Lezen

Ode aan de moeder van Simone Inzaghi

Peruzzi lanceert de bal richting Pessotto. Gianluca Pessotto met wat ruimte aan de linkerkant van de eigen speelhelft. Hij rukt op en vindt Di Livio. Angelo Di Livio op links, wordt onder druk gezet door Sagnol. Di Livio vindt toch Zinedine Zidane centraal. Zizou probeert zijn man af te troeven. Maar Djetou komt erin gevlogen als door waanzin gedreven en maait de Franse spelmaker onderuit. Zidane het grassprietje, Djetou de grasmachine. Edgar Davids kijkt vol bewondering toe.   Nikolay Levnikov aarzelt geen seconde, blaast op zijn fluitje en haalt de gele kaart boven. Godenkind Allessandro Del Piero is er als de kippen bij om de vrije trap op te eisen. Hij sprint sneller naar de plek van onheil dan dat hij enkele minuten geleden achter een dieptepass van Antonio Conte aanholde. Conte kijkt hem argwanend aan en fluistert een verwijtend woord. Del Piero couldn’t care less. Voetballers zoals Antonio, die geprezen worden om hun werklust en inzet, komen nog niet tot aan zijn enkels. Echte voetballegendes worden omschreven door andere bijvoeglijke naamwoorden. Allessandro concentreert zich, neemt een lange aanloop en borstelt de bal in de linkse winkelhaak. Barthez beroert het projectiel nog even, maar heeft geen verhaal tegen de snelheid en precisie van de trap. In de seconden voor Del Piero juichend wegloopt naar de cornervlag, knipoogt hij nog snel naar werkpaard Conte.   David Trezeguet heeft al enkele keren mogen centeren vandaag. Teveel eigenlijk. Het zou zwaar, zoniet onmogelijk worden om dit nog recht te zetten. Misschien kon hij beter van ploeg veranderen. Hij geeft de bal aan Ikpeba, die tovert altijd wel iets moois uit zijn sloffen. Ikpeba begint aan een solo. Vele hindernissen op de weg, maar Viktor paradeert er langs alsof het niets is. Tot het mes van Montevideo genadeloos toeslaat. Het is als een confrontatie tussen het goede en het kwade. Het kwade wint. De pitbull zit in een hoekje te gniffelen. Costinha ziet dat en roept naar de arbiter: “Zie daar Edgar zit Viktor uit te lachen!” Levnikov kan er niet mee lachen. Ex-sovjets hebben doorgaans weinig medelijden met klikspanen. Hij toont Costinha plotsklaps de gele kaart en geeft Montero een schouderklopje. “Jongens zoals jij kunnen we in Mother Russia altijd gebruiken”, gromt Levnikov in een taal die geen enkele speler op het veld begrijpt.   De arbiter fluit het eindsignaal. 4-1 voor de Italianen. Geen slechte uitslag, waarschijnlijk voor de derde keer op rij in de finale. Superpippo wordt voor de camera gehaald. Hij is blij. De ploeg heeft een goede prestatie geleverd. Hijzelf heeft evenwel geen bal geraakt. Dat maakt Inzaghi helemaal niets uit. De wedstrijd is gedaan en hij mag naar zijn mama. Want als er één ding is waarvan Pippo meer houdt dan van een beetje wandelen in zijn hof en af en toe een bal tegen de netten pissen, dan is het wel zijn moeder. Hij moest zich al drie uur voor de wedstrijd, melden op de club. Het is dus al vijf uur geleden dat hij zijn moeder nog zag. Maar nu kan hij terug naar huis. Veel beter gaat het niet worden vandaag.

Exegeet
0 0

Bier drinken op café is te duur

Een halve fles sterke de man is ontoereikend. Donderdagavond is de beurs leeg, teveel pinten genuttigd op café. Het is balanceren op een slappe koord. Een fles sterke de man is hoogmoed. De black-out slaat toe voor de cafégang begint. Soms trap je in die val. Het lichaam trekt naar het feest. De geest geborgen in bed, het lichaam treffend de volgende dag met een harde knal.   Maandagavond, café De Reisduif is zo goed als leeg. Opluchting. Vrije krukken aan de toog, niet teveel geroezemoes, geen zweterige lijven en je bestelling snel voor je neus. De Reisduif kan twee kanten op. Flesjes bier zijn er goedkoop en in de hoek staat er een klein rond tafeltje. De uitdaging ligt voor de hand: vul de tafel met lege bierflesjes. De avond vordert, de tafel groeit. De Reisduif heeft dikwijls een zwaar bier van de maand. Snugger als de cafébaas is, koppelt hij er een competitie aan. Per consumptie krijg je een stempel. Bij tien stempels krijg je een grote fles van datzelfde zware bier gratis. Die mag je wel niet in het café opdrinken, zonde.   Duvelavond in de Verlichte Geest valt samen met happy hour in de Kerfstok. De twee kroegen maakten geen afspraken over de waarborg bij Duvelglazen. De geboorte van een perfecte dinsdagavond. Café de Verlichte Geest baarde ook Duvelman. Deze legendarische figuur was te laat om zich in te schrijven voor één of andere zaak waarvoor hij zich graag wou inschrijven. Vijf Duvels ad fundum in een half uur zouden de inschrijving toch nog mogelijk maken. Het was twaalf uur ’s middags. Om half een werd de inschrijving genoteerd.   Bar De Zeven Eiken, woensdagavond, net Gold Strike ontdekt. De gouden snippers in de likeur zouden sneetjes maken in je maag waardoor de alcohol sneller wordt opgenomen. Muziek in de oren. Bestelling aan de toog. Het is cruciaal dat niemand zonder drinken in zijn handen moet staan, de sukkelaar. Iemand verspert de weg en weigert de doorgang. Een vuist zegt dat hij aan de kant moet. De deurwachters accepteren zulk gedrag niet. De donkere buitenlucht omhult een groot silhouet die beweert dat zijn neef een slag heeft gekregen en hij er nu één terug mag geven. Twee ogen en wat tanden. Een onderbouwde argumentatie om zijn redenering te ontwrichten werkt niet. alles wordt zwart.   Donderdag. Een verfrommeld pv in je broekzak. Blijkbaar klacht tegen onbekenden ingediend gisteren. De beurs is leeg. Minder op café gaan, meer sterke drinken.

