Lezen

Wereldreiziger

Ik ben geen wereldreiziger. Nooit geweest. Niet dat ik niet benieuwd ben naar andere culturen of niet kan genieten van prachtige natuur of interessante gebouwen, zeker wel. Alleen, ik heb een bloedhekel aan het reizen zelf. Als je vliegt, moet je op de meest onmogelijke tijden op zo’n vliegveld zijn. Zeulen met een koffer, wachten, koffie die niet te drinken is. Jakkes. En dan zit je in zo’n vliegtuig, met je knieën tegen je voorganger. Oh, natuurlijk, dat zal in de eerste klas veel beter zijn, maar ik heb in mijn leven alleen nog maar cattle-class gevlogen. Tussen de snurkende mensen, de jengelende kinderen en de stewardessen die echt vreselijk hun best deden maar het ook niet allemaal tegelijk konden. Waardoor er weer mensen gingen klagen. Pfff. Met de auto dan. Met mijn maatje, ’s morgens om half vijf uit de veren. Bakje koffie en hup, op pad. Om een uur of elf had ik geen benul meer van tijd of plaats en om drie uur ’s middags was ik helemaal hol van binnen. Dan wilde ik ook echt die auto uit. En we stopten heus wel hoor, onderweg. Maar vaak precies op het tijdstip dat er ook een buslading ouden van dagen werd uitgeladen bij het wegrestaurant waar wij wilden eten. Nu was dat niet altijd verkeerd, het heeft me regelmatig inspiratie voor mijn blogs opgeleverd. En ook wel boze reacties van lezers die het begrip “milde spot” niet begrepen. Waarschijnlijk voelden ze zich aangesproken, ik weet het ook niet. En eerlijk is eerlijk, ik ben ook niet zo’n held dat ik mijn rugzak pak en naar Zuid-Amerika af reis. Ik zou je danken. En dan nooit meer terugkomen zeker. Ik las pas nog een bizar verhaal van een Belgische man die meer dan een jaar vermist was in Peru. Hij was daar in de Corona-pandemie terecht gekomen. Geld kwijt, telefoon kwijt, sprak de taal niet en is eigenlijk gewoon kwijt gelopen. Met bedelen heeft hij zijn kostje kunnen scharrelen en uiteindelijk is hij dan toch bij een of andere instantie aangeland die hem heeft geholpen. Maar dan heb je geluk. Stel voor dat je de jungle in dwaalt en een of ander dier denkt “hee, dat is een lekker hapje”. Ha, in mijn geval zou hij dan natuurlijk wel van een koude kermis zijn thuisgekomen, redelijk op leeftijd en niet heel veel vet op de botten, maar toch. Het zal je maar overkomen. Nee, ik sla even over. Dus is mijn vakantie echt een periode om tot rust te komen en mijn batterij op te laden. Twee uurtjes rijden, neerstrijken bij een riviertje, heerlijk uit eten of BBQ’en en genieten van een drankje. Ok, het weer kan af en toe roet in het eten gooien. Dat klopt. Maar die keer dat wij door Malaga liepen in de stromende regen dacht ik ook “bah, wat is dit een vieze stad.” En wellicht wordt de transporter uit Star Trek nog eens een keer echt uitgevonden. Dan reis ik zeker overal naar toe. “Beam me up, Scotty!”

Machteld
2 0

Brief van een twijfelende vaccinbeslisser

De voorbije weken lag ik nachten wakker van coronavirussen, vaccins, tegenstrijdige, soms ontmoedigende nieuwsberichten over nieuwe virusvarianten, onvoldoende werkende vaccins...de lijst is eerlijk gezegd te lang om op te noemen. Ik was er bijna door begonnen te slaapwandelen maar gelukkig loopt het niet zo’n vaart. Mijn geest en lichaam roepen om rust, vragen mij tijd te nemen om de zaken opnieuw met een zekere afstand te bekijken.   De huidige sanitaire crisis, een nooit geziene pandemie (in mijn levensperiode althans), is bijzonder complex. Daarom geloof ik ook dat het antwoord (en/of oplossing) op deze crisis ook complex is.  Als voorbeeld daarvan de vele pogingen op deze aardbol om met allerlei plannen, oplossingen en strategieën voor een mogelijke uitkomst te zorgen. Eenduidigdheid ontbreekt omdat die simpelweg niet waargemaakt kan worden. Een crisisexit zal misschien nog niet meteen volledig helder en duidelijk zijn de komende maanden. Het is stapsgewijs versoepelen, verkennen, informatie onderzoeken, verspreiden. Maatregelen voorstellen, terugdraaien, aanpassen, opnieuw lanceren.  Bijgevolg blijven we in deze pandemie overspoeld worden door berichten, informatie, feiten van experten, politici en zovele anderen die deze crisis ook door hun eigen bril zien en in hun eigen context. Dat heet perceptie en het leeft in alle lagen van de wereldbevolking. Waarschijnlijk niet altijd met de slechtste bedoelingen, willen verschillende woordvoerders de complexiteit van deze crisis uitleggen, ze begrijpelijk en behapbaar maken. In een poging om mij die informatie eigen te maken en die complexiteit te omarmen, zag ik bij mezelf de stress alleen maar toenemen. Want ook mijn naaste omgeving voelt zich net zoals ik zo gegrepen door die crisis, van dichtbij of vanop afstand, en zoekt antwoorden. Samen proberen we eruit te komen, voor onszelf te zorgen, steun te geven en te vinden. Dat heet dan weer solidariteit, wat ik geweldig vind. Zo is er het drukgevoerde vaccindebat, tussen vrienden en familie. Meer nog dan angst voor een prik of de gevolgen ervan, voelde ik me de voorbije weken ontzettend slecht door de druk die op mij afkwam. Telkens als ik een beslissing had genomen (wel of niet), deden andere argumenten mij weer twijfelen. Beslist geen cadeau voor mezelf, de eeuwige twijfelaar!  De mensen die mij goed kennen, weten dat ik hoogsensitief ben. Je weet wel, dat soort persoon bij wie informatie blijft hangen, prikkels tot in den treure hun werk kunnen doen, zodanig dat mijn hoofd soms tolt, dat ik het ene moment op een gelukzalige kermismolen zit en het andere in een deprimerende bui beland. Dat vraagt dan weer “balans zoeken”, en is niet de gemakkelijkste opgave wanneer je hoogsensitief bent. Er is vooruitgang, maar ook nog werk aan de winkel! Wat ik ook leer tijdens deze crisis, is dat er 1 stem telt: de stem die van jou is en jou het gevoel geeft beslissingen te nemen die voor jou juist aanvoelen. Ik leerde argumenteren, mijn bezorgdheden oplijsten en delen met anderen. Desnoods eens mijn hart luchten via een veilig Facebookforum. Ik leerde dat er meer dan ooit wederzijds begrip nodig is, tussen mensen met andere meningen of bezorgdheden. En dat deze crisis ons wel kan verdelen – provaccin, antivaccin, voor of tegen coronamaatregelen – maar dat wij onszelf wel weer aan elkaar kunnen lijmen, door binnen die diverse meningen, bezorgd te blijven voor elkaar. Ik kan helaas in deze brief ook geen oplossing geven of zelfs mijn beslissing melden – de eeuwige twijfelaar! – maar ik voel me plots een paar kilo’s lichter. Misschien steek ik mensen een hart onder de riem; mensen die, net zoals ik, begrip willen voor hun beslissing en situatie, zich blijvend gesteund willen voelen of net zoals ik twijfels hebben. Omdat er zoveel informatie op ons afkomt, omdat deze crisis al meer dan 1 keer onze percepties op hun kop heeft gezet. Stay safe !

Maïté L.
10 1

Vaccinatie

Het lijkt dan eindelijk toch te gaan gebeuren. Langzaamaan weer terug naar het ‘normale leven’. We weten bijna niet meer hoe dat was. Hoe het voelt om iemand een knuffel te geven, zomaar. Of zelfs maar gewoon een hand. Maar het gaat dan toch gelukkig de goede kant uit. Minder besmettingen, meer vaccinaties. Versoepelingen die weer doorgevoerd kunnen worden. En dan is toch één van de voordelen aan het niet meer piepjong zijn dat je betrekkelijk snel een uitnodiging krijgt om een prik te gaan halen. Natuurlijk heb ik niet zo veel geduld dus ik heb de site van de RIVM gestalkt om te zien wanneer de link naar het maken van een afspraak geactiveerd zou worden. Er werd keurig aangegeven wanneer welk bouwjaar een afspraak kon maken. Nee, ik heb niet voorgedrongen, dat zou ik echt niet netjes vinden, maar ik heb wel zo snel mogelijk “geboekt”. Voor mijn maatje en voor mijzelf. In onze omgeving is het op het moment een veelgestelde vraag, “heb jij al een afspraak kunnen maken?” Inmiddels is de eerste gezet en ik vind het toch een veilig idee, ik kan er niks aan doen. Natuurlijk, als we dan twee keer gevaccineerd zijn, mogen we nog steeds niet alles. Dan moeten we ons nog steeds gewoon aan de regels houden. Het mondkapje blijft voorlopig nog even onderdeel van onze standaarduitrusting. Maar dat geeft niet, dat zijn we al zo lang gewend, dat kan nog wel even wat langer. Want het einde is dan toch eindelijk in zicht. Het is wel vervelend dat er toch nog steeds veel mensen ziek worden. En nu vooral de mensen tussen de 18 en 30 jaar oud. Laten we hopen dat ook zij zich toch een beetje aan de regels houden. En niet op een kluitje gaan zitten in een park. Alsof ze onoverwinnelijk zijn. Een goede stok achter de deur is denk ik wel de komende vakantieperiode. Want ook, en met name, jonge mensen willen er toch wel weer graag weer op uit. Gelukkig komt het vaccinatieprogramma inmiddels echt wel op stoom. Bizar eigenlijk, dat we daarvan afhankelijk zijn voor onze zomer. Onze geplande vakantie naar Engeland is voor het tweede jaar uitgesteld. Met een jaar, naar juni 2022. Dan zal het toch wel kunnen? Ach, wat in het vat zit, verzuurt niet, zullen we maar zeggen. Eerst maar eens genieten van een zomer dicht bij huis. Ook gezellig toch!

