Ze rolde het ding tot een propje en deed het in haar handtas. Hij glimlachte geil.

‘Ja, ik heb geen slipje aan’, dacht ze, ‘het is me wat.’

Voor de vorm vroeg hij of ze nog iets wilde drinken, maar dat deden ze nooit, al jaren niet meer.

 

Op de parkeerplaats sloeg de waterkoude lucht tegen haar liezen.

‘Wil je terug, of wil je nog iets leuks gaan doen?’

Tegen beter weten in zei ze het toch: ‘Waar dacht je aan?’

‘Ik weet het niet, zeg jij het maar.’

Hij startte de auto en draaide de kachel voluit. Terwijl ze terugreden naar de zaak probeerde zij iets te verzinnen, maar daarvoor was het ritje te kort.

 

Hij parkeerde de auto bij het paaltje waarop een kentekenplaat was geschroefd. Het nummer klopte al lang niet meer met dat van de auto, maar niemand haalde het in z’n hoofd om daar te parkeren.

‘Ga alvast maar,’ zei hij, ‘ik kom zo.’

Voor ze naar haar werkplek ging, waste ze haar kruis in de pantry. Ze zat al weer achter haar toetsenbord voordat ook hij naar binnenkwam, in een jas van sigarettenrook.

Geschreven door Grand Foulard op 30/10/2015 - laatst aangepast op 30/10/2015

  • flitsverhaal
  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home