Exegeet
0 0

COSTA DI FLAMINGHI

Nadat wij nu al een aantal jaren op Tenerife aan de zuidelijk gelegen Costa del Silencio overwinteren, lijkt het voor ons een beetje op een jaarlijks thuiskomen. Het hotel dat al sinds zeven jaar, na een faillissement, nog steeds in de eerste bouwfase staat, lijkt jaarlijks meer en meer op een open, skeletachtige ruïne. De Canaries mikken nog steeds hun sigarettenpeuken in de bloemperken, zodat er tussen de lavakorrels en de zorgeloos bloeiende bougainvillea, de hibiscusstruiken, de yucca’s en de palmbomen al een hele filterasbak ontstaan is. Ja, wat maakt een beetje meer of minder as uit op dit vulkaaneiland… Overal in ons vakantiecomplex hangen er grote viertalige aanplakborden waarop staat, dat op straffe van een flinke geldboete,  men de hond alleen aan de lijn mag uitlaten en de uitwerpselen door de eigenaars moeten opgeruimd worden. Zulke regelgeving wordt door de ‘locals’ finaal genegeerd. Overal zie je onaangelijnde kleine keffermormels, liefst in het midden van het witte betegelde voetpad , vrolijk hun stinkende drollen leggen. De urbanisatie is en blijft nog steeds het loslopende kattenwalhalla.  Ook de Duitse rolstoel invalide woont nog steeds aan de overkant van ons vakantiehuisje. Elk jaar wordt zijn voorhoofd groter, zijn vieze miezerige paardenstaartje langer en ziet zijn huid er meer en meer verschrompeld en grauw uit. Soms krijgt hij bezoek van een andere leegloper en denkt hij plots dat hij een diskjockey is.  Terwijl we zelf op ons terras, in de zon trachten een siësta te houden, vergast hij ons minstens één maal per week op een Woodstock- achtige plaatjesdraaierij. Nu valt de keuze van zijn muziek, die het midden houdt tussen Duitse schlagers en Englebert Humperdink,  nog min of meer mee, maar toch... Naargelang de namiddag vordert en het bier waarschijnlijk alle hersenactiviteit uitveegt, gaat het geluidsniveau stilaan over in festivalmodus. Ik denk dat de afname van zijn gehoor in evenredigheid is met zijn alcoholinname.  Ik veronderstel dat daarentegen zijn reukzin en intuïtie meer ontwikkelen, want blijkbaar ruikt hij mijn toenemende ergernis. Juist als ik vind, dat het genoeg is geweest en bijna als een Vlaamse furie wil opveren, lijkt het alsof  Tom Jones van het festivalpodium afdondert, zich in zijn “Green, green grass of home” verslikt en er volgt opeens een aangename stilte. De Costa del Silencio is het vakantiegebied naast het oorspronkelijke Tenbel (Tenerife-België) complex. De Vlamingen hebben hier vermoedelijk, in het verleden, massaal met zwart geld, witte huisjes en appartementjes, als tweede verblijf aangekocht. In het vakantiecomplex waar vroeger alleen Vlaamse, Engelse en Duitse toeristen overwinterden, wonen nu sinds de crisis meer en meer de Canaries zelf. Overal op de daken staan nu antennes naar TV Canaria en Spanje gericht en zijn wij hier de allochtonen die met vlaaien van schotelantennes TV Vlaanderen binnenhalen. Er is een Belgische bakker, een Vlaamse dokter en een Nederlandstalige tandarts. Verschillende Vlamingen hebben het druilerige België achter zich gelaten en begonnen hier een café of restaurant. In Las Galletas, het vissersdorpje op wandelafstand, staan verschillende menuborden broederlijk naast elkaar. De Engelsman kan hier voor 2.5 Euro zijn gigantisch English breakfast eten waarna hij waarschijnlijk voor de rest van de dag geen ‘porridge’ meer kan zeggen. Iedere  nieuw aangevlogen toerist kan hier, zonder problemen, zijn eigen landsdieet voortzetten. Er worden English Roast, of lambchops with mintsauce aangeprezen.  Het konijn met pruimen, frieten met stoofvlees, witlof met hesp en kaas, trekt de doorsnee ‘dagelijkse kost etende’ Belgische reiziger over de streep. Alles is voor een prikje voorhanden: een China town buffet, Wiener Schnitzel, verse Hollandse stroopwafels, pizza, paella, papas canarias con mojo, tapas, schelpdieren ,of vers gevangen en gegrilde vis, gambas en inktvissoorten.  Een kilometer voorbij Las Galletas heb je de nederzetting El Fraila. In de goedkopere huizen wonen hier alle bevolkingsgroepen die eindigen op ‘alen’ en ‘anen’. Zwarte Afrikanen, Zuid Amerikanen, Illegalen, marginalen en sinds een paar jaar, omdat wij, Vlamingen ons nog meer zouden thuis voelen, Marokkanen. Om ons geen heimwee te laten krijgen, heeft El Fraila sinds een paar weken na het ‘Charlie Hebdo’ drama, nu ook zijn eigen ‘M.terrorist’.  