Machteld
0 0

’t Benul dat iedere dag er maar 1 keer is en daar heb je ’t verstand van een kind voor nodig en pasta pesto slierten.

𝗩𝗲𝗿𝗵𝗮𝗮𝗹 𝗼𝘃𝗲𝗿 '𝘁 𝗯𝗲𝗻𝘂𝗹 𝗱𝗮𝘁 𝗶𝗲𝗱𝗲𝗿𝗲 𝗱𝗮𝗴 𝗲𝗿 𝗺𝗮𝗮𝗿 𝟭 𝗸𝗲𝗲𝗿 𝗶𝘀 𝗲𝗻 𝗱𝗮𝘁 𝗱𝗼𝗼𝗱𝗴𝗮𝗮𝗻 𝘃𝗮𝗻 𝗺𝗲𝗻𝘀𝗲𝗻 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝗲𝗿𝗴 𝗶𝘀 𝘄𝗮𝗻𝘁 𝗲𝗿 𝘇𝗶𝗷𝗻 𝗻𝗼𝗴 𝗮𝗻𝗱𝗲𝗿𝗲 𝗺𝗲𝗻𝘀𝗲𝗻 (𝗲𝗻 𝗱𝗮𝗮𝗿 𝗵𝗲𝗯 𝗷𝗲 '𝘁 𝘃𝗲𝗿𝘀𝘁𝗮𝗻𝗱 𝘃𝗮𝗻 𝗲𝗲𝗻 𝗯𝗶𝗷𝗻𝗮-𝟲-𝗷𝗮𝗿𝗶𝗴𝗲 𝘄𝗲𝗲𝗿 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗻𝗼𝗱𝗶𝗴 𝗲𝗻 𝗽𝗮𝘀𝘁𝗮 𝗽𝗲𝘀𝘁𝗼 𝘀𝗹𝗶𝗲𝗿𝘁𝗲𝗻).𝘌𝘯 '𝘯 𝘧𝘰𝘵𝘰 𝘷𝘢𝘯 𝘮𝘪𝘫𝘯 𝘻𝘶𝘴, 𝘻𝘰 𝘪𝘦𝘮𝘢𝘯𝘥 𝘥𝘪𝘦 𝘯𝘯𝘪𝘦𝘵 𝘰𝘶𝘥 𝘮𝘰𝘤𝘩𝘵 𝘨𝘦𝘸𝘰𝘳𝘥𝘦𝘯. 𝘔𝘢𝘢𝘳 𝘥𝘪𝘦 𝘸𝘦𝘭 𝘩𝘦𝘦𝘭 𝘨𝘰𝘦𝘥 𝘣𝘦𝘨𝘳𝘦𝘦𝘱 𝘥𝘢𝘵 𝘫𝘦 𝘷𝘢𝘯 𝘪𝘦𝘥𝘦𝘳𝘦 𝘥𝘢𝘨 𝘸𝘢𝘵 𝘮𝘰𝘦𝘴𝘵 𝘮𝘢𝘬𝘦𝘯... 𝘻𝘦𝘭𝘧𝘴 𝘸𝘢𝘯𝘯𝘦𝘦𝘳 𝘫𝘦 𝘮𝘦𝘵 𝘔𝘳. 𝘉𝘦𝘯𝘻 𝘪𝘯 𝘱𝘢𝘯𝘯𝘦 𝘷𝘢𝘭𝘵 𝘵𝘪𝘫𝘥𝘦𝘯𝘴 𝘦𝘦𝘯 𝘷𝘦𝘳𝘳𝘢𝘴𝘴𝘪𝘯𝘨𝘴𝘣𝘦𝘻𝘰𝘦𝘬 𝘢𝘢𝘯 𝘫𝘦 𝘷𝘢𝘥𝘦𝘳 𝘦𝘳𝘨𝘦𝘯𝘴 𝘪𝘯 𝘋𝘶𝘪𝘵𝘴𝘭𝘢𝘯𝘥 (𝘦𝘯 𝘫𝘦 𝘣𝘦𝘴𝘦𝘧𝘵 𝘥𝘢𝘵 𝘫𝘦 𝘨𝘦𝘦𝘯 𝘵𝘰𝘶𝘳𝘪𝘯𝘨 𝘸𝘦𝘨𝘦𝘯𝘩𝘶𝘭𝘱 𝘢𝘣𝘰𝘯𝘯𝘦𝘦 𝘣𝘦𝘯𝘵)."Waarom zijn jullie groter dan mij?", mijn zoon Julien aan de eettafel gisteren met een sliert pasta pesto uit zijn bek. Balancerend op één been, te groot voor de kinderkruk en te klein voor de grote-mensen-stoel... dus dan accepteer je als moeder het 'gehannes' aan tafel. "Omdat wij ouder zijn dan jou", wordt het snelle antwoord.Ik zie dat de uitdrukking in Julien zijn ogen nogal vragend lijkt dus ik vul aan. "Ja, ooit waren wij ook zo'n kindje zoals jij." Hij begrijpt het, lijkt het, dus ga ik verder "... en onze ouders waren ook kindjes ooit". Julien gooit zijn handen in de lucht (nét niet met de pasta pesto slierten). "oooh en dat gaat zo de hele aarde door en oude mensen gaan dan dood?". Ja, oude mensen gaan dan dood, en zieke mensen ook. En helaas soms ook mensen die er niet voor gekozen hebben, zoals door een autobotsing. Er wordt verder gegeten, half zittend op de stoel.Komiek... "Dat gaat zo de hele aarde door: geboren worden, je leven, nieuw leven geven, doodgaan". Ofwel.... we zijn allemaal een nieuw begin, en daarmee zijn we dus zelf in staat om iets nieuws op de wereld te zetten.De dag werd gisteren afgesloten met knuffelmomentjes met zoonlief en lieflief en de laatste minuten voor bedtijd met m'n zoon in m'n armen in een donkere kamer. En alsof hij mijn gedachtes kan lezen zegt hij de woorden "Maar mama is niet erg hé dat mensen doodgaan, want er zijn nog altijd heel veel andere mensen."We hollen maar door met nieuwe technologieën, met verlengen van ons leven, met forceren, met ongelukkig zijn of té gelukkig zijn. Met geloven en genieten, met onrust en depressie. We rennen al zeurend rond over onzekerheden en pronken over zekerheden. Als een kip zonder kop op zoek naar zoveel mogelijk ervaringen om in de rugzak te stoppen... We zijn netjes, misschien te netjes, in het omgaan met mensen die slecht voor ons zijn, want weet je 'opvoeding' en 'waardes & normen' enzo..En waar 't mij eigenlijk om gaat in dit vertelsel: iedere dag komt maar 1 keer, en daar is eigenlijk best wel goed over nagedacht.

SilkeGeerts
11 2

Eindelijk weer een keer naar de club

Het vrouwtje keek het baasje aan met een bijzondere blik. Hij snapte het niet zo goed, het was toch gewoon tijd voor zijn eten. Maar ze ging naar boven. Dat vond hij altijd wel een beetje vervelend, als er net voor zijn etenstijd nog iets anders gedaan moest worden. Voor mensen was het misschien niet zo belangrijk, maar voor hem was eten toch echt een hoogtepunt. Nou ja, misschien moest ze iets halen. Het duurde even maar eindelijk hoorde hij het vrouwtje naar beneden komen. Ze had andere kleren aan gedaan. En ze had haar jas bij zich. Wat raar. “Hij snapt er nog niks van hè”, zei ze tegen het baasje. Wat snappen, soms waren mensen toch echt niet te begrijpen. “Ga je mee naar de club?” vroeg ze. Naar de club, echt? Het zou toch niet? Hij voelde zich helemaal enthousiast worden. Het baasje moest er om lachen. Maar het vrouwtje ging toch echt zijn snoepjes pakken. Een hele hand vol stopte ze in haar jaszak. Nu kreeg hij toch wel haast, hij ging vast voor de garagedeur staan. Nou moest het vrouwtje het baasje natuurlijk weer gedag zeggen. “Veel plezier”, zei die, “tot straks.” En ja echt, ze pakte zijn clubtuigje en liep met hem mee. Ze gingen weer naar de club, dat was lang geleden. Hij huppelde er bijna van. Wat liep het vrouwtje toch langzaam, kom op! Hij zag de auto’s al staan, het was druk. Gezellig, hij sleepte het vrouwtje bijna mee naar binnen. Kijk, ze mochten het veld op. Hij keek eens rond. Shunka en Sky waren er maar Bobby en Noa zag hij niet. Dat was jammer, hij wilde wel graag weten hoe het met hen ging. Wel waren er een paar nieuwe honden. Een ervan was wel heel zenuwachtig volgens hem, die bleef maar blaffen. Hij zag ook dat hij hapte naar de hand van zijn vrouwtje. Hmm, dat moest hij zelf toch niet proberen. Dan legde ze hem vast weer op zijn rug, zo gênant. Omdat Noa er niet was, mocht hij beginnen. Hij nam alle hindernissen vliegensvlug, hij kon het nog! Heerlijk. Lekker springen en rennen. Het uur was veel te snel voorbij. Thuis had het baasje zijn eten al klaar staan. Een volle bak, lekker. Hij kroop voldaan en warm op de bank. Want als hij eerlijk was, was hij toch wel een beetje moe. Hij was ook geen achttien meer.            

Machteld
4 0

Hoe het gesteld is met mijn gezondheid

Ik geef toe, soms slaagt de twijfel nog eens toe. Maar echt aarden kan hij niet. Het is doorgedrongen dat ik mijn ervaringen en gevoelens niet circulair in vraag kan blijven stellen. Hoe afwijkend mijn conclusies ook mogen zijn ten opzichte van wat algemeen aangenomen wordt, op een gegeven moment moet ik er gewoon op voortbouwen en er consequent naar handelen. En zo bouw ik bijvoorbeeld voort op de stelling die zegt dat de oorsprong van de auto-immuunziekte die me negentien jaar geleden werd toegeschreven enkel en alleen psychisch van aard is. Daarmee bedoel ik dus dat er in wezen fysiek niets mis is met mij. Dat mijn fysieke klachten niets anders dan een uiting van mijn denkwereld, zelfbeeld en andere diep ingeprente overtuigingen zijn. De vele jaren van empirisch onderzoek en wijdvertakte ervaring omtrent dit onderwerp kan ik niet verloochenen. Dit is mijn realiteit, mijn waarheid. Ik schrijf mezelf alle verantwoordelijkheid toe. De hulp komt van binnenuit, er bestaat geen externe bron die mij zal genezen en die zal er ook nooit komen. Ik werd in het verleden wel meermaals opgelapt en ondersteund door medicijnen en behandelingen, maar echte verlossing ligt in mijn handen. Deze woorden vatten ongeveer de inhoud van mijn boek ‘Auto-Immuun: van ziekte naar inzicht’ samen. We zijn nu twee jaar verder sinds dat boek uitkwam. Wat is er veranderd? Ik ben verhuisd, heb al mijn bruggen opgeblazen en ben nooit gestopt met het gadeslaan en bewust programmeren van mijn innerlijke wereld. Ik heb mezelf nog beter leren kennen, valkuilen blootgelegd. De fysieke symptomen zijn er nog steeds, doch minder prominent, minder uitgesmeerd over mijn dagen. Terwijl ik voorheen vooral aan het overleven was, kan ik nu echt leven.   Er zijn echter van die momenten dat de ellende zich lijkt te herhalen. Angstvallig doemscenario’s werend vervloek ik dan mezelf. Ik wist op voorhand dat heling geen lineair proces is, maar het is verdomd frustrerend om bijna 2 decennia lang op dezelfde pijnpunten te botsen. Natuurlijk weet ik ook dat kwaad worden alleen maar meer zelfsabotage betekent. Want dat is wat deze ziekte werkelijk is: zelfsabotage. En dan moet ik mezelf weer tot de orde roepen en eraan herinneren dat zulke uitspraken te hard zijn. Ik zou zachter kunnen zijn naar mezelf toe, want eigenliefde is het ultieme medicijn. Dat weet ik nu wel zeker. Sinds kort ga ik weer bij een psychotherapeut, voor die hardheid jegens mezelf. Ik geef dat deel van mezelf daar een gestalte en ga ermee in dialoog. Ik heb het gevoel over een moeizaam vergaarde handleiding te beschikken en wil therapie aanwenden om deze constructief naar de praktijk te vertalen. Ik weet bijvoorbeeld dat een gevoel van tekortschieten aan de basis van de ziekte ligt. Het is complexer dan het klinkt. Ik voel mij vaak niet goed genoeg waardoor ik mezelf dwing om meer en beter te presteren. Het leek vanzelfsprekend om te zoeken naar de oorsprong van deze overtuiging, maar ik heb vastgesteld dat dit er eigenlijk niet toe doet. Weten waarom ik ziek geworden ben, staat niet gelijk aan weten hoe ik mezelf kan genezen. Het antwoord ligt eerder in zelfobservatie zonder oordeel en het maken van bewuste keuzes. Bij elke keuze die ik maak, vraag ik me af of deze wel liefdevol is naar mezelf toe. Of ik mezelf niet onder druk zet en handel naar wat mijn gevoel ingeeft. Want de diep verankerde ideeën over het personage dat ik neerzet, vormen de voedingsbodem van mijn gezondheid. In de conventionele behandelingen die de medische wereld aanbiedt, ben ik mijn vertrouwen verloren. Alle trucs die ze uit hun mouw konden schudden, heb ik vruchteloos tot mij genomen. Ik vond het ziekenhuis sowieso al een ellendige plek, maar met de hele pandemie hetze is het alleen maar erger geworden. Het voelt soms beangstigend om te beseffen dat ik nergens naartoe kan, dat alle noodlijnen uitgeput zijn.  Maar ik sta er niet alleen voor. Ik ben omringd door mensen die in mij geloven. De relaties die ik aanga dienen mijn zelfrespect en eigenliefde te weerspiegelen, iets waar ik steeds scherper op toezie.

KarolienDeman
16 1

Foxy Foxtrot

Na een wandeling in een dorp dat niet het onze is, belanden we op een terras. Vooral om van mijn gezeur af te zijn. In de laatste kilometer heb ik tien keer gezegd dat ik dorst heb. Nadat de kastelein onze drankjes heeft geserveerd, houdt hij halt bij de man aan de tafel naast ons. 'Heb je het gehoord van José?', fluistert hij. "Speelden jullie ooit Chinees fluisteren?", vraag ik aan mijn vrouw. "De eerste fluisterde een zin in het oor van de tweede en zo ging het de hele klas door. De laatste zin was altijd anders." "Dat ken ik", zegt mijn vrouw. "Zo gaat het ook met geroddel. Als een gerucht rondgaat, wordt het alsmaar erger. Al heb ik nooit geweten waarom het spel ‘Chinees fluisteren’ noemt.” "Dat weet ik ook niet. Ik was als klein manneke gek op het liedje Foxy Foxtrot van Nico Haak. Mijn meter hield er ook van. Dan zongen we het samen en deed ik allerlei gekke danspasjes." "Je had het over Chinees fluisteren", zegt mijn vrouw. "Juist, ik mocht een keer beginnen met het spel en ik fluisterde een zin uit dat liedje. 'Oh Foxy Foxtrot met je elastieken benen.' De meester deed ook mee. Hij zat laatste. Weet je wat de voorlaatste hem in het oor fluisterde? 'Fons heeft drie plastieken tenen.' Geweldig toch." “Ken je trouwens het laatste stukje van Foxy Foxtrot? Wacht, ik zing het even.” “Doe maar niet”, zegt mijn vrouw. Ik zing het stilletjes. ‘Ik hoop nog één ding te beleven: dat ik de honderd nog eens haal. Dan zal het dansen van zo'n foxtrot niet zo een-twee-drie meer gaan. Maar dan dans ik wel een Engels walsje met mijn eigen Sjaan.’ “Nico Haak”, zegt de cafébaas, die me toch hoorde zingen. “Zo maken ze niet meer”.

Rudi Lavreysen
6 1

Als het met woorden niet meer werkt

Het klinkt raar maar het wordt toch echt tijd dat we de Corona-pandemie achter ons laten. Om heel veel redenen maar ook omdat een aantal mensen nu toch echt serieus aan het doordraaien is. Gedurende de hele periode worden er al mensen bedreigd, helaas, maar als je als een soort mislukte maar wel zwaarbewapende Rambo rond gaat lopen, ben je toch wel heel ver van de realiteit af beland. Wat denkt zo’n man dan? “Hé, ik ben het niet eens met anderen, virologen, wetenschappers, mensen met een andere mening, ik neem van de zaak mijn raketwerpertje mee en ga wat stennis schoppen.” Gevaarlijk dat zo iemand bij Defensie werkt. Niet dat dat te voorkomen is, maar als militair, politie-agent of zelfs maar lid van een schietvereniging heb je natuurlijk wel meer mogelijkheden om aan een wapen te komen. Althans, dat denk ik, want misschien is het darkweb een veel betere plaats, daar heb ik geen ervaring mee. En eenlingen die dit soort plannen beramen, zijn bijna niet te volgen. Maar goed, die Rambo dus, die loopt rond in een natuurpark in België, als ik het nieuws mag geloven, en probeert te ontsnappen aan de maatschappij zoals wij die kennen. Nou weet ik niet waar de viroloog Marc van Ranst woont, maar ik mag toch hopen dat dat op een veilige afstand is. En als ze die man dan straks pakken, krijgt hij dan straf? Of een aai over zijn bol en de opmerking “niet meer doen hoor jongen”? Je zult maar bedreigd worden door zo’n gevaarlijke gek. Natuurlijk moet Willem Engel het dan weer opnemen voor zijn zielsverwant. Van Ranst zou het over zichzelf hebben afgeroepen. Natuurlijk, dat zou ik in zijn plaats ook zeggen. Waar haalt die man die denkbeelden toch vandaan. Zou hij nou echt nog steeds denken dat Corona een verzinsel is van de overheid om ons onder de duim te houden? Dat er helemaal nog nooit mensen aan het virus zijn dood gegaan? En zoals altijd valt de hele Social Media er weer overheen. Voor- en tegenstanders hakken op elkaar in en iedereen weet het weer beter. Ik zou me kostelijk amuseren ware het niet dat sommige commentaren zo vreselijk asociaal zijn dat ik bijna de neiging krijg om te kijken wie er achter die tekst zit. Vaak is zo’n account afgeschermd en dat snap ik ook wel. Tenslotte wil je wel anoniem blijven als je mensen zo behandelt. Wat ik dan wel weer meesterlijk vind, is de opmerking waar Van Ranst zijn betoog op Twitter mee opent, “Wanneer we ooit geconfronteerd worden met een salsapandemie, ga ik met veel plezier luisteren naar wat jij als dansleraar te zeggen hebt.” Laten we in vredesnaam hopen dat dat dan nooit gebeurt.    