We mogen het kind niet meer bij de naam noemen, want dan worden wij als racistische stoorzenders aangeduid. Wij hebben ze samen mee in bad genomen, hun alle onderwijsmogelijkheden aangereikt, hen mee van onze sociale pot laten snoepen en ze langs alle kanten gepamperd. Het enige dat wij van hen verwachtten, was dat ze zouden integreren. Dat ze een zekere verdraagzaamheid zouden opbrengen voor onze westerse waarden en normen, tolerant zouden zijn voor onze vrije meningsuiting en onze soms bizarre uitdagende vorm van humor. Maar lange Arabische tenen hebben niet veel nodig. Als dan, zoals hier een dolgedraaide godsdienstwaanzinnige “Allah Akbar” roepend een medemens neersteekt, hebben ze nog het lef, om met hun gefrustreerde vinger, ons als schuldige aan te duiden. . De Tenerifse politie, kon de messentrekker na een klopjacht inrekenen en vroeg prompt hun autoriteiten om kogelvrije vesten, uit vrees dat ook hier de terreurboel zou escaleren. Op de wandeldijk van Las Galletas, zitten de meeste overwinteraars en toeristen van hun Barraquito,Sangria, Mojito of pint Duvel te genieten.  Als we op de promenade een tafeltje bemachtigd hebben en van onze ‘jarra’ een halve liter bier voor 1 Euro, zitten te genieten, kunnen we aan het becommentariëren van de stroom wandelaars  beginnen. Het is niet raadzaam deze opmerkingen te luid te verkondigen, want de Vlaamse spionkop luistert mee. Er is duidelijk verschil te bemerken tussen de half naakte zonnende Europese toeristen en de oorspronkelijke inwoners. Voor de Canaries is het nog duidelijk winter. Ze dragen laarzen, lange broeken, dikke truien en hebben meestal nog een anorak over de arm gedrapeerd. We zien ineens de hoofden van de Antwerpenaars van het terrastafeltje naast ons, dezelfde richting uitgaan. Aan het begin van de dijk komt een oudere moslima, met een hoofddoek en djellaba in een hevige grasgroene kleur aangeslenterd. “Zie naa, Marie, tis greun en twaggelt, hahaha ne Marokkaanse Kermit de Kikker!” Achter de seniorenversie,  loopt pa-Mo met een paar koters aan de hand, in een mouwloos T-shirtje van de zon te genieten. Een paar passen achter hem, drentelt ma-Fatima, met dikke buik. Ze is gesjaald en volledig omwikkeld met de overgordijnen,  zodat ze zonder veel problemen de ergste Tenerifse zandstorm zou kunnen trotseren. “Hiersè, Louisa” fezelt de Antwerpenaar: “Een poar vanachter onzenoek, hoe zouwe die hier kome?” “Assevan ’t Kiel of Borgerhout zen, mè tram 24 hé, Eugène, of mè den 12 asse van sintjansplain komennée” Miljaarde godverdoeme, Marie, hier zitte zoekkal” Deze Spaans- Marokkaanse mensen kunnen misschien de allerliefste, vriendelijkste en misschien super tolerante toekomstige buren zijn, maar van enige westerse geboortebeperking of kledingintegratie is er tot op heden nog niet veel te bespeuren. De overwinteraars beseffen maar al te goed dat de ‘grotemensenspeeltuin’, onder de lappen stof, sneller kweekt dan het babyuniversum en het pamperparadijs aankunnen. De Antwerpenaren en Brusselaars weten uit ondervinding, dat eens de theelokalen en de waterpijpcafés zich tussen de Belgische bakker en de Engelse pub in wringen en de lokale tapas bar vervangen wordt door een ‘pita-shoarma take away’ het vijf voor twaalf is. De Costa del Silencio, hun Costa di Flamingi zal binnen de kortste keren veranderen in het Hallal- paradijs. Wij laten de sakkerende Vlamingen achter ons en slenteren door de winkelstraat. In de etalage staat, onder de plakkaat ‘Rabajas’ een paspop met een prachtig, met papegaaien en palmbomen versierd, exotisch, veelkleurig afgeprijsd haltertopje. Het doet aan passionele nachten vol seks denken. Manlief blijft afwachtend voor de ingang van de boetiek rondhangen terwijl ik met een rotvaart het pashokje induik. Terwijl ik het Spaanse ‘taille unique’ bloesje over mijn hoofd wurm, verander ik terstond in een ‘jungle- bookachtige’ salami. Het niemendalletje verhult amper mijn kokosnoten en accentueert overdreven mijn Rubens spekrollen. De twee bandjes camoufleren nauwelijks de twee beginnende kippenfilets, die sinds een paar jaar onderaan mijn bovenarmen heen en weer wiebelen. Zuchtend hang ik het kleine Spaanse maatje terug in het rek. Als ik zonder aankoop buitenstap, schudt manlief vragend: “Nee?” Ik knik instemmend: “Nee de kleur stond me niet!”  Terug thuis zal ik mijn overwinteringgarderobe voor volgend jaar wel wat aanpassen en opnieuw aankopen bij mijn hofleverancier ‘Le Marinier’. Als ik bij ‘De Zeeman’ dan niets op de kop kan tikken, dan weet ik in Antwerpen nog een heleboel winkels waar ze djellaba’s, boerka’s en overgordijnen verkopen.   Sim, Costa del Silencio  29/1/2015  