Machteld
9 0

De verdwenen kunst van het bijten en de anti-school

Mijn dochter is net vijf geworden. Ik mag haar haar niet kammen. Zelf doet ze het ook niet. Tanden poetsen is ook een hele lange onderhandeling. Soms wilt ze geen verse onderbroek aandoen, en enkel bij mama gaat ze in bad, of in de douche bij Bonnie en Pep. Die van mij vindt ze te klein. Nagels knippen moet ik bijna stiekem doen: als ze Ketnet jr kijkt, of net niet als ze slaapt. Ze kleurt met haar stiften meer op zichzelf dan in haar kleurboeken, en in de speeltuin gaan schoenen en sokken zonder pardon uit, en soms de broek ook, als die te strak zit. Wildheid. Ik mis het. Ik mis het bij mezelf. Mijn dochter is langs de andere kant evengoed een meisje, met prinsessenjurken, lippenstiftjes, hakjes, ballerina’s, oorbelletjes. Maar wat wil dit allemaal zeggen in deze fluïde tijden? Als vader wens ik dat ze zich vooral vrij voelt en veilig, nu en later. In een ideale wereld zou een vrouw (maar evengoed een man) naakt over straat moeten kunnen lopen, zonder dat dit een afwijking is. Dit zou geen steen des aanstoots mogen zijn, of een vrijgeleide voor seksuele intimidatie. We zijn tenslotte geboren in ons Adam en Eva-kostuum, maar zo werkt het spijtig genoeg niet. Is het schaamte? De angst om ongewild uit te dagen? Juist door kleren te dragen is bloot sexy geworden. Naar ’t schijnt zou in de zigeunercultuur het tonen van blote borsten geen probleem zijn, enkels daarentegen … Vandaar de sokken die je bij hen onverwachts ziet. Wat de vrijheid van de vrouw betreft, kunnen we ook eens kijken naar het andere uiteinde van het spectrum: in een ideale wereld zou een vrouw een niqab of boerka mogen dragen. Als westerling begrijpen we dit misschien niet zo goed, maar puur ideëel gezien, zou dit een recht moeten zijn. Het argument van herkenbaarheid is, laten we eerlijk zijn, in covid-tijden volledig weggevallen. Het is nu eenmaal eigen aan de mens dat we experimenteren met het volledige spectrum van hoe we creatief kunnen zijn met ons uiterlijk. En door ons niet te laten zien, als vrouw meestal, komen we vaak tot een essentie: ‘ik wil niet beoordeeld worden op mijn uiterlijk maar op mijn innerlijk, of nog beter op mijn daden, niet op mijn praatjes, of andere oppervlakkige zaken.‘ De mythe rond Homeros spreekt boekdelen: hij was naar ’t schijnt blind, en kon zo de ware wereld ‘zien’. Het gevaar schuilt erin als je zelf denkt dat je die gave hebt, dat je door de huichelarij kan kijken. Door te zeilen op zee heb ik gemerkt dat er situaties zijn dat je niet kan bluffen, dat je je niet beter kan voordoen dan je bent. Daarom hou ik van de zee. Ik ben geneigd om te schrijven dat ik in één oogopslag genoeg heb om te zien wat voor vlees ik in de kuip heb, maar dan ga ik voorbij aan mijn eigen fundamentele feilbaarheid. Maar dat in Game Of Thrones het juist een piraat is die stelt: ‘There is only one true religion, and it is between a woman’s legs!’, legt iets bloot over onze binaire wereld. Ik vind het geen louter vrouw-onvriendelijk aforisme, het zegt meer iets over masculiniteit, die tragisch is, en toxisch als ze slachtoffers maakt. Wat voor mijn dochter opgaat, zou niet voor mijn zoon opgaan. Meisjes mogen stilletjes aan jongens zijn, maar jongens meisjes? In theorie zou zachtheid niet alleen met moederlijkheid mogen geassocieerd worden, maar ook met vaderlijkheid, en ik heb al eens gelezen dat Afghaanse grootvaders een ongelooflijke tederheid aan de dag leggen met hun kleinkinderen, wat geen conditio sine qua non is in een kansarm land. Heel die genderverwardheid uit zich in de stereotypen: ik vind het niet erg, na de Claudia Schiffers en Kate Mosses van de jaren ’90, maar de curvy Kim Kardashian is nu zowat het schoonheidsideaal geworden. En de mannen is het niet beter vergaan: welke jongere wil er nu geen Cristiano Ronaldo-lijf? Je moet niet alleen gespierd en sterk zijn, je spieren moeten ook nog eens getekend zijn, als houtvezels: ieder detail is van belang. Extrapoleren we naar gevechtssport: volgens Joyce Carol Oates ‘de laatste viering van de mannelijkheid’. Ook vrouwen zien we nu in kooien vechten, en los van hun seksuele geaardheid, verloopt dat volgens regels. Een cat fight is ooit anders geweest. Ik weet niet hoe het eraan toe gaat bij free fights, maar het meest extreme dat ik gezien heb in een ring waren kopstoten: geen flauw benul welke bond dat was. Maar wat je niet ziet, dat zijn de ‘taboewapens’ van het eigen lichaam. Bruce Lee had het erover, en ook in kung fu komt het ter sprake. Ik raad ten stelligste aan van te gaan lopen als je in een gevechtssituatie terechtkomt die je niet kan winnen. Maar als je niet kan vluchten, gebruik dan dat dierlijke arsenaal dat je ter beschikking hebt, of je nu een man of een vrouw bent. Let the beast go: trek aan de haren, krab die ogen uit, pits venijnig in dat vel, en last but not least BIJT! We hebben een gemeenschappelijke voorouder met chimpansees, gorilla’s en oerang oetangs. BIJT! Als je je verdedigt weliswaar, niet als agressor. Je zal het wellicht nooit zien in MMA of UFC, maar het is wel het totale gevecht. En de vraag is, wie is de lafaard? Als je aangerand wordt, bijt die halsslagader over. Zoiets. Maar nog beter zou het zijn als er geen seksuele agressie meer was. Maar kun je het hen kwalijk nemen, de zogezegd zwakkeren? Als in de jaren ’80 een Sovjetpiloot neerstortte in Afghanistan maar zich kon redden met zijn schietstoel, wou hij dat hij al dood was als hij de vrouwen van de Moedjahedien zag aankomen met gewette messen … Vrouwelijkheid en wildheid dus, of hoe je zachtheid niet moet verwarren met zwakheid. Het laat me aan iets anders denken, aan een concept dat ik anti-school wil noemen. Ook hier weer idealiter. Het idee heb ik van de anti-psychiatrie van de jaren ’60. De zachte zielenknijperij: geen gedwongen opnames, niet teveel medicatie, niet teveel Freudiaans seksueel reductionisme. De humanistische psychologie die over gevoelens ging en niet over gedrag, over ontplooiing en jezelf zijn. Michel Onfray heeft zo ook een anti-boek geschreven: Anti-handboek voor de filosofie. Zo’n anti-school zou een antwoord moeten bieden op de excessen van het kapitalisme en de meritocratie. Want laten we eerlijk zijn, hoe groot is die schoolefficiëntie eigenlijk? Hoeveel jongeren verslijten er hun broek niet op school? Ondanks het engagement van het onderwijspersoneel is er niets zo moeilijk als kinderen en jongeren te begeesteren. Een anti-school zou moeten bewerkstelligen dat jongeren die tijdens de vakanties geen ad(h)d hebben, dat ook niet hebben op de anti-school. Voor een stuk heb ik het schoolvoorbeeld (pun intended) van hoe een anti-school er moet uitzien: Guppie. Zo heette het zeiljacht van Laura Dekker waarmee ze op veertienjarige leeftijd de wereld rondreisde. Toen ze zestien werd, was ze nog onderweg. Zo zou een anti-school eruit moeten zien. Het leergeld dat ze betaald heeft aan boord, die leerschool, kan je toch geen verspilde tijd noemen? Dat is toch geen verkwisting? Laura Dekker zou ik ook niet gepriviligieerd noemen. De Guppie was een onderkomen yacht dat haar vader met haar gerenoveerd heeft, want dat kon die wel: hij was een keukenbouwer. Meer dan het geld of de opportuniteit was er de droom, de roeping. Toen ik als achttienjarige eerder klassieke filologie wou gaan studeren omdat ik zo graag Latijn deed en teksten vertaalde, en gefascineerd was door de antieken, hebben ze mij dat afgeraden omdat ik geen klassiek Grieks had gevolgd op het middelbaar. Nochtans boden universiteiten die optie aan. En, laten we eerlijk zijn, bij Japanologie en Sinologie, starten we ook van nul. Het werd uiteindelijk Germaanse en een flop. Het was geen keuze van het hart. Nog vroeger, toen ik een jaar of zestien was, en Point Break gezien had, wou ik een surfer worden. Dit was allemaal pre-internet. In de jaren ’90 lag ik toen al als één van de eerste met een body-boardje in de bruine baartjes van Blankenberge. Een golfsurfer was toen nog nooit gespot aan de Noordzee van de Lage Landen. Het is er nooit van gekomen, al had ik als ex-skater potentieel. Maar het netwerk was er gewoon niet. Mijn ouders kenden er te weinig van, en ik was op een bepaalde leeftijd gewoon niet meer ambitieus. Mijn drive was volledig weg. Toen het er eindelijk van begon te komen, had ik ofwel geen werk en geen geld om te reizen, of ik was te bezadigd door de anti-depressiva die ik moet slikken voor mijn dwangstoornissen. En nu ben ik te oud: de laatste keer in El Palmar scheet ik in mijn broek bij een wipe-out in een golf van twee meter. Maar genoeg zelfmedelijden. Als je één ding moet onthouden van deze verschrijving, laat het dan het volgende zijn: koester je wildheid en de wildheid van je kinderen, denk eens na over mannelijkheid en vrouwelijkheid, vergeet niet dat je kan BIJTEN, en brainstorm eens mee over een anti-school. P.S.: Deze quote zegt alles over onze vervreemding: “I have always found it interesting that white children take so quickly to Indian ways, while Indian children, when brought to be raised in white families, never take to it at all.” (Philipp Meyer, The Son) Een boek over Comanches geschreven door een witte Amerikaan. Geen idee over de publieke opinie en of de Comanches dit ‘cultural appropriation’ vonden. En waarom zou de zoon niet The Daughter kunnen zijn? Ik wens het die van mij alvast toe ... PJ Harvey & John Parish: Pig Will Not (live)

ovlijee
22 2

De voorraad weer op peil gebracht

Mijn schoonmoeder vond mij niet direct een goede huisvrouw. En eerlijk is eerlijk, als je de ouderwetse standaarden bekeek, was ik dat ook niet. Mijn linnenkast was een rommeltje, natuurlijk had ik voldoende handdoeken en theedoeken maar niet dat ik niet iedere week moest wassen. Mijn schoonmoeder kon geloof ik wel een maand zonder een keer naar de wasmand te kijken. Niet dat ze dat deed, ook op dat gebied was haar huishouden altijd keurig op orde. Alles netjes gevouwen op kleur en grootte in de kast. Ik geloof wel dat dit een generatiedingetje was. Mijn moeder heeft nog handdoeken in de linnenkast liggen die stammen uit de eerste jaren van haar huwelijk. En dat is toch alweer een tijdje geleden. Wij plagen haar er wel eens mee. Ze ondergaat dat goedmoedig en wijst er fijntjes op dat wij, haar dochters, dat straks erven. Nou gaan wij er van uit dat mijn moeder 120 jaar oud wordt, dus dat duurt gelukkig nog even. Wat de generatie van onze ouders ook belangrijk vond, was een goed gevulde voorraadkast. Toen wij mijn schoonouders gingen verhuizen van hun eengezinswoning naar een senioren-appartement, vond ik in de grote kelderkast doosjes van Honig met een logo dat ik niet kende. Zo oud was het al. Conserven die al vijf jaar over de datum waren, we hebben heel wat weggegooid. De koelkast was ook altijd goed gevuld. Ook later, toen mijn schoonvader alleen achterbleef, zorgde hij altijd voor een uitgebreide voorraad. Waar mijn koelkast aan het einde van de week wel wat gaten vertoont, zag die van hem er altijd goed gevuld uit. Als hij ’s avonds ergens trek in had, was er altijd wel een stukje kaas of worst voor handen. Mijn wekelijkse boodschappenexercitie met hem zorgde altijd weer voor veel vermaak. Omdat twee van mijn zussen altijd voor de boodschappen van mijn moeder zorgen, heb ik me eigenlijk nooit gerealiseerd hoe dat bij haar was. Natuurlijk kom je tijdens een bezoekje niks te kort maar ik heb me nooit afgevraagd of zij ook weken vooruit kan. Tot laatst, mijn zus die belast is met “de grote boodschappen” was geblesseerd. Ze vroeg me of ik een keer voor haar wilde invallen. Nou, geen enkel probleem natuurlijk. Ik haalde mijn moeder op en samen togen we naar de Appie. Ik heb mijn ogen uitgekeken maar me ook kostelijk vermaakt. Mijn moeder houdt van lekker eten, dat heb ik wel gezien. Ze krijgt ook veel koffievisite en bij koffie hoort een koekje. Dus daarvan gingen ook verschillende pakjes in de kar. Toen ik bij de kassa de berg spullen overzag, realiseerde ik me dat mijn maatje en ik daar twee weken van kunnen eten. Met zijn tweeën.

Machteld
5 0

Het belang van uitgestalde patisserie in het leven van een chaoot

Nooit mag ik het belang van mijn ogenschijnlijk betekenisloze tripjes naar de bakker onderschatten. En dan heb ik het niet over dagelijks brood. Zonder een bezoek aan de bakker ben ik verloren als het aankomt op bepaalde sociale verplichtingen. Sinds lange tijd ben ik onderworpen aan de in de vitrine uitgestalde patisserie om mij te herinneren aan nakende Vlaamse feestdagen. Reeds vele malen ben ik door het oog van de naald gekropen door op de allerlaatste dag mijn vrouw een gelukkige moederdag te wensen met een pateeke van de bakker, wiens koeltoog me die ochtend glashelder liet doorschijnen dat het die dag moederdag was. De veelal roze of rode pateekes liegen er niet om. De meeste hebben een glazuren hart met het woord MAMA in het midden geschreven. In hoofdletters van suiker of chocolade, zodat ook slechtzienden of lijders aan daltonisme de boodschap niet zou ontgaan. Hetzelfde geldt in februari. Hoewel mijn vrouw en ik niet zoveel belang hechten aan Valentijn, bedank ik de zeemzoeterige taartjes van bakkerij André om mijn geheugen op te frissen. Wanneer ik koningstaarten achter het glas zie, is het tijd om mijn broer te feliciteren met zijn verjaardag. Liggen er pruimentaarten, haal ik mijn beste wensen boven voor twee goede vrienden, wiens verjaardagen rond Aswoensdag liggen. Ik ben ze nog nooit vergeten. Dank u, pruimentaart! Omgekeerd kan ik mijn liefste echtgenote ook wat jennen wanneer zij dat obligatoire pateeke vergeet op Vaderdag. Dat ik zelf slechts een half uur vóór mijn geveinsde teleurstelling in haar op de hoogte ben, vertel ik er uiteraard niet bij. Zo heb ik mijn gespeelde verontwaardiging al jaren aan een stuk kunnen perfectioneren. Dat kan ook altijd van pas komen op andere momenten, denk ik dan. En dan is er nog Verloren Maandag. Op die dag verkoopt menig Antwerps bakker worstenbroden en appelbollen als zoete broodjes. Ik kan me herinneren dat we dat vroeger steevast als avondeten kregen bij ons thuis op ’t Zuid. Waarom heet dat eigenlijk in godsnaam Verloren Maandag? Naar het schijnt moesten ambtenaren in de late middeleeuwen op die dag niet werken. Bij deze wil ik een pleidooi houden om hier weer een officiële rustdag van te maken. Ik voel me toch al verloren op die dag.

Lennart Vanstaen
8 0

Bewust zijn van het bewustzijn

Mijn lief vertelt mij over de eerste keer dat hij bewust werd van zijn bewustzijn. Hij herinnert zich alle details van een vluchtig moment dat als peutertje zoveel indruk op hem maakte. Spelend met een rode auto op een groene vloer viel hem plots het besef binnen dat hij een observerende entiteit was. Ik heb gelijkaardige herinneringen uit mijn kindertijd. Of het de eerste keer was, dat weet ik niet, maar ik zie mezelf nog naast de buffetkast staan, mij er opeens over verwonderend dat ik alles vanuit één specifiek kader bekijk. Mij afvragend of anderen net hetzelfde ervaren. Aan de hoogte van de kast maak ik op dat ik ongeveer zes moet geweest zijn. Het zijn zeer korte, haast magische momenten, die plotse invallen van puur bewustzijn. Schaars in aantal en meestal geheel onverwacht. Het is niet gemakkelijk om woorden te vinden voor zulke gewaarwording. Je zou het kunnen omschrijven als ontwaken. Plots ben je je er haarscherp van bewust dat je bewust bent. Zonder oordeel of identiteit, enkel de observator die beseft dat hij observeert. Je hebt natuurlijk ook dat brein dat alles probeert te begrijpen, waardoor de magie vervaagt op het moment dat je erover begint na te denken. Dat bewustzijn voelt als iets waardevol en uniek. Als kind fantaseerde ik dat ik uitverkoren was om door een raampje naar het leven te kijken, vermomd als een klein meisje. En dat het universum met mij meekeek. Het was dus van belang dat ik alles heel precies documenteerde. Ik beeldde mij ook in dat alles en iedereen niet meer dan decor was om mij een totale ervaring te kunnen geven. Ik zocht naar foutjes die verrieden dat mijn hele leven een poppenkast was. Het was dan ook heerlijk om vele jaren later de film The Truman Show te ontdekken. Het spreekt voor zich dat het menselijk is om vragen te stellen over de aard van het bewustzijn en de relatie tot de externe wereld. Denken over het bewustzijn, is uiteraard iets anders dan bewust zijn van het bewustzijn. Al leidt het ene wel gauw tot het andere. Die wakkere staat van zijn, waarbij het fundamentele proces van het ervaren zuiver op de voorgrond treedt, kan getraind worden. Dit is waar meditatie om draait. Maar het bewust streven naar een bepaalde toestand tijdens meditatie wil wel eens averechts werken. Het is alsof het bewust zijn van het bewustzijn erom vraagt om ongewild plaats te vinden. Op een onbewaakt moment, verstild en onthecht van het narratief van de realiteit.   De verwondering en het bevreemdend gevoel dat zo’n intense bewustzijnservaring oproept, heeft de neiging om snel op te lossen. Eenmaal weer diep ingegraven in de dagelijkse beslommeringen wordt het perspectief nauwer. Pal in het centrum van ons menszijn, waar we vergeten dat we meer zijn dan een door prikkels gedreven sociaal wezen met een identiteit en zelfbeeld, daar is het moeilijk bewust te blijven. Onder de dikke lagen van gedachten, gewoontes en bezigheden registreert het bewustzijn echter alles. Bewustzijn is nooit afwezig, we zijn er alleen niet altijd bewust van. Ik zou het begrijpen als u dit relaas als raaskallerij interpreteert, alleen al omdat er geen collectieve consensus bestaat voor de term bewustzijn. Desalniettemin vind ik het een uiterst boeiend onderwerp dat uitdaagt om gevat te worden in woorden. Een gevoel van sterk tekort schieten, primeert bij het overlezen van deze tekst. Taal is een beperkt middel als het gaat over het omschrijven van mystieke ervaringen. Dat weerhoudt mij niet om het te blijven proberen. https://www.karoliendeman.com/blog/2021/5/11/bewust-zijn-van-het-bewustzijn