Sim
166 0

WRAK OP DE SNELWEG

Als ik eerlijk tegenover mezelf ben en, als immer tegen jullie, kan ik niet anders dan het toegeven : de vent kon het gewoonweg niet weten ! Ik vertoon geen enkel teken van het Downsyndroom of zit niet de ganse tijd hardop te vloeken of schelden. Ik trek ook geen gekke bekken naar de mensen of praat niet de ganse tijd hardop tegen mezelf. En eraan toevoegen dat het niet op mijn voorhoofd staat geschreven, lijkt me helemaal overbodig. Ik had natuurlijk, net als de stoere flikken op televisie hun badge, mijn invaliditeitskaart voor zijn ogen kunnen laten flitsen en iets zeggen in de trant van : “Do you feel lucky today, punk ?”. Maar met de volledig verkeerde kaart in mijn hand en – vooral – het ontbreken van een .357 Magnum, had deze reactie tot een enigszins lachwekkende situatie geleid. En de Magnums die worden verkocht in de winkel naast mijn stamkroeg, hadden dit geenszins een ernstigere ‘touch’ gegeven. Dus toen ik mijn laptop opende bij Mady (ja, inderdaad : die Mady !), leek alles mij te verlopen als elke gewone  andere dag. Wachtend op alle shortcuts die mijn laptop rijk is, in beeld zouden verschijnen, keek mijn verder mij volledig onbekende buurman mij aan en zei met een perfect Antwerpse – en tekenen van een beschonken – tongval : “Gij zou al beter bij die andere onnozelaars in het Parlement gaan zitten !”. Kijk, als je, net als ik, reeds in het bezit bent van een kort lontje (steek het mijne aan en mijn ballen zijn al ontploft voor ik ‘Auh’ kan zeggen) en tevens de ongelukkige bezitter bent van de zwaarste vorm van ‘Borderline’, waar dan ook verkrijgbaar, dan weet je het wel. Zo’n even simpele als domme opmerking, die ieder ander weldenkend mens zou laten voor wat hij is, triggert bij mij meteen de hele reutemeteut, bestaande uit duivels en demonen, die normaal op medicinale wijze zoveel mogelijk in staat van rust worden gehouden. Laat ik voor het gemak dit even voorschotelen in beeldspraak, hierbij gebruik makend van wagens. Goed, je rijdt in een comfortabele en van alle slimme snufjes voorziene  Mercedes GLC en wordt op de snelweg, op weg naar alweer een nieuwe bestemming in je leven, onverwacht de weg afgesneden door een camion, waarvan de chauffeur de dichtstbijzijnde afrit duidelijk te laat in het vizier had gekregen. Misschien is een fel geroepen ‘klootzak !’ zijn deel en je vervolgt je weg naar het onbekende. Indien je een Seat Ibiza onder je kont hebt met bouwjaar 2004 en bij één van de hopeloze werken je wagen tot een halt moet brengen, omdat andere chauffeurs bij het woord ritsen enkel denken aan hun broek, word je misschien erg kwaad…en terecht. Een resem bekende en onbekende scheldwoorden en de onmisbare middelvinger achtervolgen de daders, die inmiddels al zowat 3 kilometer verder zijn…tot je met enige doodsverachting dan toch beslist dat het nu jouw beurt is. Wanneer je echter met (of als) een wrak je diezelfde snelweg op gaat, ben jij het niet, maar de andere chauffeurs die vloeken en tieren, woedend worden of – in sommige gevallen (jullie lezen er vast ook wel over in de plaatselijke kranten) – erger. Laten we ons terug begeven naar het café van Mady. Ik ben helaas niet de bezitter van een Mercedes GLC…zelfs niet van een 11 jaar oude Seat Ibiza. Nee, ik ben nu eenmaal dat wrak op de snelweg. En dat maakt, zoals de gebroeders Willy en Jos van ‘Vermaelen Projects’ ongetwijfeld zouden beamen, een wereld van verschil. Ik vervolg dus mijn weg niet vlotjes zoemend verder, zelfs niet met een welgemeende ‘klootzak’ uitend aan het adres van de aanwezige Antwerpenaar. Ik stop ook niet om de vent uit te schelden en hem mijn – nochtans prima onderhouden – middenvinger te tonen. Neen, dit wrak wil bewijzen dat hij, net als iedereen, nog steeds het recht heeft zich te begeven op deze snelweg die ‘leven’ heet. Dus, in plaats van de situatie even in te schatten om dan wijselijk te besluiten dat het raadzaam is de opmerking van “De lallende lul” (interesse, Studio Vandersteen ?) te laten voor de nietigheid die hij voorstelt, wordt mijn motor meteen getriggerd…om vanzelfsprekend meteen in “overdrive” te gaan. “Wat was dat ?” is – toegegeven – een overbodige vraag als je de opmerking meteen van de eerste keer hebt begrepen. En voor de man, mij wat verbaasd aankijkend, nog steeds hopend op een staande ovatie voor zijn geweldige grap (zelfs zijn ongetwijfeld Antwerpse tafelgenoten hadden hem in de steek gelaten, wegens niet één glimlach), sta ik gevaarlijk dicht, zijn comfortzone met de voeten tredend, over hem gebogen, kijk hem recht in de ogen en spreek de volgende historische woorden uit : “Dat moet je eens herhalen. Dat moet je écht nog eens een keer herhalen en deze onnozelaar geeft je een iets minder onnozele klop op je verbazend onnozele bakkes !”, dit vanzelfsprekend in nuchter, maar volledig perfect uitgesproken Antwerps dialect, dat mij nog steeds rijk is. Zijn 2 vrienden bekijken het café, alsof ze zich plots op een onbekende plaats bevinden en hun nieuwe omgeving in zich willen opnemen. En toch lijkt dat vreemd, daar de aangesproken vent het – gelukkig voor hem – niet in zijn hoofd lijkt te halen zijn eerder uitgesproken (on)zin opnieuw uit te braken en zich met een geheel ander onderwerp tot zijn niet-toehoorders keert. Mady serveert gewoon verder (zoals reeds vermeld in een vorig verhaal : ze kent mij) en de andere gesprekken komen terug op gang. Inmiddels geeft mijn ‘Asus’ al zijn geheimen prijs en kan ik aan de slag. Na enkele aanslagen, die het toetsenbord niet heeft verdiend, neemt de motor gas terug en kan dit wrak opnieuw zijn aanwezigheid op de veilige snelweg opeisen.  Eén dag later : zelfde plaats, ongeveer zelfde uur. Ik werk aan de voorbereiding van wat ooit op jullie scherm zal verschijnen als “Onafhankelijkheidsdag 2”. Wie deel 1 heeft gelezen, zal begrijpen dat hierbij elke letter, elk woord dient gewikt en gewogen te worden. Elke zin is een herinnering…elke herinnering meer dan ongewenst. Maar ik weet dat ik het moet doen…voor mezelf en duizenden andere kinderen en pubers, overlevend in dezelfde situatie in dit ‘voorbeeldige’ land. Met andere woorden : ik ben even van de wereld. Tot een vrouw van middelbare leeftijd, 2 tafels verder, mij aankijkt en ik nog nèt het woord “Paljas” hoor vallen. Ze blijft me verwachtingsvol aankijken, zonder natuurlijk te beseffen dat het sleuteltje van het wrak wordt omgedraaid en de inwoners van de slecht onderhouden cellen in mijn hoofd, zich beginnen te roeren. Maar hoe dan ook, het is een vrouw dus, weliswaar zonder zelfs maar een spoor van een glimlach, kijk ik haar aan en vraag : “Wat zei u juist, mevrouw ?”. “Oh sorry, ik wou enkel vragen of u al eens een “Paljas” hebt gedronken”, herhaalt ze (voor de leken onder jullie : een Belgisch bier van hoge gisting). Onmiddellijk springt de motor opnieuw af, de krakers van mijn hoofd begeven zich terug in hun comateuze slaap en ik antwoord met de vriendelijkste glimlach die ik op dat moment tevoorschijn kan toveren : “Nee sorry, nog nooit geprobeerd, mevrouw. Ik hou het bij pils”. Ze glimlacht even terug en keert zich opnieuw naar haar tafelgenoot…haar echtgenoot, neem ik aan. Zal ik het dan misschien toch maar op mijn voorhoofd laten tatoeëren ?