KarolienDeman
0 0

Oude bazen en nieuwe haarkleuren

Misschien moest ik mijn haar maar eens blond verven, of bruin, of acajou. Ik ben er nog niet helemaal uit, maar mijn oude baas is er de oorzaak van dat ik dit heb overwogen. Kijk, aan het eind van je job, rest alleen nog de teruggave van al die leuke, extralegale voordelen; je laptop, je treinkaart, je badge met gratis parking in de stations… Je steekt het met pijn in het hart allemaal in je rugzakje dat je bij je aanwerving cadeau kreeg, samen met je hoop, je verwachtingen én je uiteindelijke desillusie omdat je droomjob toch niet je droomjob bleek te zijn. “Spijtig dat het zo gelopen is,” probeerde mijn oude baas me nog te troosten, toen ik hem bijna ritueel dat rugzakje overhandigde: “Je hebt gedaan wat je kon, maar…” er viel een korte, enigszins geladen stilte: “Laten we eerlijk zijn, nieuwe dingen aanleren gaat niet meer zo makkelijk voor mensen met onze haarkleur.” En zo werd ik er voor het eerst in mijn professionele leven mee geconfronteerd dat ik niet meer van de jongsten ben. Maar… als alleen je haarkleur dat verraadt, kan je daar nog iets aan doen, toch? Ach… misschien had die grijsaard wel een punt. Terugblikkend moet ik toegeven dat mijn jongere collega-cursisten als een sneltrein door de opleiding Traffic Control raasden, terwijl er bij mij toch eerder sprake was van een moeizaam voorthobbelend boemeltje, met alle gevolgen van dien. Terug op het perron voelde ik me verwant met het opgekalefaterde stoptreintje dat me weer naar huis bracht; te jong om uit te bollen, te oud om zich te kunnen meten met al die flitsende hogesnelheidstreinen. Daar kan geen likje verf iets aan verhelpen. Ik laat mijn haar maar zoals het is.

Paul Dewilde
0 0

Kennis van auto's

Mijn maatje is altijd een fan geweest van auto’s. Niet van bolides als Ferrari, die zijn alleen maar mooi om naar te kijken maar hebben nooit op het verlanglijstje gestaan. Zelfs niet als hij de Staatsloterij zou winnen. Nee, stoere, robuuste auto’s, dat was mooi. Door zijn werk was het ook zeker gerechtvaardigd een stevige auto te hebben. Tenslotte moesten er ladders op het dak en later een zware aanhanger meegenomen worden. Maar naast onze ‘werkauto’ hadden we ook een auto nodig waar ik mee naar mijn werk kon, waar ik boodschappen etc. mee deed en waar we in het weekend mee op pad konden. We hebben veel verschillende merken gehad maar de laatste jaren, hoe opmerkelijk, waren het steeds Toyota’s. In soorten en maten. Ik weet nog dat we een Toyota Avensis hadden besteld. Mijn maatje wilde liever niet standaard dus er werden wat opties toegevoegd. Waardoor de levering iets langer duurde dan gepland. En omdat we onze vorige auto al verkocht hadden, moest er iets komen ter overbrugging. Dat vond ik altijd sport, ik wilde graag iets wat echt oud was, waar ik niet zuinig op hoefde te zijn. De dealer die onze auto had gekocht, had precies staan wat ik wilde. En omdat het een sympathieke man was, mocht ik het autootje lenen, voor de maanden dat we moesten wachten. Uiteraard had hij dan onze auto ook eerder, maar ik vond het toch een mooi gebaar. Het kleine rode autootje, een automaat ook nog, bracht ons overal naar toe. We reden naar zee, ik laadde al mijn boodschappen in de koffer, stiekem vond ik het een prima karretje. Mijn maatje peilde de olie, ik gooide er benzine in, niks aan de hand. Tot die ochtend dat ik nietsvermoedend de snelweg opdraaide richting werk. Het was druk, het was ochtend dus ik sukkelde met een kalm gangetje achter mijn voorgangers aan. Met mijn gedachten al bij de dag die zou komen. Op een gegeven moment hoorde ik een bijzonder geluid. Ik keek om me heen, wat kon dat nou zijn. Het duurde even tot ik besefte dat mijn auto dat geluid maakte. En dat het steeds harder werd. Het leek wel of iemand met een hamer tegen de onderkant van de motorkap sloeg. Heel snel. Ik gaf gas om te kijken of het dan minder werd. Hmm. Helaas. Even later stond ik een beetje moedeloos op de vluchtstrook. Lang verhaal kort, mijn maatje heeft samen met een collega de auto naar mijn werk gesleept. Daar werd hij aan een inspectie onderworpen en het bleek dat de olie die mijn maatje had toegevoegd niet precies op de juiste plaats terecht was gekomen. Mijn collega sprak de legendarische woorden “het motortje is kapot, zet hem maar buiten”. Nader onderzoek wees uit dat ik niet helemaal onoplettend was geweest. Door een aantal, laten we maar zeggen, technische aanpassingen van de auto, was het lampje niet aangesloten. Het zou nooit zijn gaan branden. Maar toch, met lood in mijn schoenen ging ik de garagehouder bellen. Een behulpzame collega, nadat hij had kunnen stoppen met lachen, adviseerde me om brutaalweg een nieuwe auto te vragen. Tenslotte had hij me dit slechte exemplaar geleverd. Dat durfde ik niet, schoorvoetend vertelde ik wat er was gebeurd. De man reageerde heel laconiek, ik geloof dat de auto later zelfs aan mijn technische collega heeft verkocht. De weken die volgenden, heeft mijn maatje mij gebracht en gehaald, overal waar ik naar toe moest. We waren allebei zielsblij dat onze nieuwe auto werd afgeleverd. Want hoe goed we het ook samen kunnen vinden, het is toch fijn om je eigen vrijheid te hebben.  

Machteld
1 0

Woelige dagen

Soms wordt het woelig. De impuls om te vluchten onderdrukkend, probeer ik de kluwen aan emoties, gevoelens en gedachten te ontleden. Het is hier nu bij mij, deze warrigheid, het doet zich voor en vraagt om aandacht. In de vorm van pijn of iets anders dat ik vervelend kan noemen. Ik kijk ernaar en weet dat als ik me ervoor afkeer, ik alles in rafels achter mij mee trek. Het blijft sowieso hangen, mij volgend. Wachtend op een ander ongeschikt moment. Alle mogelijke handvaten en ander gereedschap ligt op tafel. Het lijkt nooit genoeg. Woorden, technieken, stiltes, … Dit vraagt om aandacht, dus moet ik er iets mee doen, toch? Of laat ik beter alle acties achterwege, stilstaand, zodat de storm langs mij heen kan razen, de geseling bewust voelend. Erop vertrouwend dat de sporen die ze nalaat mij alleen maar mooier maken. Ik schipper tussen reageren en laten zijn. Tussen veranderen en aanvaarden. Sluit het ene het andere uit? Alles gadeslaand met een blik die toelaat en liefheeft, maar de felle wind doet mijn ogen tranen. Want ik ben menselijk en zit vol gaten. Mijn weefsel is zacht en weerloos. Mijn kwetsbaarheid en onvoorspelbaar verval omhult mijn goddelijkheid, als een op maat gemaakt kostuum. Ja ik weet het wel; het hier en nu dat mijn bestaan omkadert is slechts een mogelijkheid. Wat niet wegneemt dat ik deze vol overgave vervul. Alleen ultieme liefde kan deze snijdende tegenstellingen baren, daar zij niets wil uitsluiten. Elke handeling krijgt bewegingsvrijheid, elke gedachte gehoor. Aangedreven door een wil banen we ons een weg doorheen het leven. Soms botsend, sputterend en twijfelend. Misschien krijgen we wel dingen naar ons hoofd geslingerd als we voor een authentieke weg kiezen of even blijven stilstaan. De lieve bomen, waar ik me zo graag mee omring, zijn een grote bron van inspiratie. Ze nodigen me uit om mee te wiegen en te buigen. Ik mag zelfs breken, want ook in stukjes ben ik nog evenveel waard. Staand in aanvaarding, daar waar het zaad zich goed voelde om te schieten, belichamen ze de berusting waarin ik wil huizen. Het ruisen van hun kruinen is de geruststellende ondertoon waarop ik mijn wiebelachtige gedachten laat varen. De vibratie van alles dat gebeurt, gewoon omdat het kan. Zonder oordeel. Steeds met het vrijblijvend potentieel om iets toe te voegen.

KarolienDeman
23 1

Potten en pannen

Toen mijn maatje en ik net gingen samenwonen, was ik beslist geen keukenwonder. De maaltijden die ik dagelijks op tafel slingerde blonken niet uit. Op geen enkel gebied. Ik weet nog dat ik voor de eerste keer peultjes ging koken. Geen idee hoe lang dat moest of hoeveel water erbij moest. Gewoon in het pannetje en op het gas. Wel schoongemaakt, dat had ik bij mijn moeder wel gezien. Na een tijdje kwam er een bijzondere geur uit de keuken. Het pannetje was droog gekookt en de peultjes waren slechts nog met grote moeite van de bodem te krabben. Potje erwtjes van Hak van maar? Ik heb zelfs een keer een gekookt ei aan laten branden. En dan moet je toch van goeden huize komen. Toch baalde ik daar wel van. Vooral als mijn schoonmoeder een bakje hutspot met hachee meebracht. “Want het eten van je moeder is toch altijd het lekkerste.” Ik kon wel lelijk kijken maar op dat moment kon ik het niet weerleggen. Ook de erwtensoep die we van mijn moeder kregen was ongeëvenaard. Het was niet anders. Het omslagpunt kwam, vreemd genoeg, tijdens een kampeervakantie in de Elzas. Vlak bij de camping was een grote winkel van Staub. Nooit van gehoord maar er stond een afbeelding van pannen op het pand dus we gingen gewoon uit nieuwsgierigheid even kijken. Er ging een wereld voor me open. Ik had nooit verwacht dat er zoveel verschil was in pannen. En dat pannen zoveel verschil kunnen maken. Ik kocht mijn eerste braadpan en vanaf dat moment ging het een stuk beter. Ik waagde me zelfs aan de wat moeilijkere gerechten. Mijn maatje vindt het prima. Hij houdt wel van lekker eten. Ik kreeg er plezier in en durfde op een gegeven moment zelfs voor anderen dan alleen mijn maatje te koken. Nu geniet ik ervan als de tafel vol zit en iedereen geniet. Ik ga graag naar een restaurant maar thuis mensen uitnodigen en zorgen dat iedereen lekker eet, vind ik eigenlijk net zo leuk. En gelukkig vind ik ook altijd weer mensen die willen komen eten. Soms brengen ze zelfs bakjes mee. Net als mijn jongste zus, die eerst een maaltje stoofvlees voor zichzelf veiligstelde voordat ze aan tafel ging. “Je hebt vast genoeg gemaakt, heb ik morgen lekker ook nog eten.” Dingen die ik voor de eerste keer maak, probeer ik nog wel uit op mijn maatje. Niet alleen vanwege het risico dat het mislukt maar ook omdat hij nog altijd een kritische fan is. De hete bliksem van zijn moeder is nog altijd lekkerder dan die ik maak. Maar dat is dan toch ook wel vrijwel het enige. Oh, en er mislukt echt nog wel eens wat. Vaak de meest simpele gerechten. De schnitzels die ik laatst op tafel zette, waren iets te hard gegaan. Ik heb het zwarte paneermeel er maar afgekrabd. Ach, spinazie en gebakken aardappelen zijn ook lekker.

Machteld
6 0

Slaapniegoenie

Halfdrie 's nachts probeer je nog eens de andere kant van het kussen uit. Dat voelt al evenveel als slapeloosheid aan. Sinds je om elf uur het bed in kroop zag je middernacht en kwart voor twee ook al flikkeren. Of je alles daartussen hebt geslapen is niet duidelijk, wel dat dit zeer vervelend is. Voor slaapproblemen geldt zowel figuurlijk als letterlijk: je gaat ermee slapen en je staat ermee op. Wekker Wees maar zeker dat je nét goed bent ingedommeld wanneer de wekker rond halfzeven afloopt. Iedereen maakt het eens mee en zelfs twintig procent van de bevolking sukkelt met de nachtrust. Het getokkel van regen op je raam wiegt je deze keer niet zachtjes in slaap. De viervoeterige huisgenootjes laten er hun slaap niet voor. Je hoort de ondeugende pootjes van je kat de trap aflopen en luistert aandachtig naar wat haar volgende activiteit wordt. De rest van de wereld slaapt en creëert een stilte waarin je zelfs hoort hoe lieve Zazou twee verdiepingen lager een plaatsje zoekt in haar kattenbak. Vervolgens hoor je het geknetter van haar korreltjes terwijl ze van een midnight snack geniet. Mijn kattin eet dus rond vier uur 's nachts. Dat weten we ook alweer. Chronische slapeloosheid was het resultaat van een zeer betrouwbare online-test. Dokter Google heeft alle antwoorden. Daarom slaap je sommige nachten slechts twee uur. Daarom is het geluid van je wekker de eerste en zwaarste marteling van de rest van je dag. Daarom zegt je polshorloge 's ochtends dat het geen idee heeft of je überhaupt wel sliep. Daarom telt je werkdag evenveel geeuwtjes als open geklikte e-mails. Daarom kijk je al je hele romantische leven met haatdragende ogen naar dat vriendinnetje van jou dat al slaapt nog voor al haar haartjes de matras raken. What now? Het gevoel constant moe te zijn behoort al sinds mijn puberteit tot mijn realiteit. De blauwe ringen onder mijn ogen zijn wellicht permanent in de huid getatoeëerd. De nachtelijke uurtjes MSN hebben destijds natuurlijk niet geholpen. De eerste zoektochtjes naar oplossingen leidden tot antwoorden van het wereldwijde web. Niet te laat eten, vermijd schermpjes voor het slapengaan of toestelletjes in de slaapkamer en ga op een regelmatig tijdstip slapen. Sindsdien eet ik op bejaarde tijdstippen en werd de slaapkamer verboden terrein voor de TV. Het gewenste effect bleef uit. What now, Google?  Probeer eens wat te lezen zei de ene. Lezen is te prikkelend, zei een ander. Nog wat scrollen dus. Blijf niet te lang liggen als je de slaap niet vat, leek me nog een goed idee. Eventjes naar de keuken om daar de vaatwasmachine leeg te maken. Wanneer je jezelf in de weerspiegeling van het raam ook nog eens aardappelen ziet schillen, is een welgemeende WTF niet zo verrassend. Ik wil geen nachtraaf worden die 's nachts bijklust en overdag als een zombie gaat werken. Thanks you, next. De volgende oplossing moest de medische wereld me maar aanreiken. Tic Tac  Slaappillen boezemen me angst in, afhankelijkheidsangst. Slapen is één ding, gewoon niet meer wakker worden is iets anders. Sedistress Sleep is een natuurlijk hulpmiddel en bijgevolg niet verslavend. Na twee weken werken die tabletjes nog niet. "Je moet ze lang genoeg nemen", luidt het dan. Dat zal wel kloppen. Als ik de rest van mijn leven elke dag zo'n Tic Tac met een teug water inneem, zal er wel eens een goeie nacht tussen zitten. Tegen beter weten in begon ik onlangs een nieuwe kuur. De tweede week kende een gemiddelde van vijf uur per nacht. Als weken drie en vier van hetzelfde niveau zijn bied ik ze te koop aan. Of zou ik er nog een nachtje over slapen? Probeer je fysiek eens uit te putten is nog zo'n devies. Dat klinkt best wel logisch, maar mijn bouwvallig tuinhuisje van een lichaam heeft soms lak aan dergelijke logica. Na een nacht van vijf uur slaap en een looptochtje van 25 kilometer zou je toch veronderstellen als een baby te slapen? Negentig minuten schapen tellen en een schamele zes uur maffen was het tegenvallende resultaat. Daar herstellen die spiertjes ook niet van.. En een slaapmutsje dan? Niet de letterlijke lap stof dat je hoofd warm moet houden, wel een borreltje alcohol. Drinken voor de gezondheid? Dat moest ik ook wel eens proberen! Doch andermaal niet met het gewenste effect. Drank maakt me eerder goedgemutst dan slaapgemutst. Podcast Mijn naam is Julian en ik ga je begeleiden bij deze slaapmeditatie, om in een diepe slaap te komen door middel van een vertraagde ademhaling. 't Zijn de eerste woorden van een zestienminuten-durende podcast van Somnox op Spotify. Toegegeven; ik heb het einde van zijn geratel niet altijd gehaald. Toch heb ik andere ambities dan die traagsprekende man elke nacht in mijn slaapkamer te horen. Jules zou misschien in een vrouwelijke collega kunnen investeren. Of liggen zij daar niet wakker van? Toen ik het vooral met Faithless kon meezingen was Insomnia nog een van mijn lievelingsliedjes. Sinds ik het meemaak klinkt "I can't get no sleep" vooral als zurige zelfspot. Wanneer slaaptekort bij leefteveel hoort, voelt dat aanvaardbaar en minder pijnlijk aan. Nu het een solocarrière uitbouwt vind ik de nieuwste hit Slaapniegoenie minder goed klinken. Poging elvendertig om dit aan te pakken wordt de slaapkliniek, na doorverwijzing van mevrouw doktoor. Mag ik nu dan op twee oren slapen?