Paul Smeyers
12 1

DUIMZUIG#2 // M. Brouckaert //

Dossiers op tafel, sigaretten ernaast. Nog achtentwintig minuten en hij komt op. Zijn vijf seconden roem. Hij wacht tot zijn naam wordt afgeroepen. Tot plots,  het is weer aan hem. “Dit alles onder het toeziend oog  van gerechtsdeurwaarder Brouckaert.  Ah daar bent u al! Alles goed verlopen, meester Brouckaert?” Hij komt op: een vlotte wuif naar het publiek, handgeschud met de homofiele presentator van dienst en een beamende knik richting camera drie. De resultaten afgevend in een – meestal – gouden enveloppe. Af en toe wordt hem een bijkomstige vraag gesteld. De verplichte mediatraining leerde hem hier steevast kort en bonding – indien mogelijk liefst met ja en nee – op te antwoorden. Hoe sneller hij uit beeld is, hoe beter. Taak volbracht.   Tot op dat moment was hij telkens de enigste die de uitkomst van het spel, show of loterij kende. Die tijdelijk macht deed hem, vlak voor hij op kwam, altijd iets harder aan die laatste sigaret lurken. Het gaf hem een kick. Indien hij het wenste kon hij de resultaten vroegtijdig aan de pers lekken;  de enveloppe terplekke als een zot met zijn aansteker verbranden of de resultaten vervalsen. Enkele keren had hij overwogen zoiets radicaals te doen. Een scene te maken. Het publiek dat per bussen was afgezakt om het ‘gekolder’ live mee te maken, eindelijk eens waar voor hun geld te geven. Ook al lonkte het avontuur verschrikkelijk, het geld en de mogelijks negatieve publiciteit hielden hem tegen. Hij had het rustiger aan kunnen doen, iemand extra in de praktijk in dienst genomen en duurdere whisky kunnen kopen.     Op weg naar huis gaf hij in zijn auto steeds op dezelfde plek aardig wat plankgas. Deed hij zijn stropdas met een ruk uit, smeet die op de passagierszetel naast hem en draaide het raampje open en stak zijn hoofd helemaal door het venstertje uit. Vijf seconden lang deed hij zin ogen dicht en gaf gas bij. Hij voelde de wind langs alles en iedereen voorbij gaan en hoorde niets meer. Hij kickte van dat wakker worden. Het was een kortstondige gloed aan onverzadigbare energie. Wanneer hij de autostrade richting zijn woonst benaderde, was de stropdas allang terug aan.   Het leven ging verder in het dorp waar hij al heel zijn leven woonde en de praktijk van zijn vader had geërfd. Voor de mensen uit het gat was hij als gerechtsdeurwaarder een BA – een bekende Avergemenaar:  de bakker sprak hem de volgende ochtend altijd aan over de show, dat hij hem gezien had en dat hij dat goed deed. De postbode vroeg hem steeds over de werking van het spel. “Beroepsgeheim, Roger.” was keer op keer het antwoord. De slagersvrouw complimenteerde hem met zijn voortreffelijk voorkomen, gaf hem een extra salamietje en een vette knipoog. Hij genoot niet van de aandacht die hij kreeg. Een verplicht nummertje zonder einde. Enkel de attentie van de slagersvrouw kon hij smaken. ‘s Avonds laat, wanneer hij naast zijn eigen vrouw lag, fantaseerde hij over haar. Raakte zichzelf stiekem aan en kwam, dromend over haar slanke benen, stil naast zijn eega klaar. Daarna viel hij in slaap.   © Sam Sterckx aka AllesBehalveHaiku's