Xrossmymind
30 3

Brood mee

Na meer dan een jaar voor het grootste gedeelte thuis werken, komen er nu toch ook wat meer ‘kantoordagen’ in zicht. Vanwege afspraken die toch niet lekker werken, online. Of gewoon, omdat ik mijn BHV-plicht moet vervullen. Dat laatste klinkt zwaarder dan het is, gelukkig heb ik anders dan pleisters plakken nog niet veel hoeven doen. Laten we hopen dat dat zo blijft. Maar wel naar kantoor dus, als dat nodig is. Het voelt nog steeds raar. Het is er leeg, vaak donker, koud. Er zijn een aantal koffie-automaten in werking en net niet die op onze afdeling. Een bakkie koffie is een hele wandeling. Het is niet erg, je komt onderweg nog eens iemand tegen en in het bedrijfsrestaurant kan ik dan een praatje maken met onze cateringmanager. Ook altijd gezellig. Volgens mij baalt zij nog het meest van het gebrek aan gezelligheid. Het restaurant is gesloten voor de lunch. We moeten dus onze eigen boterhammetjes meenemen. Dat was voor mij een hele ervaring. Ik kan me niet meer heugen dat ik voor mezelf brood heb gesmeerd. Gelukkig heeft mijn maatje zijn oude broodtrommeltje bewaard. Tupperware, jawel, onverwoestbaar. Hij kwam er triomfantelijk mee, “kijk, als je nou heel voorzichtig doet, mag je mijn trommeltje gebruiken.” Het leek bijna jeugdsentiment. Zoveel jaren, dag in dag uit, op pad met zijn Tupperware-attachékoffer, zoals hij dat noemde. Twee broodjes met kaas en twee broodjes met pindakaas. Een hele enkele keer afgewisseld met leverpastei. Mijn maatje is geen broodeter. Het voelt kaal hoor, zo’n trommeltje. Geen salade, geen soep, niet een lekkere ciabatta of een panini. Natuurlijk, het is ook luiheid van mezelf, ik kan er ook meer werk van maken. Maar daar heb ik dan weer geen zin in. Dus twee witte puntjes, een met oude kaas en een met snijvlees. Klaar. Hopelijk brengen de versoepelingen ook meer lucht op dit gebied. En kunnen we straks weer met z’n allen eten in het bedrijfsrestaurant. Mopperen als de soep koud is, of de yoghurtjes uitverkocht. Heerlijk.        

Machteld
5 0

Doorheen de verschillende lagen van het voelen

Ik ben een (over)denker. Van denken heb ik mijn specialiteit gemaakt. Ik hou ervan om dingen te analyseren, te wentelen in mijn hoofd en eventueel logica of verbanden te vinden. Het heeft me al best wat inzichten opgeleverd. Anderzijds ben ik ook een ‘gevoelsmens’. Wel ondervind ik enige weerstand tegenover dat woord. Misschien omdat ik het al vaak heb horen gebruiken zonder de ware betekenis ervan te kennen. De connotaties die ik eraan toeschrijf zijn ongetwijfeld het product van een rationele wereld die gevoel als ondergeschikt afdoet. Op school leert men kinderen hoe belangrijk het is om het denkvermogen te ontwikkelen. Maar het exploreren en hanteren van de uitgebreide gevoelswereld valt buiten het lessenpakket, ervan uitgaande dat dit wel in de privésfeer zal plaatsvinden. En dat is een gemiste kans. Het verloochenen van mijn gevoelswereld is mij duur komen te staan. Het negeren of verwaarlozen van een deel van jezelf kan nooit tot iets goed leiden. De heftige fysieke kwalen waaronder ik jarenlang gebukt ging, waren ongetwijfeld hiervan een gevolg. Als kind ging dat voelen allemaal zeer spontaan. Ik ging erin mee, speelde en creëerde in de rijke grond van mijn gevoel. Maar ergens in mijn pubertijd ging er iets verloren. Ik kroop steeds meer in mijn hoofd. Het ziektebeeld dat daardoor ontstond, heeft me gemotiveerd om het voelende kind in mezelf te herinneren en te eren. Zoals ik al vaker geconcludeerd heb, schieten woorden tekort. Wat wij collectief verstaan onder gevoel stelt niets voor in vergelijking met de weidsheid van de werkelijkheid. Een sluitende definitie die heel de lading dekt bestaat niet. Het is paradoxaal, maar de analist in mij heeft geprobeerd om de gevoelswereld onder te verdelen in categorieën of verschillende lagen. (Zie het schema in bijlage)Naar mijn mening/gevoel verwijzen we bij het algemeen gebruik van het woord gevoel vooral naar de eerste twee lagen, namelijk fysiek of emotioneel gevoel. Maar er is meer. Ik vond het niet evident om de laatste laag een naam te geven, wetende dat elk woord geoxideerd is door aangeleerde connotaties. Ik koos uiteindelijk voor het woord spiritueel, erop vertrouwend dat de lezer bereid is zich los te koppelen van eventuele vooringenomenheid tegenover dit woord. De verschillende gevoelslagen hebben invloed op elkaar, vullen elkaar aan. Zo kan een fysiek gevoel een emotie losmaken, wat vervolgens een spiritueel gevoel triggert. En ook omgekeerd. Elke laag is als het ware een perspectief van waaruit we de wereld kunnen ervaren. Tezamen vormen ze een multifunctionele toolbox waarmee we het leven en onszelf kunnen interpreteren. Gevoelens zijn het kompas dat ons steeds naar authenticiteit begeleidt, in het bijzonder de laatste laag. De eerste twee lagen kunnen gestoeld zijn op overtuigingen die, al dan niet uit zelfbescherming, beperkend werken. Zo weten we bijvoorbeeld dat het niet altijd aangeraden is om beslissingen te maken vanuit een prangende emotie. Maar het spirituele voelen daarentegen liegt nooit. De kunst is echter, zeker levend te midden van een wetenschappelijke rationele maatschappij, om je het voelen van die laatste laag meester te maken. Het is een mooie (dagelijkse) oefening om even een moment te nemen om bewust doorheen alle lagen te voelen. Beginnende met: wat voelt mijn lichaam? Welke emotie(s) herken ik? En ten slotte: welk spiritueel gevoel word ik gewaar? Heeft het een vorm of kleur? Voelt het puntig of eerder rond? Zacht of hard? Uitgestrekt of gecentreerd? De moeilijkheid ligt vooral in het feit dat het spirituele gevoel begint te vervagen wanneer je het probeert te vatten in woorden, gedachten of concrete vormen. Het vraagt om een interpretatie die geheel los staat van het denken en analyseren. Het brein zal elke ervaring altijd proberen te linken aan iets dat het reeds kent. De functie van het brein is dan ook om het leven te begrijpen. Het brein wil alles onderverdelen en klasseren. Het heeft een versnipperende werking, de neiging om alles in hokjes onder te verdelen. Op zich geen verkeerde of slechte eigenschap, anders zou ik ook niet in staat zijn om deze boodschap te communiceren. Maar het spiritueel voelen is gericht op eenheid. Het maakt geen onderscheid tussen binnen en buiten, ik en de ander, goed of slecht. Het spiritueel voelen proberen te herleiden naar een vorm of kleur is een hulpmiddel dat op een gegeven moment dient losgelaten te worden. Zoals bij zoveel dingen heb je niet meer nodig dan focus, intentie, oefening en vertrouwen om je het spiritueel voelen vloeiend eigen te maken. Om spiritueel te voelen heb je in essentie geen brein nodig. Daarom koos ik voor het woord ‘spiritueel’, omdat het geestelijkheid zonder materie impliceert. Ik weet dat het ontzettend moeilijk kan zijn om het brein even aan kant te zetten en zonder oordeel mee te gaan in de onafgebakende spirituele gevoelswereld. Zoals ik al zei, was ik er als kind erg goed in, maar heb ik het later opnieuw moeten integreren. Het enthousiasme tijdens dit leerproces heeft me ertoe aangezet om deze tekst te schrijven. De taal van het spirituele voelen is de collectieve moedertaal, de taal die elk wezen spreekt. Het gebeurt wel eens dat ik diep aan het opgaan ben in een spiritueel gevoel en dat mijn brein dan plots opdaagt met een oordeel of analyse. Wat er natuurlijk voor zorgt dat het gevoel oplost. Het is ook niet abnormaal dat spirituele gevoelens als vaag overkomen en om die reden dan ook niet serieus worden genomen. Omdat het brein geen concrete handvaten heeft, klasseert het daarom de gewaarwording als vaag en onbelangrijk. Maar wie bekend is met spiritueel voelen en het integreert in het dagelijkse leven zal beamen dat dit een prachtige eigenschap is die helaas schromelijk wordt onderschat.  Met deze tekst wil ik de schoonheid en rijkheid van het spiritueel voelen in de verf zetten. Onder de dikke laag van al het tastbare ligt de krachtige energetische motor van een spirituele gevoelswereld. Als creator, iets dat wij allemaal zijn, is het toch cruciaal om bewust te zijn van alle componenten waarmee we onze werkelijkheid kunnen scheppen.

KarolienDeman
7 1