AllesBehalveHaiku's
10 0

DUIMZUIG#1 // Ohne Titel //

Ochtend. Iets voor negen. Mandarijnen worden gepeld, koffie geschonken. In het gekookte water ziet de man zijn eigen troebele zelf. Schever en ongezouten. Hij heeft nog geen tijd gehad alles van zich onder de douche af te spoelen. De avondshift kleeft aan alles wat ie vastpakt.  De feiten herhalen zich elke avond, elke ochtend.  Zonder er een woord aan vuil te maken geeft de ploegdienst hem een leven die geen enkele vrouw hem ooit schenken kon: rust en structuur troef. Groot leeft ie niet. Over de jaren heen verzamelde hij wat geld om een klein studiootje te kopen. Een bed, keuken, slaapkamer en balkonnetje.  Meer was niet nodig. Alles in het wit, hij had geen nood aan rood schreeuwerig geschilderde muren of decorelementen die verder geen enkel nut hadden dan vierkante meters op te slokken. Alles moest functioneel en  praktisch zijn.  Werkte je niet meer, dan werd je opgeknapt of vervangen. Had je geen nut, dan kwam je niet binnen. Of toch. Er was een ding dat al deze regels zou doorstaan, dat op een dag door het oog van de naald was gekropen en wel de boel mocht opfleuren. Bestaansrecht had zonder hier verder verantwoording voor af te leggen.   Op een vrije dag had hij zijn fiets genomen en de stad ingetrokken. De benen strekkend op het ritme van zijn mp3-speler die de laatste nieuwe cd van een af andere folkgroep in zijn oren fluisterde. Een genre met hoge vrouwenstemmen die zijn onbestaand seksueel  leven voor even deden vergeten. Hij kwam de stad binnen, het water aan zijn rechterkant en de drukte aan zijn linker. In de verte viel hem een rommelmarkt op. Enkele kraampjes en veel volk. Niet echt zijn combinatie – om dan nog over de rommel te zwijgen – maar de stemmen in zijn hoofd lieten hem verleiden zijn geluk voor een keer wel te beproeven. Fiets aan het slot en de drukte trotserend. “Mensen roepen altijd zo hard op markten.” Had hij bij zichzelf gedacht. Alsof het testosterongehalte hen zo opfokte om over elkander heen te bulken en als brulkikkers zoveel mogelijk volk rond zich heen te scharen. Hij voelde zich onwel worden. Geen uitweg meer vindend in een plek waar hij nooit naartoe had moeten komen. Zweetparels kregen van de huidporiën hardhandig instructies om uit te rukken. Tot plots dat ene ding zijn oogveld binnenschoot. Het lag wat verloren op de hoek van die oude tafel met schragen. Het zoog hem naar zich toe. Zijn hyperventilatie vergeten, stapte hij ernaar toe. Zijn smetvrees vergeten, pakte hij het vast. Draaide het een kwartslag naar onder, naar boven en vroeg de kraamster met valse wimpers en een boezem die nergens thuishoorde: “hoeveel vraag je ervoor?” ‘Een tientje wierp ze hem toe.” De dame met de valse wimpers en de geschminkte tache de beauté had niet verwacht het geld enkele seconden later op haar tafel met schragen terug te vinden.  Onderhandelen was hem vreemd en hij wou zo snel als ie kon met de ruwe parel de berg stront verlaten.   Thuisgekomen blonk hij het op en gaf het zijn eigen vierkantenmeter muur. Als iemand in trance, keek ie er voor de rest van de namiddag naar. De volgende weken verliep alles hetzelfde, buiten een ding: telkens als hij zijn studio verliet, raakte ie het aan. Alsof hij het leek te zeggen: “Niet wanhopen. Ik ben zo terug.” Thuis teruggekomen werd de aanraking een lieve verwelkomingsgroet. De man zonder vrienden, zonder echte vorm van sociaal leven, geraakte langzaamaan meer en meer in de ban van zijn nieuwe vriend. De parel die aan de muur voor zich uit staarde. Het leek zelfs met hem te praten, hem als de beste te verstaan. De buurman vertelde later – in een interview aan de plaatselijke krant –  dat hij van de ene dag op de andere meer gelach en stemmen bij zijn anders zo stille buur vandaan hoorde komen. Op het eerste zicht niets bijzonder, maar de goede man hoorde geen ene keer de deur in en uit het slot gaan. Hij had willen aankloppen, maar vond dat niet gepast. “Een mens hoort zich niet met iemands zaken te moeien.” stond als quote naast het artikel.   © Sam Sterckx aka AllesBehalveHaiku's  

AllesBehalveHaiku's
0 0

De beste ideeën zijn Born in Antwerp

Antwerpen staat nooit stil. Maar tijdens het creatieve jaar van Born in Antwerp mag het nog een beetje meer zijn. Van december ‘15 tot oktober ’16 zet Born in Antwerp talent van hier in de spotlights. Creatieven in design, beeldende kunst, mode, reclame, technologie of muziek. Zij delen de stad, een creatieve honger en een ontembare, broeiende passie voor hun werk. Antwerpen is hun Harbour of Creativity.   Are you Born in Antwerp? Creatief, inventief, een beetje rusteloos. Altijd bezig met het volgende project. ‘Light bulb’-ideeën in het holst van de nacht. Herkenbaar? Dan is dit uw moment. Surf mee op de creatieve golf, de onstuitbare beweging van Born in Antwerp.   Zet uw naam op de kaart – en op de officiële kalender van Born in Antwerp. Of plan alvast uw volgende activiteit in het creatieve hoofdkwartier aan Kaai 22. Voor de Harbour of Creativity is het all hands on deck!   Officiële partner van Born in Antwerp Hebt u een geniale ingeving of broedt u al langer op een actie, een evenement of een activiteit rond Antwerpse creativiteit? Laat maar komen. Vertel ons uw plannen en zet uzelf op de agenda tussen grote evenementen zoals eurobest, de Fashion Talks en De Invasie.   Elke actie of activiteit die creatief Antwerpen in de spotlight zet, verdient een plekje op de officiële kalender van Born in Antwerp. Zorg ervoor dat u erbij bent: laat ons snel weten waarom de creatieve sector zit te wachten op uw activiteit. En de bal is aan het rollen.   Bezet het hoofdkwartier Een dag, een avond, een uitbundige nacht … De deuren van het hoofdkwartier aan Kaai 22 staan altijd open. Het wordt een plek om de koppen bijeen te steken, elkaar te inspireren en de creatieve toekomst van Antwerpen uit te tekenen. U kan er komen aanwaaien op elk moment, maar u kan de ruimtes van Kaai 22 ook gebruiken voor uw eigen activiteiten.   Reserveer de filmzaal, het auditorium of de vergaderzaal voor uw creatieve plannen en activiteiten. Of meteen de hele loods – waarom niet?! Alles kan, als het maar een creatieve insteek heeft. Het hoofdkwartier is uw ultieme flexplek.   Voor wie? Al het creatieve geweld van Antwerpen kan zijn ei kwijt in Kaai 22. Maakt niet uit of u een starter bent of een ronkende naam in creatief Antwerpen. Een ruimte in het hoofdkwartier gebruiken kan volgens vier formules:   All-in: u maakt de plannen, wij zorgen voor de rest. Locatie én technische ondersteuning zijn gratis voorzien. Zo helpen we creatieve starters om hun ideeën aan de wereld te presenteren. Casco: u gebruikt het hoofdkwartier kostenloos. De technische ondersteuning en permanentie zijn te betalen. Economy: een huurformule voor activiteiten die (deels) commercieel zijn. Business: voor grote commerciële activiteiten die passen in het plaatje van Born in Antwerp. Uw bedrijf staat in de spotlight. En tegelijk draagt u bij aan de invulling van het hoofdkwartier of aan een specifiek project. Samen maken we creatief Antwerpen nóg sterker!   Klaar om plannen te smeden? Let's do this! Laat ons weten waarom uw activiteit thuishoort in het programma van Born in Antwerp of wat u zou doen met een ruimte in het hoofdkwartier. Niet wachten, gewoon doen.   Zorg ervoor dat we uw aanvraag krijgen vóór 1 maart 2016. Zo hebben we genoeg tijd om een kalender op te stellen. Hebt u geen logistieke ondersteuning nodig, maar gewoon een plek in het hoofdkwartier om uw ding te doen? Dan mag u ook na 1 maart nog uw ruimte reserveren.

Eleonore
1 0

de man in de kerk

Daar zat hij, op de bank, kin omhoog maar ogen omlaag. Kop recht, borst vooruit, maar de ogen bogend onder de droefnis. Zijn lichaam schreeuwde kracht, zijn aangezicht begaf bij de minste aanraking. Niet zacht, ruw wel, maar kwetsbaar, o zo kwetsbaar. Alsof de moeder gestraft had, want moeders straffen niet fysiek, maar kruipen onder je huid en injecteren teleurstelling.De man stond recht, liep gebroken majestueus, zoals een halve kathedraal die ooit bijzonder fenomenaal geweest moet zijn, naar het spreekgestoelte. Hij ontvouwde een blad papier en keek naar het publiek. Hij begon zijn speech. En daar waar zijn vrouw had verwacht dat de ruïne van haar kathedraal met deze laatste schok helemaal ten onder zou gaan en dat haar man zou beginnen wenen, rolde de speech vlot, beheerst en krachtig door de zaal. Applaus was zijn deel, tranen gutsten over wangen op de prachtige grond en namen onderweg mascara mee, en de lucht hing zo vol spanning van emoties dat je naar adem had moeten happen als je nog recht zou staan.De man ging opnieuw naar zijn plek, naast zijn vrouw en zij kuste haar held vol op de mond, met lippen waarlangs mascara en andere schmink hun weg naar beneden vonden.Verdorie, zei ze, je bent mijn held. En de man bekeek haar en schrok over het gelaat dat zo dicht bij hem zweefde. Hij keek in de zaal en zag dat alle vrouwen met smachtend natte aangezichten naar hem keken en dat alle mannen hun best deden niet te laten zien dat ook zij aangedaan waren.

Kuba Kenos
3 0

Tussen pot en pint

Tussen pot en pint Tussen droom en daad Daar maken we de wildste plannen.   We kijken er steeds weer naar uit, naar de babbel onder collega’s op café op een of andere vrijdagmiddag.De geschikte plaats om verhalen en ervaringen te delen en te analyseren; om voort te bouwen op dromen tot een echt kasteel ontstaat. Waar we even tijd maken om écht naar elkaar te luisteren. Waar we niet gestoord wordt door rinkelende telefoons.De ideale gelegenheid waar sterkte kan plaatsmaken voor kwetsbaarheid en sterkte ontstaat uit kwetsbaarheid. Waar kameraadschap hechter wordt, waar problemen gerelativeerd worden door overleg of herkenning. Waar het seksleven (of het gebrek eraan) uitgebreid becommentarieerd wordt of met een kwinkslag fijntjes omzeild. Waar de een een Affligem drinkt, de ander een gin tonic en den braafsten van den hoop ne gini. Allé, zo doet hij zich toch voor… Maar waar steeds geëindigd wordt met een koffietje en ‘het betere koekje’ om in de namiddag nog een slagske door te geven. Op vrijdagmiddag kan de riem even af, komen onderwerpen op tafel die op kantoor niet altijd bespreekbaar zijn maar wel deel uitmaken van ieders realiteit. Andere middagen is daar geen plaats voor wegens ‘druk druk druk’…: vergaderingen, overlegmomenten en allerhande andere urgenties maken deze onderwerpen professioneel irrelevant. En toch, zijn ze zo belangrijk om goed te functioneren. Maar na zo’n vrijdagmiddag kunnen we er steeds weer tegen. Hervatten we met nieuwe energie onze professionele activiteiten tot we een paar weken later met veel goesting een blik delen en een tafeltje reserveren. Goesting om vreugdes, ervaringen en ontgoochelingen te delen, om even te ventileren en vooral om mekaar te steunen en energie te tanken voor de komende weken, tot we weer s een ‘blik’ delen…   Want Tussen pot en pint Tussen droom en daad Daar vinden we elkaar.    

Greet De Winne
1 0

MEEDOGENLOZER DAN NERO, CALIGULA EN DE BORGIA'S SAMEN!

Het is niet omdat wij twee maanden de Belgische winter ontvluchten, dat wij dan ook automatisch afgesneden worden van alle Vlaamse berichtgeving. Zoals elke allochtoon, die zijn geluk of zijn weersvoorspellingen in een vreemd land gaat zoeken, zijn wij afhankelijk van de gigantische satelliet- antennes die overal in het gastland op de daken prijken. Rond het nieuws van zeven op Eén of op VTM, laten wij ons, net zoals thuis, in de sofa vallen en brengen wij de rest van de avond televisiekijkend door. Misschien is het echter beter om niet te veel informatie en allerlei doemscenario’s doorgestraald te krijgen. Beter is het om onbekommerd te genieten van het, in onze ogen, gevaarloze vakantiewereldje. Soms echter word je, of je het wilt of niet, met je bruine neus op de actuele feiten gedrukt. Ook hier in Zuid Tenerife lopen er inmiddels enkele ‘islamitische’ angstkwekers, messentrekkend rond. Dus echt ontsnappen aan alle heisa doe je niet echt. Wij hebben ook onze laptop meegenomen en lezen dagelijks De Gazet van Antwerpen en Het Laatste Nieuw in beknopte vorm. Via internet houden wij, moderne globetrotter- grootouders, contact met onze kinderen, kleinkinderen en vrienden. Op Facebook volgen wij foto per foto het verjaardagsfeestje van onze achtjarige kleinzoon en het rond dribbelen van onze anderhalf- jarige baby kleindochter. We bekijken foto’s van ons schoondochtertje met haar armen rond haar twee grootste schatten en een afbeelding van onze kaalhoofdige zoon met een zwarte ‘terreurbaard’. Dit baart (mooie woordspeling hé?) ons wel wat zorgen. Terwijl hij ons verklaart dat dit zijn winterpels is, vragen wij ons in stilte af, of zijn Facebook- achterban zich nu ondertussen al niet afvraagt of de indoctrinatie al tot aan de grenzen van Brasschaat en Maria-ter-Heide doorgedrongen is. Wij moeten ons echt geen zorgen maken, want zoonlief loopt thuis niet in een djelaba rond en heeft zijn zoon en dochter niet Mohammed en Fatima genoemd. Bovendien is zoonlief totaal niet gevoelig voor eender welk gelovige gedachtegoed ook. Maar die baardgroei vinden wij een griezelig winterfenomeen.   Stel je voor dat de doorsnee geradicaliseerde en terreur bereidwillige islamiet bij het zien van deze weelderige begroeide Facebook- foto bedenkingen krijgt en onmiddellijk denkt aan verhuizen! Waar er één is, willen er meestal meer zijn…Wij geloven echter niet dat deze bevolkingsgroep staat te springen om zijn tenten op te slaan in een gehucht met een zo’n christelijke naam, maar je weet maar nooit. Zo zie je maar dat je onvermijdelijk toch – al was dan met het zien van een foto met zo’n baard - met de ‘wereldterreur’ bezig bent. Interessanter is het feit dat er zich hier, rond de Canarische Eilanden, door de onderzeese vulkanische activiteit enkele nieuwe eilanden aan het vormen zijn. Spanje claimt deze nieuwe grondoppervlaktes al, nog voor ze boven water gekomen zijn. Ik heb echter een fantastisch Europees idee. Ik geef het toe, het is wel een beetje afgekeken van de Engelsen die vroeger alle criminelen naar het nieuw ontdekte eiland Australië afvoerden, maar volgens mij is het grandioos en probleemloos en praktisch uitvoerbaar. Eens de nieuwe eilanden hier boven water komen, reserveren wij het eiland dat het verst in de Atlantische oceaan opduikt. Het moet het meest van de westerse beschaving verwijderd zijn. Hier droppen wij per helikopter, alle terugkomende Syrië- strijders, mogelijke terreurverdachten en gevangen genomen aanslagcriminelen. Ik vermoed, dat er op een nieuw ontstaan eiland nog niet veel groeit en leeft, dus gaan we deze lieverdjes bevoorraden. Ik stel voor dat wij daar containers gevuld met alcohol stationeren. Neen, geen water en geen thee..’t moet plezant blijven hé.  Om hen ook iets te eten te geven, laten wij er een beer (mannelijk varken) en wat zeugen met biggetjes los. Die kunnen dan voor de etensvoortplanting zorgen. Zie hier min of meer het scenario van de recent uitgebrachte sciencefiction film “The Hunger Games” naar een boek van Suzanne Collins. Voor diegenen die de film niet kennen: Voor de minste vorm van overleving moet tot de dood gevochten worden. Voor wat ’binnen- eilandvertier’ laten we ook nog wat vlijmscherpe zwaarden achter, zodat ze hun hobby nog wat verder kunnen perfectioneren! Voor eventueel namiddag vertier en mogelijke randanimatie,  krijgen zij van ons ook nog een doos met lucifers en wat petroleum. Voor de paar aangevoerde, vroeger meevechtende terreur- moslima’s , moeten ze dan maar eens op de vuist gaan. Niet dat vechten zo in hun aard ligt, maar voor wat hoort wat. Wie wint kan deze dames een cursus ‘seksslavin’ aanbieden. Als dit beroep hen niet zo direct ligt, zal hun mede- crapuul wel een spelletje stenigen uitvinden. Lavastenen genoeg op deze eilanden. Voor het kermisspel “holibi’s van de flatgebouwen gooien” zullen ze een alternatief moeten uitvinden, noch homo’s, noch wolkenkrabbers zijn aanwezig op het vernieuwde sharia- eiland. Wat zeggen jullie, dat wat ik voorstel barbaars en wreed is? Ja ik ben zonder enige twijfel meedogenlozer dan de tirannen Nero, Caligula en de gifmengende familie de Borgia’s samen.  Ik verkracht echter geen vrouwen en stenig ze niet. Ik moord geen kinderen uit en sleep geen lijken achter mijn auto aan. Ik gooi geen homo’s van hoge flatgebouwen, ik hak van niemand het hoofd af en steek geen medemens in brand. Ik reik ze zelfs een tropisch eiland, eten, drinken en plezier aan… Met een beetje geloof in Allah en Mohammed moeten ze daar toch nog iets van hun leven kunnen maken niet?   Sim,    Costa del Silencio 8 februari 2015

Sim
31 0